May presenteert haar Brexit-plan, met een draai

Tijdens haar langverwachte speech bleek premier May een minder harde Brexit te willen dan verwacht.

De Britse premier May geef haar langverwachte speech. Foto Leon Neal/AP

De planning verliep warrig. De Siberische winterstorm ‘Beast from the East’, die ook in het VK heerst, noopte Theresa May haar toespraak niet in Newcastle, maar gewoon in Londen te houden. Een ruzie met Brussel over de Noord-Ierse grenskwestie deed afbreuk aan het idee dat de Britse premier eindelijk procesmatig tot een coherent plan kwam. Toch gaf May in Mansion House, in het financiële hart van de hoofdstad, haar meest gedetailleerde toespraak met het meeste realiteitsbesef, sinds het begin van de onderhandelingen over het Britse uittreden. „Het leven zal anders zijn”, erkende de premier.

Dat betekent minder goede toegang voor Britse bedrijven tot het Europese vasteland. De Brexit afblazen is een gepasseerd station, aldus May. Goud is verkeken, maar zilver is nog haalbaar. De Britten willen een uniek, breed, alomvattend en diepgaand handelsakkoord, dat zorgt dat de EU en de Britten nauwe handelspartners en trouwe bondgenoten blijven. Ook moet de grens tussen de Ierse Republiek en Noord-Ierland, een Britse provincie, zo ‘zacht’ mogelijk blijven.

Geen nieuw pakket

Dat pakket aan wensen is niet nieuw. Dat is iets wat May al maanden zegt. May begon haar toespraak met te citeren uit een eerdere toespraak en redevoeringen van vorig jaar samen te vatten. De leider van de Britse Conservatieven veegde en passant bestaande samenwerkingsmodellen tussen de EU en derde landen van tafel. Het Noorse model (betalen voor deelname interne markt en zonder veel invloed EU-regels overnemen) is niet wenselijk: te veel verplichtingen. Het Canadese model (een vrijhandelsakkoord dat alleen goederen dekt), is eveneens geen optie: te weinig toegang tot de Europese markt. Dit neigt naar de taart-variant (have your cake and eat it too), dacht menig Britse commentator. Toen kwam de draai.

Twintig maanden lang, sinds het referendum in juni 2016, heeft May gezegd wat niet acceptabel is. Tijdens haar toespraak — het begon juist op dat moment hevig te sneeuwen in Londen — bleek opeens dat May niet versmolten is met de hardliners binnen haar partij. Minuten lang ratelde ze af op welke wijze de Britten verbonden wensten te blijven met de EU, om maar te zorgen dat handel in goederen en diensten, de ruggengraat van de Britse economie, zo ongemoeid mogelijk kon blijven.

Lidmaatschap van Europese toezichthouders en agentschappen? Prima. Het overnemen van grote delen van EU-regelgeving, zo cruciaal in het vormgeven van de interne markt? Vanzelfsprekend. Erkenning dat het Europees Hof van Justitie als gevolg indirect een belangrijke rol blijft spelen in het Verenigd Koninkrijk? Ja, erkende de premier. „Als onderdeel van onze toekomstige partnerschap ons parlement een wet aanneemt die identiek is aan een EU-regel, is het logisch dat onze rechters kijken naar relevante uitspraken van het EU-hof”, zei May. Dat is andere taal dan in haar toespraak in oktober 2016 toen May verkondigde dat na Brexit „onze rechters niet in Luxemburg zetelen”.

Geen witte vlag

Al deze concessies zijn volgens May nodig om te zorgen dat goederen zo makkelijk mogen van het Verenigd Koninkrijk naar de EU, en vice versa, kunnen. Een Britse auto die naar Frankrijk wordt geëxporteerd moet in de visie van May slechts één keer gecontroleerd worden en vervolgens vrij verhandelbaar zijn naar België, Nederland en Duitsland. Zulk een verregaande vorm van economische integratie kan alleen als de Britten zich voor een aanzienlijk deel binden aan het acquis communautaire.

May was echter stellig. Dit alles betekent niet dat zij de witte vlag hijst. Brexit gaat om controle terugkrijgen en dat doel zal behaald worden. Het Britse parlement zal soeverein zijn, hield ze toehoorders voor. Als het Britse Lager- en Hogerhuis op een dag besluiten niet EU-regels te volgen dan staan hen dat vrij. „Wel in de wetenschap dat dat gevolgen heeft voor markttoegang”, aldus de premier.

Haar wending was al langer in de maak. Deze toespraak was de coda van een stuk dat May aan het begin van dit jaar componeerde. May liet afgelopen maand andere ministers speeches geven op hun beleidsterreinen. Liam Fox over internationale handel. David Lidington over overdracht van EU-bevoegdheden aan Wales, Schotland en Noord-Ierland. Boris Johnson over wat een opgewekte Brexit betekent. Zelf pleitte de premier op een belangrijke veiligheidsconferentie in München voor een nieuw defensieverdrag tussen Europa en de Britten. Tegelijkertijd smeedt May eenheid door haar ruziënde ministers te verordonneren naar Chequers te komen, het buitenhuis van de premier.

Dat May ordentelijk tot een standpunt kwam en dat in een toespraak vol details verkondigde, neemt niet weg dat er nog steeds grote vragen open staan. Nog steeds lijkt May van zins op sommige punten wel de lusten maar niet de lasten te willen. Ze wil wel tariefvrije handel met de EU, maar ze wil niet gebonden zijn aan het Europese gemeenschappelijke handelsbeleid. Handelsakkoorden met de rest van de wereld sluiten is juist een belangrijk doel van Brexit. May wees er in haar speech op dat er niks mis is met cherry picking, dat de EU daar ook een handje van heeft.

Nog steeds is May bijzonder onduidelijk hoe ze van plan is de grens met Noord-Ierland open te houden. In haar toespraak zei ze dat ze wil dat er gekeken of kleine bedrijven speciale toestemming kunnen krijgen om grenshandel te drijven, aangezien dit de bulk van het economisch verkeer is. Eerder zei de EU dat zoiets niet mogelijk was. Ook is nog onduidelijk hoe May de EU zo ver wil krijgen over een op maat gemaakt handelsverdrag te praten. EU-onderhandelaar Michel Barnier sloot dit uit als een mogelijkheid. En May geeft geen inzicht hoe zo’n proces snel afgerond kan zijn. Doorgaans duren dit soort gesprekken vijf tot tien jaar. Zo veel tijd heeft May niet. Eind 2020 moeten de puntjes op de i staan. Na deze toespraak is er een nieuwe vraag bijgekomen. Als de Britten bereid zijn zich vast te leggen, zich zo nauw te spiegelen aan de Europese Unie, waarom dan nog uittreden?