Hoe die andere verzetsbankier uit de geschiedenis verdween

Verzetsman Bosch Een film over ‘verzetsbankier’ Walraven van Hall draait vanaf donderdag in de bioscoop. Er was nog een verzetsbankier, maar die verdween uit de geschiedschrijving.

Verzetsman Bosch Illustratie Anne van Wieren

In de nacht van 1 op 2 mei 2010 gaat DirkW47 aan de slag op Wikipedia. Hij opent het lemma ‘Iman Jacob van den Bosch’, dat in 2006 aan de virtuele encyclopedie is toegevoegd: „Iman Jacob van den Bosch was een Nederlands verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog.”

Wat deed Van den Bosch dan precies, volgens Wikipedia? „Hij richtte in december 1940 de verzetsgroep ‘Tromp’ op en het gelieerde ‘Trompfonds’, dat onder meer geld inzamelde voor de gezinnen van marinemensen die in geallieerde dienst voeren. Van den Bosch was de naaste medewerker van Walraven van Hall bij de oprichting en de leiding van het Nationaal Steunfonds (NSF). Hiervan werd hij later het hoofd.”

DirkW47 voert negen wijzigingen door. Dit zijn de twee belangrijkste, opgeslagen om 01.32 uur: „Van den Bosch was leidinggevend met Walraven van Hall bij de oprichting en de leiding van het Nationaal Steunfonds (NSF). Hiervan werd hij later alleen het hoofd.”

DirkW47 is Dirk Wiggerink, amateur-historicus uit Emmen. En wat hij die nacht doet, is dat de kift? Of is het gerechtigheid?

Waargebeurd verhaal

De naam van Walraven van Hall is bij het grote publiek relatief onbekend, maar dat verandert komende week als Barry Atsma hem vertolkt in Bankier van het verzet. De film van regisseur Joram Lürsen (In Oranje, Alles is liefde), die vanaf donderdag in de bioscopen draait, gaat over de financiering van het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het draait om de vervalsing en omwisseling van bankpromessen – schuldbekentenissen van de regering voor kortlopende leningen. „De grootste bankroof ooit”, volgens de trailer. En het is allemaal „naar een waargebeurd verhaal”.

„Florens van den Bosch heeft de film onlangs al kunnen zien. Er komt geen Iman van den Bosch in voor”

Dat verhaal was tot in de jaren 80 domein van historici die vaak zelf ooggetuigen spraken. In 1960 werd de geschiedenis van de financiële steun aan illegale activiteiten tijdens de Duitse bezetting voor het eerst geboekstaafd in Het Nationaal Steunfonds van P. Sanders, een monografie die het toenmalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (het huidige NIOD) uitgaf. Her en der in Nederland zamelden verschillende groepen geld in voor families die getroffen waren door de oorlogssituatie.

Twitter avatar LavieJanRoos Jan Roos Dit is me toch weer stukje propagandistische geschiedsvervalsing. #manmanman De bankier van het verzet heette geen… https://t.co/LD62PgdC2s

Een van die fondsen is de ‘Zeemanspot’. Als de oorlog uitbreekt, zijn duizenden zeelieden buitengaats. De meesten weigeren terug te keren naar bezet Nederland om zich onder Duitse controle te laten plaatsen. Op 17 april 1941 volgt een mededeling van de naar Londen uitgeweken Nederlandse regering. Die stelt zich garant voor de uitbetaling van hun gages. „Landgenoten in het bezette gebied”, die de families van deze zeelieden financieel bijstaan, „zullen te zijner tijd volledig worden terugbetaald”. Daarna voeren verschillende steungroepen hun activiteiten op: als de regering toch alles terugbetaalt, kunnen zij veel meer geld vragen, is de gedachte.

In het westen van Nederland komen de mensen achter de Zeemanspot in contact met een jonge bankier uit Zaandam, Walraven van Hall, 34 jaar oud aan het begin van de oorlog. In Eindhoven en omgeving bestiert het hoofd van de buitenlandse expeditiedienst van radio- en lampenfabriek Philips een soortgelijk fonds, daar het Trompfonds genoemd.

Deze Philipsman is Iman Jacob van den Bosch, 49 jaar als de oorlog uitbreekt.

Van Hall, afgestudeerd als leerling-stuurman aan de Zeevaartschool, en marineman Van den Bosch vinden elkaar in het verzetswerk. In het boek van Sanders wordt – met enkel haar verzetsnaam – ‘Miep’ aangehaald, de secretaresse van Van den Bosch. „Ik herinner mij dat op een dag Van den Bosch tegen mij zei: ‘Nou heb ik een man gevonden met wie ik prachtig kan samenwerken’. Dat was Wallie van Hall.” En ‘Miep’ vertelt ook: „De verhouding Van Hall-Van den Bosch is altijd goed geweest. Natuurlijk waren er wel meningsverschillen, maar ze werden het tenslotte altijd eens.” Van Hall en Van den Bosch, schrijft Sanders, waren „beide hoofdfiguren en initiatiefnemers” van het NSF, dat van die kleinere fondsen de grote opvolger werd.

Menselijk gezicht

Lou de Jong, de meest invloedrijke historicus over Nederland in de Tweede Wereldoorlog, presenteert tussen 1960 en 1965 een 21-delige tv-serie, De Bezetting. In deel 14 komt de hulp aan onderduikers aan de orde, met als een van de vragen: „Hoe kwam men aan geld?” De Jong vertelt over de verschillende initiatieven, die uiteindelijk „op een hoger plan getild worden door één organisatie, het Nationaal Steunfonds”. En, zegt De Jong erbij, dat NSF had „aan niemand meer te danken dan aan een jonge bankier uit Zaandam, Walraven van Hall, broer van de huidige burgemeester van de hoofdstad”.

„Mijn grootvader”, zegt Florens van den Bosch, „is ergens in de geschiedenis uit het stuk geschreven”

Op dat moment verschijnt Gijs van Hall in beeld. Hij was kassier van de Zeemanspot geweest en zodoende bij de activiteiten van zijn broer betrokken. Hij spreekt in de serie steeds over ‘wij’, maar hij zegt ook dat Iman van den Bosch samen met Walraven leiding gaf aan het fonds. „Van den Bosch en mijn broer reisden er het hele land voor rond.” Het is een roerende getuigenis die Gijs van Hall geeft, zeker als hij vertelt dat zijn broer werd verraden en „één week na zijn 39ste verjaardag” werd gefusilleerd in Haarlem-Noord, „bij het Spaarne, waar hij zijn liefde voor het water opdeed”.

Zo krijgt het tamelijk abstracte verhaal over een steunfonds dat gestaag geld inzamelde en administreerde ineens een menselijk gezicht. Of eigenlijk twee: de broers Gijs en Wally van Hall.

Allemaal te danken aan de broers

In 1995 verschijnt Een kleine geschiedenis van Amsterdam van Geert Mak. „Geen geschiedenis zonder helden”, schrijft Mak. „Er zijn er te veel om te vermelden, en daarom wil ik me hier beperken tot twee figuren die van levensbelang waren en die desondanks bijna zijn vergeten, de broers Walraven en Gijs van Hall.” Daarna beschrijft hij de Zeemanspot, het Landrottenfonds, het Nationaal Steunfonds – met Wally en Gijs in álle hoofdrollen.

„Op die manier zamelden de broers Van Hall meer dan een half miljoen gulden in.”

„…de fondsen van de Van Halls.”

„De Van Halls besloten daarom hun activiteiten uit te breiden [...].”

„De Van Halls [hadden] ondertussen in alle stilte een enorme Landelijke Organisatie opgebouwd.”

Langs die lijnen gaat ook een portret dat in 2005 door het tv-programma Netwerk werd uitgezonden. Geert Mak zegt daarin: „De illegaliteit heeft alle problemen van de wereld gehad, maar één probleem had ze niet, en dat is geldgebrek. En dat is allemaal aan Wally en Gijs van Hall te danken.”

Bankfraude

„Mijn grootvader”, zegt Florens van den Bosch, „is ergens in de geschiedenis uit het stuk geschreven.”

Op de tafel in zijn woonkamer heeft hij de papieren van en over zijn grootvader uitgestald. Foto’s, kopieën van brieven, een pasje op naam van Iman Jacob van den Bosch „controleur 1ste klasse” van de Nederlandse Spoorwegen. Zijn kleinzoon: „Een prachtige dekmantel om door het hele land te kunnen reizen.”

Een pasje op naam van Iman Jacob van den Bosch „controleur 1ste klasse” van de Nederlandse Spoorwegen.

In de familie is de illegale samenwerking tussen Wally van Hall en Iman Jacob van den Bosch ook bekend als een innige vriendschap. „Mijn grootvader las de kinderen van Wally verhaaltjes voor bij het slapengaan”, zegt Florens van den Bosch. Zijn boodschap is dan ook niet: maak Van Hall minder belangrijk dan Van den Bosch, maar wel: geef beiden de plaats die hun toekomt.

Met de Spoorwegstaking van september 1944 op komst moest het Nationaal Steunfonds veel meer geld dan daarvoor inzamelen. Al die duizenden spoorwegbeambten die het werk neerlegden moesten op financiële steun kunnen rekenen. Daarom keken de mannen van het NSF niet langer naar particulieren, maar naar financiële instellingen, zoals De Nederlandsche Bank. Het grote waagstuk – en de kern van de film – is dat zij zogenoemde schatkistpromessen die bij banken in de kluis lagen, vervingen door vervalsingen. Daarna konden ze de echte verkopen. Ziedaar de ‘grootste bankroof ooit’.

„Het was Gijs van Hall die op het idee kwam van de grootste bankfraude in de Nederlandse geschiedenis”, schrijft Geert Mak. Lou de Jong schrijft: „Het was Gijs van Hall die een vernuftige oplossing bedacht, welke onmiddellijk de instemming kreeg van zijn broer.” Sanders wijst heel iemand anders aan: „Het was het toenmalige Hoofd van de afdeling Beleggingen van een der Rijksfondsen, die in een gesprek het denkbeeld opperde om schatkistpromessen na te maken.”

Succes kent vele vaders.

Monument

Op het Frederiksplein, aan de voet van De Nederlandsche Bank, ligt een omgevallen bronzen boom. Een eerbetoon aan ‘Walraven van Hall. Bankier van het Verzet. 1906-1945’. Het monument werd op 3 september 2010 onthuld. Een reeks van notabelen vormde het comité van aanbeveling; oud-bewindslieden als Onno Ruding, Frits Bolkestein en Wim Kok.

Zij kregen allemaal een brief van Florens van den Bosch. Hij schreef: „Het staat onomstotelijk vast dat zowel Iman Jacob van den Bosch als Wally van Hall de hoofdfiguren waren bij het NSF en het zou daarom mooi zijn als het monument mede opgedragen wordt aan mijn grootvader.” Volgens hem zou het opschrift kunnen luiden: ‘Ter eer en nagedachtenis aan Wally van Hall en Iman Jacob van den Bosch en de bijna 2.000 dappere medestrijders van het NSF’.

Alle aangeschrevenen antwoordden beleefd. „Uw brief heeft grote indruk op mij gemaakt”, schreef oud-premier Kok. Nee, de plaquette zou niet worden aangepast, maar bij de opening zou kunnen worden gezegd dat „ook anderen, onder wie uw grootvader, een voorname rol in het Nederlands verzet hebben vervuld”. Uiteindelijk noemde de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan ook Iman Jacob van den Bosch in zijn toespraak.

Hurray”, zegt Florens van den Bosch nu, met een grimlachje.

Gerechtigheid

Als kleinzoon Van den Bosch hoort dat er een film over het verzetswerk van Van Hall zal komen, schrijft hij de makers en zegt dat hij informatie kan verstrekken over zijn grootvader. Op 5 maart 2014 antwoordt producent Sytze van der Laan: „Uw grootvader speelt een relatief prominente rol in het script, en krijgt daarmee de erkenning die u zoekt.”

Florens van den Bosch heeft de film onlangs al kunnen zien. Er komt geen Iman van den Bosch in voor. Wel een personage dat alleen de naam ‘Van den Berg’ draagt. In de film spreekt hij Walraven van Hall op straat aan: „Vindt u ook niet dat het tijd wordt om terug te vechten?” vraagt hij. Van den Berg, of Pa van den Berg, was de verzetsnaam van Van den Bosch.

Kleinzoon Van den Bosch stuurt opnieuw een mail aan producent Van der Laan („ben soms een terriër”, schrijft hij erbij) en vraagt waarom zijn grootvader in de film niet zijn echte naam draagt. Van der Laan: „We hebben ervoor gekozen om alleen de Van Halls, Rost van Tonningen en Jaap Buijs hun eigen naam te laten behouden, ook omdat we sommige personages hebben gecombineerd en over anderen de historici nog strijden.” Maar, schrijft hij ook: „De film zelf is een eerbetoon aan allen die ervoor hebben gewerkt, wees daar gerust op.”

Dirk Wiggerink noemt dat de „geromantiseerde en ongefundeerde” versie van de geschiedenis. „Ik heb de familie Van den Bosch aangeraden de zaak te laten rusten. Je kunt niet tegen de stroom in gaan.”

Was het verhaal van twee voor het verzet strijdende broers domweg te gaaf, te verleidelijk? Wiggerink denkt dat de herinnering aan Iman Jacob van den Bosch ook kan zijn vervaagd doordat hij moest onderduiken in Groningen. Hij bleef leiding geven aan het Steunfonds en aan het verzet. Maar toch: dat de een in de hoofdstad opereerde en de ander in het noorden speelt mee, volgens Wiggerink.

Is dat waarom hij in 2010 het aandeel van Van den Bosch op Wikipedia opwaardeerde en dat van Van Hall iets temperde? Zoals hij schreef dat Van den Bosch „alleen” het hoofd van het NSF werd? „Misschien druk ik in zo’n woordje het gas iets te veel in”, zegt Wiggerink. Maar de verbeteringen stáán. „Ja, daar zit wel een element van gerechtigheid in.”

    • Merijn Rengers
    • Bas Blokker