Opinie

    • Bas Heijne

Vermoorde onschuld

Je kon erop wachten: een week nadat de Tweede Kamer had besloten de Armeense genocide voortaan de Armeense genocide te noemen, deed het Turkse persbureau Anadolu een boekje open over het Nederlandse slavernijverleden. Nederlanders hebben hun Gouden Eeuw te danken aan grove uitbuiting van inheemse volkeren van Afrika tot Azië. In Zuid-Afrika was er sprake van de „Khoikhoi Massacre”. Een dochter van Nelson Mandela werd opgevoerd om zout in de wonde te wrijven: „Voordat de Engelsen en de Nederlanders kwamen, waren hier geen problemen.”

In Turkije zal opgelucht zijn ademgehaald.

Op de site van Elsevier mocht historicus Piet Emmer de boel nuanceren – of bagatelliseren, bij hem loopt het een vaak moeiteloos over in het ander. „Wat betreft de Khoikhoi: velen stierven door ziekte, hoewel er ook is gevochten.”

Jammer, nu leek het ineens of het ging over hoe erg Nederlanders nu precies waren geweest, en niet over erkenning van de Armeense volkerenmoord. Whataboutism wordt dat genoemd, dit gratuite jij-bakken. Een nieuwe term voor wat zo oud is als de wereld: pijnlijke kwesties die je liever niet onder ogen ziet onmiddellijk wegvegen door naar een ander te wijzen die minstens zo erg, of nog veel erger is. De logica van het schoolplein.

Ook overal nu: je eigen straatje schoonvegen door op de kwalijke bedoelingen van je tegenstander te wijzen – zoals Denk-leider Kuzu steeds doet wanneer het gaat om de stugge onwil om deze pijnlijke gebeurtenis onder ogen te zien („een stunt voor de aankomende gemeenteraadsverkiezingen”). Daarom worden Nederlandse politici met een Turkse achtergrond die de volkerenmoord erkennen, na gestook van Kuzu, voor landverraders uitgemaakt. Daarna speelt hij de vermoorde onschuld.

Arme Armeniërs, arme Khoikhoi – het gaat niet om de nagedachtenis van hun leed, en daar lessen uit trekken voor de toekomst. Het gaat om geschiedenis als stok om een hond te slaan.

In een vroeg essay, Over nut en nadeel van geschiedenis voor het leven, onderscheidt Friedrich Nietzsche drie manieren van geschiedenis bedrijven: je vereert het verleden, je verzamelt het verleden, of je bekritiseert het verleden. Op alle drie heeft Nietzsche veel aan te merken. Hij waarschuwt voor een overdaad aan geschiedenis. Het verleden moet ondergeschikt zijn aan het heden.

Steeds zie je nu een nieuwe behoefte aan verering van de geschiedenis in botsing komen met de neiging tot bekritisering van de geschiedenis.

Ook hier: vorige week besloot de gemeente Urk de straten in een nieuwbouwwijk te vernoemen naar zeehelden van vroeger. Als het aan Hart voor Urk ligt, komt er binnenkort een J.P. Coenstraat. Initiatiefnemer Jan Koffeman: „Toen wij hoorden dat deze mensen kritiek kregen, hebben wij gezegd: dat mag niet gebeuren. Wij op Urk zijn een zeevarend volk, vandaar dat deze mensen ons bijzonder aanspreken.” En: „Wij willen niet dat men die dingen, die negatief kunnen zijn, gaat gebruiken om nu het verleden door te strepen.”

Maar het gaat hier niet om doorstrepen van de geschiedenis, maar om onderstrepen. Historicus Karwan Fatah-Black tekende bezwaar aan: „Ik zie echt problemen met het op een voetstuk plaatsen van deze mensen. Het is een heel eenzijdige kijk op de geschiedenis.” Hij erkent de historische band van Urk met de zee: „Je kan straten vernoemen naar schepen, naar mensen die op Urk zijn geboren of naar mensen die van daaruit hebben gevaren.”

Oké, maar op Urk is geen behoefte aan meerstemmigheid. De verering voor de zeehelden daar komt niet voort uit hernieuwde belangstelling voor de figuur van Coen. Het is een reactie op kritische beschouwers die de verering van historische figuren als Coen niet langer vinden kunnen. Wordt het niet tijd voor een nationaal debat? Ik verwacht niet dat ik ooit de J.P. Coenstraat op Urk ga bezoeken, maar aangezien geschiedenis nu steeds meer onderdeel wordt van een venijnige cultuurstrijd, lijkt het me goed om duidelijk te stellen: geschiedenis gebruiken om mensen op te stoken of een toontje lager te laten zingen, draagt in niets bij tot een beter begrip van het verleden – het verzuurt het heden alleen.

Geschiedenis is nooit neutraal, ik weet het, en ze wordt bovendien voortdurend herschreven. Debat hoort daar bij. Maar de harde waarheid is, dat besefte Nietzsche, dat niemand blijvend onderdak in het verleden kan vinden, niemand trots of eigenwaarde louter aan de geschiedenis kan ontlenen. Hij had gelijk: te veel geschiedenis is een „verwoestend onkruid”. Het maakt het heden onleefbaar.

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plaats.
    • Bas Heijne