Recensie

Schatgraven in het familieverleden

Geschiedenis

De Britse historicus Mark Mazower schreef een geschiedenis van zijn Russisch-Joodse familie. Het is een ontroerend portret van ontheemden, die in Engeland een nieuw thuis vonden.

Het gezin Mazower, Highgate ca. 1936. Met Max en Frouma en hun kinderen William en Ira FOTO uit besproken boek

Wat voor een soort begrafenis hebben de ouders van je vader gehad? Deze op het eerste gehoor simpele vraag, die hem gesteld werd op de dag van zijn vaders overlijden in 2009, zette de Britse historicus Mark Mazower (1958) aan het denken. Voor zover hij wist, kwam hij uit een middle-class familie, die al twee generaties in het keurige Noord-Londense Highgate woonde. Met de geschiedenis van die twee grootouders had hij zich nooit serieus beziggehouden, ook al had hij er zijn vader, William Mazower, een paar jaar eerder over geïnterviewd. Met weinig opzienbarend resultaat.

Mazower begon zich nu alsnog in die kant van zijn familie te verdiepen. Hij dook de archieven in en spitte een halve eeuw zakagenda’s van zijn vader door. Dat onderzoek heeft een fascinerend boek opgeleverd: Wat je niet vertelde. Een Russische familiegeschiedenis. Het is een microgeschiedenis, waarin je aan de hand van een handvol familieleden een boeiend inkijkje krijgt in de wereld van de Russisch-Joodse intelligentsia in zowel het Rusland van de tsaar, als in de Sovjet-Unie van Lenin en Stalin en het Londen van de jaren 1920-1950.

Veilige haven

De ouders van William, Max Mazower en Frouma Toumarkine, hadden als Russisch-Joodse ballingen in de jaren twintig in Engeland een veilige haven gevonden. Max, in 1874 als Mordchel Mazower geboren in een arm gezin in het Wit-Russische Grodno, raakte eind negentiende eeuw actief in de illegale Joodse arbeidersbeweging de Bund, die een einde wilde maken aan de autocratie van de tsaar. Dankzij zijn werk als boekhouder bij een handelsfirma in Wilna, de hoofdstad van het huidige Litouwen, kende hij als een van de weinige Joden in zijn land Russisch. Hierdoor kwam hij al gauw in de leiding van de Bund, die de eerste marxistische volkspartij was uit de Russische geschiedenis.

Mazower beschrijft de opkomst en ondergang van die Joodse revolutionaire beweging in een kort maar krachtig bestek. Als gevolg van de bloedige pogroms van 1903 steeg het aantal leden van de Bund enorm. Vooral haar kritiek op de rijke Joden, die de pogroms probeerden af te kopen, maakte de beweging populair bij Joodse arbeiders. Ook was de Bund fel gekant tegen het zionisme: de toekomst van de Joden lag in Rusland en niet in Palestina, waar ze tweeduizend jaar eerder uit waren verjaagd.

In 1905 was de Bund met 34.000 leden zelfs drie keer zo groot als de Russische Sociaal Democratische Arbeiders Partij (RSDAP). Lenin, die geen concurrentie duldde, vond dan ook dat de Bund in zijn partij moest opgaan, wat de bundisten weigerden. In het vervolg beschuldigden ze de bolsjewiekenleider van dictatoriale neigingen, wat na 1917 ook anderen duidelijk zou worden.

Als vooraanstaand lid van de Bund was Max verantwoordelijk voor het drukken en verspreiden van illegale opruiende Jiddisje geschriften in het gebied tussen Warschau en Vitebsk. Toen hij in 1907 voor een tweede keer door de tsaristische politie werd gearresteerd en naar Siberië verbannen, ontsnapte hij en vluchtte naar Engeland. Daar zei hij zijn activistische verleden vaarwel. Met vrijwel niemand zou Max het hierna nog over zijn revolutionaire verleden hebben, zoals hij evenmin ooit over zijn arme komaf zou vertellen.

Als gevolg van de tsaristische repressie na de neergeslagen revolutie van 1905 telde de Bund in 1910 nog maar zo’n tweeduizend leden. Maar ex-bundisten zouden onder Lenin en Stalin overal machtsposities bekleden, zowel bij de geheime politie als in de regering.

In 1914 ging Max voor een Amerikaanse firma voor het eerst terug naar Rusland. Dit keer niet als revolutionair, maar als verkoper van schrijfmachines, die toen even populair waren als de iPhone nu. Binnen de kortst mogelijke keren werd hij een succesvol zakenman.

In Sint-Petersburg maakte hij drie jaar later de revolutie mee. Maar toen de Britten na Lenins staatsgreep in november 1917 diens grootste vijanden werden, liep Max opnieuw gevaar en keerde hij in 1920 naar Engeland terug. De komende vier jaar bezocht hij Rusland alleen nog als lid van een Britse handelsmissie.

In Noord-Londen wemelde het intussen van de geëmigreerde Russen, die, of ze nu bolsjewieken, mensjewieken of van een andere revolutionaire gezindte waren, als goede vrienden met elkaar omgingen, terwijl de bolsjewieken hun tegenstanders in Rusland naar het leven stonden. Het verleidt Mazower om uit te zoeken of Max misschien omging met bolsjewistische kopstukken als Maksim Litvinov, Lenins wapeninkoper en later Stalins minister van Buitenlandse Zaken. Door zulk onderzoek smaakt dat Russisch getinte Londen voortdurend naar de wereld van meesterspion Sidney Reilly.

Showproces

Een mooi hoofdstuk wijdt Mazower aan zijn in 1909 geboren oom André, van wie hij aanvankelijk aanneemt dat deze de zoon was van Max en de revolutionaire Sofia Krylenko. André woonde bij Max in Londen, terwijl Sofia – de zuster van Nikolaj Krylenko, Stalins procureur-generaal tijdens de eerste showprocessen – de Sovjet-Unie niet mocht verlaten en zou sterven in een psychiatrische strafinrichting. Toen Max in 1924 van een Russische zakenreis terugkeerde met een nieuwe vrouw, Frouma Toumarkine, en haar achtjarige dochter uit een eerder huwelijk, voelde André zich overbodig in dat nieuwe gezin. Na de geboorte van William, een jaar later, werd dat gevoel versterkt. André zette zich tegen zijn familie af en emigreerde in 1948 naar Franco’s Spanje, waar hij onder de naam André Krylenko fel antisemitische geschriften publiceerde. Dankzij zijn onderzoek weet Mazower te achterhalen dat André waarschijnlijk niet de zoon van Max was, maar van een Russische aristocraat die voor de revolutie in Parijs woonde.

Mazowers speurtocht naar het lot van zijn familieleden levert het ene na het andere indrukwekkende verhaal op over het dagelijks leven van de Russisch-Joodse Sovjet-elite, die onder Stalin is uitgeroeid. Pas de laatste honderd bladzijden van zijn boek gaan over zijn vader, William. Met een been staat deze nog in de Russische wereld van zijn ouders Max en Frouma, maar voor de rest verschilt hij weinig van zijn oer-Engelse vrienden uit de middle class. Hij studeert in Oxford, dient zijn vaderland in het leger, stemt Labour, heeft een goede baan, viert Kerstmis en geniet van zijn knusse gezin. Als hij zich ergens op zijn gemak voelt, dan is het wel op Engelse bodem. En daarin verschilt hij hemelsbreed van zijn ouders, die zich tot aan hun dood Russen zijn blijven voelen.

    • Michel Krielaars