Shirin Musa, oprichter van Femmes voor Freedom: „Soms word ik ‘moslimfeminist’ genoemd, maar dat vind ik een stom woord”.

Andreas Terlaak

‘Ik kreeg de vraag: word jij de nieuwe Hirsi Ali?’

Shirin Musa | Vrouwenrechtenactivist

Met Femmes for Freedom strijdt Shirin Musa voor de vrijheid van vrouwen uit patriarchale gemeenschappen. Ze lokt veel woede uit, bij links én rechts.

Sinds januari heeft Shirin Musa een nieuwe communicatiemedewerker in dienst. Die schrok meteen van „alle bagger” die Femmes for Freedom, Musa’s vrouwenrechtenorganisatie, over zich heen krijgt. „Welkom in de vrouwenbeweging!” zei Musa toen.

Ze vertelt het opgewekt, want ze is intussen wel wat gewend. De aanvallen komen van meerdere kanten. Zo gaat dat, als je een feminist met een moslimachtergrond bent en onder andere strijdt voor de seksuele vrijheid van vrouwen uit patriarchale gemeenschappen.

Je zet onze dochters aan tot seks, zegt de conservatieve moslim.

Als jij zo voor vrijheid strijdt, waarom draag je dan een hoofddoek, vraagt de rechtse nationalist.

Je geeft rechtse nationalisten munitie met je kritiek op de moslimgemeenschap, zegt de intersectionele feminist.

Met hen allemaal wil Musa in gesprek. „We gaan graag de discussie aan, we hebben een bakje-koffie-mentaliteit.”

Musa vertelt het terwijl ze een pot thee op tafel zet, met paaseitjes en kaneelvlinders ernaast. Ze woont nog niet lang in haar Rotterdamse woning, die nieuw is en blinkt van het zonlicht. „Dit is mijn girl cave”, zegt ze lachend. Dat meisjesachtig lachen doet ze nu en dan vanuit het niets. Het geeft haar betoog iets lichts.

Musa richtte Femmes for Freedom op in 2011. Nadat ze als eerste Nederlandse vrouw een religieuze scheiding had afgedwongen via de rechter, ging ze zich bezighouden met het bestrijden van ‘huwelijkse gevangenschap’ – een term die ze zelf introduceerde. Weigering van een religieuze scheiding kwam mede door haar lobbywerk in het Wetboek van Strafrecht.

Daarnaast helpt Femmes for Freedom individuele vrouwen die te maken hebben met bijvoorbeeld huwelijksdwang, eerwraak of seksueel geweld. Zo stond Musa onlangs een aantal Hindoestaanse vrouwen bij die maatschappelijk werker Soerin Narain beschuldigden van seksueel misbruik. „Soms word ik ‘moslimfeminist’ genoemd, maar dat vind ik een stom woord”, zegt Musa. „We baseren ons op mensenrechtenverdragen, niet op heilige geschriften. En Femmes for Freedom bedient niet alleen moslimvrouwen.”

De meeste publiciteit kreeg de postercampagne in Rotterdam. Overal in de stad verschenen op abri’s foto’s van etnisch gemengde zoenende stelletjes – moslima met Joodse jongen, wit met getint meisje – en eronder de tekst: ‘In Nederland kies je je partner zelf.’

Het idee voor de campagne ontsprong in de praktijk, vertelt Musa. „Veel meisjes die bij ons terechtkomen, hebben een zwart vriendje gehad of werden ongehuwd zwanger. Zij moeten onderduiken of breken met hun familie omdat ze zich niet kuis hebben gedragen. Ik wil dat vrouwen vrij zijn om zelf hun keuzes te maken zonder dat ze ervoor gestraft worden.”

Met haar idee voor de postercampagne benaderde Musa wethouder van integratie Ronald Schneider. Haar plan werd uiteindelijk met brede steun uitgevoerd door het college. De campagne, die vanwege de betrokken wethouder al snel het etiket ‘Leefbaar-campagne’ kreeg, werd door critici stigmatiserend en paternalistisch genoemd. „Moslims pesten”, vond moslimpartij NIDA. Musa moest erom lachen en huilen. „Ik ben zelf een moslimvrouw, ik wéét wat discriminatie en moslimhaat is, denken ze nou echt dat dit een racistische campagne is geweest?”

„Mijn moeder heeft onvoorwaardelijk van alle kinderen gehouden, maar ik voelde dat mijn broers belangrijker waren”

De controverse duurt nog steeds voort, want vorige week maakte de Amsterdamse wethouder Simone Kukenheim bekend dat de campagne ondanks eerdere toezeggingen niet naar de hoofdstad komt. Reden: de benodigde 25.000 euro vindt het college te duur. Onzin, zegt Musa: „Ik denk dat de wethouder niet durft. Eerder kreeg ik nog te horen dat het plan te heftig was.” Toch klinkt ze monter. „We worden gesteund door mensen uit alle lagen van de samenleving. We geven niet op, we hebben een plan B. Ik kan nog niet zeggen wanneer, maar de kusjes zullen snel naar Amsterdam komen.”

Veel aansporing heeft Musa niet nodig om haar verhaal te vertellen, ze steekt al van wal bij het theezetten. Haar leven staat in dienst van het activisme; over de liefde, bijvoorbeeld, wil ze niks kwijt. Ja, ze heeft wel vrije tijd, en dan kookt ze graag voor vrienden en familie, maar het werk houdt nooit echt op. De werktelefoon staat doorgeschakeld naar haar mobiel, „voor bepaalde mensen ben ik altijd bereikbaar”. Tijdens het gesprek hoest ze voortdurend – een overblijfsel van een decembergriep. Toen was er geen tijd om vrij te nemen, de postercampagne was weer eens in het nieuws. „Het is soms een achtbaan. In bed bedenk ik vaak wat ik allemaal nog moet doen. Er is nu momentum.”

Haar energie en doorzettingsvermogen heeft Musa naar eigen zeggen te danken aan haar afkomst. Ze werd „geboren in windkracht 10’’. Haar Pakistaanse ouders (ze kwamen naar Nederland toen Musa zes maanden oud was) moedigden haar weliswaar aan om te studeren en te werken, maar toch voelde ze zich als een meisje behandeld. „Mijn moeder heeft onvoorwaardelijk van alle kinderen gehouden, maar ik voelde dat mijn broers belangrijker waren. Dat zat me zó dwars. Ik was erdoor geobsedeerd, ik wilde precies hetzelfde behandeld worden als mijn broers. Ik zag erop toe dat we dezelfde verjaardagstaart kregen en even mooie cadeautjes.”

De ongelijkheid zit ’m vooral in familie-eer, liefde en seksualiteit, vertelt Musa. „Meisjes moeten zich aan de kuisheidsnorm houden. De laatste tijd zegt mijn vader: ‘Shirin, denk aan de familie-eer, wil je alsjeblieft je hoofddoek niet afdoen en rein leven?’ Het is altijd die eer weer, die vooral voor dochters geldt. Van mijn ouders mag ik niet ongehuwd samenwonen. En als ik iemand ontmoet, moet hij aan al die religieuze voorschriften voldoen. In de islam mag een man wel met een christen of jood trouwen, maar vrouwen niet.”

Heeft u uw vader niet aan het denken gezet?

„Nee, nee, nee. Mijn broer is met een Nederlandse, dus ik heb mijn vader een keer gevraagd: wat als ik met zo iemand zou thuiskomen? Het antwoord was radicaal: dan ben je mijn dochter niet meer.”

Heeft u begrip voor de standpunten van uw ouders?

„Ja, ik begrijp ze en ik geef ontzettend veel om ze. Ze komen uit een hele andere setting. En als je vergelijkt hoe ze vroeger dachten en hoe ze nu denken… ik mocht nooit op werkweek, ik ben nooit op een schoolfeest geweest. Maar mijn jongste drie zussen hebben dat wel gedaan.”

Wat betekent het geloof voor u?

„Ik beleef mijn geloof op een individualistische manier, op de dag des oordeels is het niet het collectief dat ter verantwoording staat. Mijn hoofddoek draag ik vooral omdat ik het gewend ben en omdat het lekker voelt, naar de moskee ga ik een keer per jaar. Wat ik van huis uit heb meegekregen is dat niet alleen de relatie van mens tot god, maar ook die van mens tot mens belangrijk is. Het is een plicht om iets te doen voor je medemens.”

„Thierry vind ik een aardige jongen, al zou ik voor de vrouwenzaak niet als eerste naar Forum gaan”

‘Ik was als kind al feminist’ heeft u wel eens gezegd.

„Ik ben opgegroeid in de jaren tachtig, toen Margaret Thatcher, Indira Gandhi en Benazir Bhutto regeerden. Toen de Challenger ontplofte en ik zag dat er ook een vrouw aan boord was, dacht ik: vrouwen kunnen hetzelfde bereiken als mannen. Niet de sky is de limit maar er is geen limit.”

Misschien is er geen limiet, maar er zijn wel obstakels. Zo zijn er de mannen uit patriarchale gemeenschappen die niets moeten hebben van een vrouw met een afwijkende mening. Een van hen bestookte haar tijdens de postercampagne met e-mails en nachtelijke telefoontjes. Hij klaagde dat ze moslima’s aanzet tot seks met joden.

Maar ze stuit ook op progressievelingen die haar verwijten islamofobie te zaaien. Toen ze pleitte voor het strafbaar maken van huwelijkse gevangenschap zei een wetenschapper tegen haar: „Dat is islamofoob, ga jij de nieuwe Ayaan Hirsi Ali worden?” Musa: „Ik zei: ‘hoezo islamofoob? Ik heb het meegemaakt!’ Men is zo bang om aan die groep te komen. Vaak hoor ik: het gebeurt ook in Urk, of bij Vindicat. Ja, ook dáár komt geweld voor, maar die meisjes worden niet om het leven gebracht, er is geen eerwraak. Er zijn geen appgroepen waarin duizenden vrouwen voor hoer worden uitgemaakt. Als je de problemen van migrantenvrouwen ontkent, steun je het patriarchaat. Weegt de angst om voor iets te worden uitgemaakt zwaarder dan de mensenrechten van vrouwen?”

Omdat het onderwerp zo gevoelig ligt, kost het haar veel moeite politici en ambtenaren tot samenwerking te bewegen, vertelt ze. „Al in 2014 probeerde ik aan ambtenaren van Sociale Zaken duidelijk te maken dat de programma’s voor migrantenvrouwen niet alleen moeten gaan over thema’s als huwelijksdwang en eerwraak, maar ook over seksuele vrijheid, veiligheid en de gelijkheid van vrouwen. Maar de ambtenaren zeiden: nee, dat kunnen de gemeenschappen niet aan.”

Ze heeft geleerd zich behendig te bewegen in de politiek en met iedereen in gesprek te gaan. Dat is ook de reden dat ze inging op de uitnodiging van Thierry Baudet om een toespraak te houden op de oprichtingsdag van zijn jongerenpartij. „Op Twitter zetten mensen me onder druk, ze vonden dat ik niet moest gaan. Maar mijn collega zei: ‘Shirin, niet tobben. Je gaat toch naar alle politieke partijen? Dus als Forum je uitnodigt, moet je ook gaan.’”

Andreas Terlaak

Baudet heeft een andere politieke agenda dan u. Aarzelde u niet toen hij u verzocht hem te blijven voeden met voorbeelden van misstanden uit de moslimgemeenschap?

„Toen ik aan dit werk begon was ik een groentje, in de zin dat ik in links-rechts dacht. Een van mijn goede vriendinnen, hardcore links, zei tegen me: jij moet steun krijgen, dus je gaat ook met de PVV praten. En wat bleek? Er zijn ook goede PVV’ers, zoals Lilian Helder en Raymond de Roon. Met De Roon heb ik een keer een warm gesprek gehad. Thierry vind ik ook een aardige jongen, al zou ik voor de vrouwenzaak niet als eerste naar Forum voor Democratie gaan.”

Haar weigering rechts te boycotten zorgt geregeld voor conflicten met de linkse goegemeente, vertelt Musa. Sylvana Simons noemde de postercampagne op Facebook ‘aanmatigend’ omdat hij een ‘dubieuze afzender’ had (Leefbaar Rotterdam). Feministe Anja Meulenbelt verweet Musa samen te werken met ‘islamofobe rechtse lieden’, omdat Frits Bolkestein en Paul Cliteur stukjes hebben geschreven voor de website van Femmes for Freedom. „Ze vroeg zich op haar Facebookpagina af waarom onze fondsen met ons samenwerken. Daarna werd ik door een van mijn fondsen gebeld. Toen kon ik het gewoon niet meer hebben.”

U noemde Simons en Meulenbelt op Twitter ‘sneue loopvrouwtjes van het patriarchaat’ en verweet ze racisme.

„Ik heb het heel lang het ene oor in en het andere oor uit laten gaan, maar toen ik dat bericht van Sylvana las, dacht ik: ga toch weg. Daar kun je niet genuanceerd over twitteren, ik wilde een grote steen in de vijver gooien. Ik dacht: er zijn zoveel problemen in de stad, en out of everything kom je met deze bagger aanzetten?” Ze gaat steeds harder praten. „Als ik als moslimvrouw mijn mond opendoe over de emancipatie van vrouwen word ik gedemoniseerd en zwartgemaakt. Rechts zegt: zie je wel, die achterlijke moslims. En links concludeert dat ik samenwerk met islamofoben. Iedereen gebruikt het onderwerp voor z’n eigen agenda.”

Het is soms een eenzame strijd, zegt ze. Ze maakt zich druk om thema’s die andere feministen zijn vergeten, zoals de vrouwenopvang. „Toen de Blijf Groep een kort geding tegen ons aanspande omdat we aankaartten dat het er een bende was, sprak geen enkele vrouwenorganisatie of feminist zich in het openbaar uit om ons te helpen.”

„Dit is de eeuw van de vrouw”

Waarom niet?

„Dat weet ik niet. Privilege misschien.” Ze lacht. „Kijk, zij kennen de situatie van die vrouwen niet. De vrouwenopvang is het kindje van de tweede feministische golf. Feministen van nu hebben het over genderneutrale speelgoedfolders en toiletten. Het gaat minder over verandering van wetgeving, hulpverlening en beleid. Ik kraak het niet af, dat zijn issues die ik óók steun. Met alle puzzelstukjes samen zijn we de vrouwenbeweging.”

Waar moet de verandering nog meer vandaan komen?

„We moeten met de overheid kijken hoe we meer vrouwen aan het werk krijgen. Tweederde van de vrouwen in de opvang heeft een allochtone achtergrond. Niet omdat zij vaker geslagen worden, maar omdat ze geen woning kunnen betalen. Je bent pas vrij als je over je eigen middelen beschikt. En wat de seksuele vrijheid betreft: bewustwording kan ook helpen. Ik vond het stuk van Nadia Ezzeroili over #MeToo in migrantengemeenschappen, laatst in de Volkskrant, heel goed. Door zo’n stuk voelen vrouwen zich gesterkt. En het kan mannen aan het denken zetten, net als het stuk van Abdelkader Benali die zich uitsprak tegen Boef.”

Musa klinkt energiek en optimistisch, haar criticasters en de ambtelijke obstakels lijken haar humeur niet te verpesten. „Ondanks alle drempels lukt het toch resultaten te boeken. Ik denk dat we echt in een goede tijd leven, dat het aan het kantelen is. Dit is de eeuw van de vrouw.”

    • Floor Rusman