Stiekem toch een visie van Rutte: pragmatisch pro-EU

Toespraak Rutte De premier presenteerde als prominent speler in Europa. Hij deed negen praktische voorstellen voor een toekomst zonder de Britten.

Rutte pleitte in Berlijn onder meer voor een EU-lidmaatschap dat „geen keuzemenu” is. Foto Felipe Trueba/EPA

Stiekem was het toch een visie, erkende premier Rutte vrijdag tegenover journalisten in Berlijn, kort nadat hij daar een toespraak had gehouden over de toekomst van de Europese Unie. De man die nooit een geheim heeft gemaakt van zijn afkeer van politieke vergezichten, hield in de Duitse hoofdstad een breed, en af en toe bevlogen betoog over wat hij noemde „de oerbelofte van Europa” en „het grote belang van Europese samenwerking”.

Rutte sprak op uitnodiging van de Bertelsmann Stiftung, een Duitse denktank. Met zijn rede presenteerde hij zich niet alleen als pragmaticus, zoals Nederland en Europa hem al jaren kennen. Hij trad er ook mee naar voren als de prominente speler in het Europees politieke machtsspel, die de Nederlandse premier inmiddels is geworden - door zijn lange ervaring in de Europese politiek én door de nieuwe verhoudingen die zijn ontstaan door het Britse vertrek uit de EU.

Door de Brexit, zei Rutte, „realiseren we ons meer dan ooit het belang van eensgezindheid van de 27 [overblijvende lidstaten, red]. En het dwingt tot positie kiezen: hoe willen we verder met de EU?”

Wat Rutte betreft: met een pragmatische aanpak, met concrete projecten, waarbij lidmaatschap van de EU „geen keuzemenu” kan zijn, en lidstaten er van elkaar op aan kunnen dat afspraken worden nagekomen. En ook: met de Europese Commissie in een bescheiden rol - „de Europese Commissie dient de lidstaten, niet andersom”.

Rutte deed negen praktische voorstellen, „waarmee we morgen kunnen beginnen en die snel resultaten opleveren voor de inwoners van onze landen”. Zo pleitte hij voor de afschaffing van beschermde beroepen, zoals architecten en notarissen, en voor betere samenwerking bij bestrijding van grensoverschrijdende fraude.

Hij stelde de vorming voor van een Europees Monetair Fonds (EMF), waar de lidstaten het voor het zeggen hebben. Bij steunprogramma’s zou in deze instelling „de rol van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Europees Stabiliteitsmechanisme onder één dak gebracht” moeten worden. Rutte benadrukte dat hij „tegen een steeds politiekere Commissie” is. „De geloofwaardigheid van de Commissie als hoeder van de euro staat of valt met de rigoureuze onpartijdigheid waarmee zij de regels toepast en handhaaft”.

Verder stelde hij voor het toekomstige EMF te laten beoordelen of uitstaande schulden houdbaar zijn, en zo niet eerst een herstructurering te eisen voor nieuw geld verstrekt wordt. Ook zou er een gemeenschappelijk asielbeleid moeten komen, en een snelle afspraak om de CO2-uitstoot in 2030 met 55 % terug te brengen. „We gaan hoe dan ook afscheid nemen van onze fossiele verslaving”.

Ook pleitte Rutte ervoor te accepteren dat de Europese begroting door het vertrek van de Britten kleiner wordt en dat nieuwe projecten daarbinnen gerealiseerd moeten worden. Tot slot stelde hij voor Europese uitgaven te koppelen aan de bereidheid van landen hun economieën te hervormen.

Vanuit de zaal kreeg Rutte de vraag hoe hij de rol van de Commissie kan zien als ondergeschikt aan de lidstaten. Wanneer hij voor afspraak-is-afspraak is, dan zou hij toch moeten erkennen dat vastgelegd is dat de Commissie de hoeder is van het Europese Verdrag en het Europees belang te zijn? Daarop gaf de premier geen duidelijk antwoord. In elk geval, zei Rutte, moet hij niets hebben van „die vreselijke woorden: an ever closer union”.

    • Juurd Eijsvoogel