Welke ballast houdt de vrachtwagen bij storm overeind?

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen. Deze week: meer over algoritmen, metaforen en omwaaiende vrachtwagens.

Tijdens de zware storm op 18 januari kantelde de achterkant van deze vrachtwagen, op de Frieseweg in Kampen. Foto GinoPress B.V.

Op 10 februari ging het hier over algoritmen, over de Grootste Gemene Deler en het Kleinste Gemene Veelvoud en van alles. Er is opgemerkt dat er nogal los wordt omgesprongen met het begrip algoritme en dat de definities die vandaag worden gehanteerd vér staan van de oorspronkelijke definitie: een stapsgewijze rekentechniek waarbij elke stap het antwoord dichterbij brengt. Een ‘aflopend iteratief proces’.

Tot de oudste algoritmen behoort de methode die Euclides bedacht om de Grootste Gemene Deler te bepalen van twee gehele grote positieve getallen. De GGD is het grootste getal waardoor die twee getallen beide deelbaar zijn (zonder dat een ‘rest’ overblijft). De berekening op school vroeger liep via het ‘ontbinden in factoren’ (dat zijn priemgetallen). Voor grote getallen is dat ondoenlijk.

Euclides zag in dat als je van die twee grote getallen de kleinste (K) net zo vaak van de grootste (G) aftrok tot het niet meer ging, dat je dan een kleine rest (R) over hield waarin de GGD besloten lag. Trok je die kleine rest R op zijn beurt weer vaak genoeg van K af dan hield je een nog kleinere rest over. Enzovoort. Je eindigde met de GGD zelf. Probeer het eens met 80262 en 2499. De computer kan dit heel snel. Van de weeromstuit wordt het algoritme gebruikt voor versleutelingsmethoden en encryptietechnieken, diofantische vergelijkingen, de vier-kwadratenstelling van Lagrange, et cetera. Internet is er vol van.

’t Was langs de Euclides-route dat GGD en KGV as such ter sprake kwamen. Ook deze twee hebben de basisschool lang geleden verlaten. Niemand mist ze en dat roept de vraag op waarom er eeuwen lang is gehamerd op een vaardige omgang met GGD en KGV. Waarom toch? Wat is toch het praktisch nut van de GGD in het dagelijkse leven? De GGD heb je nodig voor het vereenvoudigen van breuken, hebben lezers geantwoord. Met de KGV zet je breuken onder één noemer. Meer voorbeelden kwamen er niet. Ja: de diofantische vergelijkingen, natuurlijk.

Waarom toch altijd het oog van de storm, schrijft een 87-jarige lezer, daar waait het het minst.

Mislukte metaforen

De algoritmen lagen ingebed in een AW-aflevering over mislukte metaforen, het verkeerd gebruik van wetenschappelijke begrippen als ‘focus’, ‘splijtzwam’ en ‘communicerende vaten’. Denk ook aan de haarvaten, het spanningsveld, de niche, de drijfveer, het draagvlak en het epicentrum. Of aan de kritische massa en de kettingreactie. Het tegengas en het tegengeluid. Van het zoeken naar verkeerde metaforen kun je een gezelschapsspel maken. Waarom toch altijd het oog van de storm, schrijft een 87-jarige lezer, daar waait het het minst.

Met behulp van krantenarchief Delpher valt na te gaan op welk moment een staand begrip verandert in een verkeerde metafoor. Het klankbord, de luifel boven het preekgestoelte, bleef eeuwenlang wat het was: een stemgeleider, tot het in de twintigste eeuw opeens als metafoor wordt ingezet. Men wil niet klankbord zijn van een politieke partij, later is er het klankbord van de communistische propaganda, dan is er een klankbord-functie en het eindigt met klankbordgroepen. Met de lakmoestest, vroeger ‘lakmoesproef’ geheten, ging het sneller. Vóór de oorlog werd-ie nauwelijks genoemd, maar in 1947 raakt het lakmoespapier zomaar in de verkeerde beeldspraak. (De Duitsers van het Derde Rijk hadden het lakmoespapier nooit in enig geval toegepast.)

Aardig genoeg wordt het momentum soms wél min of meer correct ingezet terwijl niemand schijnt te weten wat het precies is: de Engels-fysische aanduiding voor het product van massa en snelheid. Het momentum doet al in de jaren twintig zijn intrede, maar de term raakt pas echt in de mode als minister Den Uyl in juni 1965 uitlegt dat het economische integratieproces als het ware zijn eigen momentum ontwikkelt. Een maand later blijkt het Holland Festival door verstrooidheid veel momentum te verliezen. In latere jaren zal men met de neus op het momentum gedrukt worden of zijn momentum in een flits voorbij zien trekken.

Onbeladen vrachtwagens

Op 27 januari ging het hier over de storm van 18 januari. Er werd opgemerkt dat er aan de klassieke schaal van Beaufort, met criteria voor typische windsnelheden, in twee eeuwen verrassend weinig nieuwe criteria zijn toegevoegd. Maar we weten nu dat onbeladen vrachtwagens omwaaien vanaf windkracht 10. Het zou goed zijn de lege wagens voortaan van ballast te voorzien als er veel wind wordt verwacht, is hier genoteerd.

Maar een lezer met 40 jaar ervaring in het doorrekenen van constructies van Rijkswaterstaat heeft in een lange, gedetailleerde brief betoogd dat ballasten geen optie is omdat er veel te veel ballast nodig zou zijn. Maar hij gaat uit van verkeerde aannames. De windsnelheid bij kracht 10, ongeveer 26 m/s, geldt voor 10 meter hoogte. Op vier meter hoogte is-ie een kwart lager, dus 20 m/s. De lezer zelf gebruikt 28 m/s en voegt daar nog aan toe dat het effect van de wind-stuwdruk aan de loefzijde van de vrachtwagen wordt versterkt door onderdruk aan lijzijde. Dat mag gelden voor statische constructies van Rijkswaterstaat, bij de voortrazende vrachtwagen is die onderdruk niet zo waarschijnlijk. Dan werpt de lezer er nog, geheel à la Rijkswaterstaat, allerlei zware veiligheidsmarges bovenop, om het omwaaien totaal, voorgoed en voor altijd uit te sluiten. Maar het AW-streven was slechts de kwade kansen te verkleinen. Eén kuub zand in balen: zou dat niet helpen?