Opinie

De wél effectieve variant van schuldhulp gaat stil ten onder

Schulden Gemeenten laten schuldenaren te lang doorrommelen, meent . Dat kost iedereen geld.

Amsterdam-Noord, één jaar na de veelgeprezen documentaireserie ‘Schuldig’, die een buurt verbonden door schuld toonde. Foto: Olivier Middendorp

De werkloosheid daalt en de koopkracht stijgt. Maar niet alle Nederlanders profiteren daarvan: 300.000 tot 500.000 huishoudens kampen met problematische schulden. Dat schaadt niet alleen schuldenaar en schuldeisers, het brengt ook enorme maatschappelijke kosten met zich mee – zo’n 100.000 euro per schuldenaar over een periode van tien jaar, berekende het Nibud. Alle reden om te zoeken naar snelle en effectieve sanering.

Nederlanders met problematische schulden moeten zich nu eerst melden bij een gemeenteloket. In de helft van de gevallen biedt de gemeente de schuldeisers een regeling aan. Bij de rest beperkt de gemeente zich tot ondersteunende hulp aan de schuldenaar (stabilisatie). Voor de schuldeisers is dit traject vrijblijvend: zij kunnen medewerking weigeren. Het resultaat van de hulp is dan ook te mager.

Lees ook: Schuldsanering, het kan zeker

Een andere variant, wettelijke schuldsanering via de rechtbank, beter bekend als de Wsnp (Wet schuldsanering natuurlijke personen), is veel effectiever. Als de schuldenaar zich drie jaar aan de saneringsregels van de Wsnp houdt, dan verleent de rechtbank de schuldenaar een zogeheten schone lei. Maar voordat de rechtbank de schuldenaar tot die regeling toelaat, moet hij aantonen dat het gemeentelijke traject is mislukt.

Mensen met ‘onoplosbare schulden’ kan of wil de gemeente vaak niet eens helpen. Het verschilt per gemeente, maar aan saneringshulp worden nogal eens strenge voorwaarden gesteld: eerst van je verslaving af, eerst je huis verkopen, eerst je scheiding afronden, eerst je onderneming sluiten. En kom daarna maar terug.

In 2016 klaagde de Nationale Ombudsman al over lange doorlooptijden, naïef vertrouwen in zelfredzaamheid en inadequate doorgeleiding naar de Wsnp. Die wettelijke schuldsanering zelf, daarentegen, werkt uitstekend. Liefst 90 procent rondt dat traject binnen drie jaar af met schone lei. Bij het gemeentelijke traject kunnen schuldeisers een oplossing blokkeren. Bij wettelijke schuldsanering is het als rechtvaardig beoordeelde spaar- en aflossingsoptimum in de wet vastgelegd. Schuldeisers moeten met drie jaar spaaropbrengst genoegen nemen. Loonbeslag, uithuiszetting of energieafsluiting kan ermee voorkomen worden.

Eerst moet je ‘mislukken’

Waarom melden schuldenaren zich dan niet meteen aan voor de Wsnp? Dat ligt aan de voorwaarde dat je eerst moet ‘mislukken’ in het gemeentelijk traject. In reactie op de magere prestaties in het gemeentelijke traject, wil de koepelorganisatie voor schuldhulpverlening (NVVK) steeds meer elementen uit de Wsnp naar het gemeentelijke traject halen. Maar dat lijkt mij niet de goede weg.

In 60 procent van de geselecteerde gevallen wijzen schuldeisers het gemeentelijke aanbod bovendien af. De NVVK stelt nu voor alle schuldeisers wettelijk te verplichten aan de gemeentelijke schuldregeling mee te werken. Maar zo’n regeling hebben we al! Juist, dat is de Wsnp. Het aantal nieuwe Wsnp-zaken nam in de periode 2012-2017 echter af van bijna 14.000 naar minder dan 8.500 per jaar. Belangrijkste oorzaak: ook al mislukt het minnelijke traject, gemeenten geleiden schuldenaren minder door naar de Wsnp. Wat gebeurt er dan met al die mensen in een problematische schuldsituatie? Exacte gegevens zijn niet bekend. Een grote groep zoekt heil bij een beschermingsbewindvoerder. Die beheert het budget maar heeft geen wettelijke taak om schuldsituaties op te lossen. De screenende gemeenten en beschermingsbewindvoerders kunnen vele schuldenaren dus niet aan een schone lei helpen. En de Wsnp, hoewel bewezen effectief, dreigt ondertussen in stilte ten onder te gaan. Dat betekent dat van een grote groep schuldenaren op zijn best het budget bewaakt wordt. Uitzicht op een schone lei is er niet.

Lees ook: Amsterdam zoekt grenzen op bij hulp schuldsanering

Schuldsanering gaat gebukt onder de (markt-)dynamiek van belangentegenstellingen: tussen schuldenaar en schuldeisers, tussen concurrerende beroepsgroepen. De overheid moet ingrijpen teneinde middelen doelmatig in te zetten en schuldenaren een schuldenvrije toekomst te bieden. Voor de korte termijn bepleit ik een veel groter aantal toepassingen van de Wsnp – bijvoorbeeld door het vereiste van het gemeentelijke voortraject te schrappen of gemeenten te dwingen in alle gevallen waarin schuldeisers niet binnen zes maanden met een regeling hebben ingestemd, schuldenaren door te verwijzen naar de Wsnp. Op langere termijn bepleit ik één geïntegreerd, breed toegankelijk wettelijk traject dat in een veel eerder stadium van de hulpverlening algemeen wordt ingevoerd.

Professor Huls, een van de grondleggers van de wettelijke schuldsanering in Nederland, besloot vorig jaar zijn afscheidsrede met de oproep een projectminister van Schulden te benoemen. De gedachte onderschrijf ik: de schuldenproblematiek overstijgt departementaal beleid. Rutte en zijn ministers vraag ik samen werk te maken van adequate schuldsanering. Berekend is dat 1 euro investeren in schuldhulp de maatschappij 2 euro 40 kan opleveren. Ik pleit daarom voor een geïntegreerde, efficiënte en effectieve schuldhulp: daar zullen uiteindelijk de hele Nederlandse samenleving én ’s Rijks schatkist beter van worden.