Opinie

    • Beatrice de Graaf

Stemt u voor meer of minder geweld?

Goed nieuws. De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan, en wij maken ons druk over de Armeense genocide en de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Allebei zeer ernstige en belangwekkende aangelegenheden, absoluut. Maar het goede nieuws is dat er in beide gevallen géén sprake is van actuele geweldsuitbarstingen of gewelddadige conflicten. Sla de kranten open, en het is nauwelijks te geloven, maar er staat de afgelopen weken, misschien zelfs al maanden, steeds vaker goed nieuws in. Minder mensen in de bijstand, hogere groeicijfers, de Talibaan gaan zich laten registreren als normale politieke partij.

Klopt die oppervlakkige inschatting, of was ik vergeten mijn roze bril af te zetten? Nee, er is een voorzichtige schemer van vooruitgang zichtbaar. Zelfs de zeer gedegen onderzoekers van het Duitse Heidelberg Institute for International Conflict Research zijn het met me eens. En zij zijn niet vaak op overdreven Begeisterung te betrappen. Volgens hun net verschenen jaarlijkse onderzoeksrapport naar gewelddadige conflicten en oorlogen over de hele wereld, de Conflict Barometer, is de intensiteit van alle vormen van oorlog en conflict het afgelopen jaar een stapje afgenomen.

Uiteraard niet over de gehele linie. Zes conflicten groeiden in 2017 uit tot een oorlog, vier daarvan in Sub-Sahara Afrika (onder meer in Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek), één in Azië (Myanmar) en één in Oceanië (de Filippijnen). De oorlog in Syrië is nog steeds de meest heftige wereldwijd. Het aantal vluchtelingen, op zoek naar vruchtbaar land en water, blijft in Afrika het hoogst.

De-escaleerde

Maar een paar andere oorlogen de-escaleerde tot een conflict, het aantal beperkte oorlogen nam af, net als het aantal ‘high-intensity conflicts’. Die afname was significanter dan in 2016. Waar moeten we dan aan denken? In Soedan, één van de meest door oorlogen geteisterde gebieden, werden de gevechten langs de Blauwe Nijl minder. Volgens de Barometer is er ook sprake van de-escalatie van het gewapende conflict tussen de PKK en de Turkse regering en van de oorlog in Jemen. Ook in Zuid-Amerika, het Midden-Oosten en de Maghreb worden moeizame resultaten en (tijdelijke) wapenstilstanden bereikt. In al deze gevallen is de de-escalatie uiteraard een relatief verhaal, moord en doodslag is nog steeds aan de orde van de dag, maar dan in mindere mate.

Hoe verklaren de onderzoekers die kleine, voorlopige dooi in oorlogsland? Heel simpel, door het voortgezette monnikenwerk van onderhandelaars en mediators en het koppig volhouden van pogingen tot conflictbemiddeling. De onderzoekers geven toe dat bereikte akkoorden vaak sneuvelen en niet worden nageleefd, zoals in Congo en Soedan, waar partijen de onderhandelingen boycotten of de bereikte afspraken over een staakt-het-vuren gewoonweg negeerden. Maar daar staat tegenover dat in Gambia, Somalië en Somaliland vredesbesprekingen wel tot enige verlichting en een voorlopig afname van wapengeweld leidden. Ook in Myanmar, waar dus wel een oorlog woedt, zijn de vredesbesprekingen nog niet afgebroken.

Doekje voor het bloeden

Pessimisten en cynici zullen zeggen dat die vredesbesprekingen in het gunstigste geval een doekje voor het bloeden zijn, in het slechtste geval een rookgordijn om kwade intenties te verbergen. Hulpverleners en hun organisaties zijn op dit moment ook een doelwit van (terechte) kritiek op hun moraal in crisisgebieden. Maar los van al die verfoeilijke misstanden, is in de praktijk elk staakt-het-vuren, hoe kortstondig ook, een verlichting en teken van hoop voor de bevolking in dat gebied. Neem de overeenkomst in Libanon, tussen Hezbollah en soennitische militante groeperingen. Daardoor konden het afgelopen jaar duizenden vluchtelingen naar een veilig(er) gebied worden gebracht, inclusief gevluchte strijders en hun families.

En Europa? Een fascinerend netwerkdiagram in de Conflict Barometer laat zien dat Europa nog maar bij één conflict betrokken is (deelname aan VN-operaties wordt hier niet meegeteld): met Rusland. En dat is geen open gewelddadig conflict, maar een cyberconflict. Omgekeerd is Rusland vanaf 2012 een steeds dikkere knoop van conflictdraden geworden.

Goed nieuws dus voor Nederland en Europa. Slecht nieuws voor de ontwortelde bewoners van Soedan, Syrië, de slachtoffers van Boko Haram, de bevolking van Venezuela en Mexico, om maar wat te noemen. Hun nieuws wordt er niet beter op als de Europeanen en sommige van hun leiders zich blijven wentelen in cynisme, het moeizame werk van vredesoperaties niet erkennen en zich in illusionaire identiteitspolitiek vastbijten. Laat die geopolitieke overwegingen ook eens meespelen bij onze lokale gemeenteraadsverkiezingen: draagt uw partij bij aan méér of minder oorlog, geweld en online conflicten op de wereld?

Beatrice de Graaf is hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht.
    • Beatrice de Graaf