Nu wil ook laadpaalbedrijf Alfen naar het Damrak

Beursgang Nog nooit van Alfen uit Almere gehoord? Dat is precies de reden waarom het naar de Amsterdamse beurs gaat, zegt de topman.

Een auto opladen op straat in Den Haag gebeurt via een elektrische laadpaal van Alfen. Foto Roos Pierson

En dat is drie. Nadat begin deze week zakenbank NIBC en groothandelaar B&S hun komst naar het Damrak aankondigden, was het donderdag de beurt aan Alfen: een bedrijf dat transformatorstations, laadpalen voor elektrische auto’s en energieopslagsystemen verkoopt.

Met een omzet van 74,3 miljoen euro is Alfen een van de kleinste van de ondernemingen die de afgelopen jaren naar de beurs gingen. Maar het bedrijf uit Almere groeit hard. Topman Marco Roeleveld zegt over de telefoon zelfs dat hij „meer dan 40 procent groei” op de middenlange termijn verwacht. De afgelopen jaren haalde Alfen dat bij lange na niet en groeide de omzet steeds met zo’n 20 procent, blijkt uit jaarcijfers.

Maar bij Alfen voelt men de wind van de energietransitie onder de vleugels. De toename van zonne-energie, windenergie en elektrisch rijden is de basis waarop het bedrijf uit Almere zijn toekomst bouwt. Roeleveld zegt dat Alfen „echt een unieke positie” heeft omdat het geintegreerde energieoplossingen kan aanbieden voor die energietransitie.

Als voorbeeld haalt hij een project aan bij het voetbalstadion van ADO Den Haag. Alfen werkt daar aan een project waarbij het de zonne-energie opslaat die wordt opgewekt op het dak van het stadion , zodat die kan worden gebruikt voor de laadpalen voor elektrische auto’s op de parkeerplaats van het complex. Alfen zorgt ook voor de infrastructuur zodat tientallen auto’s tegelijk kunnen worden opgeladen en de stoppen er niet uitslaan.

Alfen (234 werknemers) werd in 1937 opgericht in Hilversum als J. van Alfen’s fabriek van hoog– en laagspanningsapparaten. Sinds de jaren zestig produceert het transformatorstations. In 2008 kwamen daar de laadpalen en in 2011 de energieopslagsystemen bij.

In Nederland heeft Alfen naar eigen zeggen een marktaandeel van 30 procent op de laadpalenmarkt en heeft het in de loop der jaren zo’n 40.000 palen geplaatst. Die op straat in Den Haag zijn bijvoorbeeld van Alfen. Groei van het aantal elektrische auto’s betekent groei van Alfen, zo redeneert Roeleveld. „Voor iedere auto moet je op gemiddeld twee laadpunten rekenen.”

Geen dividend

De familie Alfen zit al lang niet meer in het bedrijf. Alfen is nu 100 procent in handen van Infestos uit Enschede, de investeringsmaatschappij van multimiljonair Bernard ten Doeschot, bekend van koolstofproducent Norit. Met de beursgang wil Infestos een deel van de aandelen verkopen. Hoeveel en tegen welke prijs kan Roeleveld nog niet zeggen.

De topman benadrukt dat voor een beursgang (en bijvoorbeeld niet verkoop aan een private-equityfirma) is gekozen omdat Alfen nu alleen nog bekend is in kleine kring in Nederland. „Een beursgang is een kwaliteitskeurmerk dat voor meer naamsbekendheid in binnen- en buitenland zorgt en daarmee de groei aanjaagt”, zegt Roeleveld.

En met name om dat buitenland is het Alfen te doen. Doel is om binnen enkele jaren meer dan de helft van de omzet uit het buitenland te halen. Nu is dat nog 18 procent.

Hoewel Alfen nog in een groeifase verkeert, maakt het al jaren winst. Beleggers hoeven echter niet te rekenen op dividend de komende jaren. De winst wordt gebruikt voor verdere uitbreiding.

Begin februari maakten wereldwijde aandelenkoersen nog een plotselinge duikvlucht. Die paniek is inmiddels vergeten. Het is weer dringen op de beurs