Heffingen op import kósten meestal banen

Protectionisme

Met importheffingen wil Trump de Amerikaanse staalindustrie beschermen. Wat zijn de risico’s en wie betaalt de prijs? Vijf vragen.

Door en
Aluminium bakjes bij een recyclingbedrijf in Los Angeles. Het importeren van aluminium en staal wordt, als het aan de Amerikaanse president Trump ligt, fors duurder. Foto Getty Images

Dat Donald Trump goedkope staalimport wil frustreren, kan Theo Henrar wel begrijpen. De bestuursvoorzitter van Tata Steel Nederland heeft van dichtbij gezien hoe Chinese dumping – de praktijk waarbij goedkoop Chinees staal voor de export onder de kostprijs wordt verkocht – de Europese staalindustrie heeft ontwricht. Niet voor niets werkt het Indiase moederconcern van Tata IJmuiden aan een deal met het Duitse ThyssenKrupp om hun Europese staalactiviteiten te bundelen en overcapaciteit weg te snijden.

Maar een generieke importheffing op staal en aluminium van respectievelijk 25 en 10 procent, zoals de Amerikaanse president donderdagavond aankondigde en komende week wil doorvoeren, vindt Henrar een „wel erg bot instrument”, zeker voor een land dat nauwelijks 2 procent van zijn staalinvoer uit China haalt. Sterker nog, het is „ordinair protectionisme”, volgens de topman. Want waarom kiest Trump niet gewoon voor een maatregel die alleen de import raakt van spotgoedkoop staal, zoals Europees anti-dumpingbeleid beoogt?

Henrar maakt zich zorgen. Logisch: zijn bedrijf exporteert jaarlijks voor zo’n 500 miljoen euro naar de VS, hoogwaardig staal dat onder meer wordt gebruikt om bierblikjes van te maken. Dat komt neer op 10 à 15 procent van de totale jaarlijkse productie van Tata Nederland, zegt hij. Wat als Tata’s klanten straks een kwart meer moeten betalen? Henrar hoopt dat een brede Europese lobby president Trump alsnog kan overtuigen een uitzondering te maken voor landen die zich netjes aan de spelregels houden.

Niet alleen staalproducenten als Tata zijn bezorgd. Over de hele wereld klonken vrijdag verontruste reacties van politici, economen en zakenlui die vrezen voor een handelsoorlog. Ook in de VS was de respons op zijn minst verdeeld te noemen, zelfs in het Republikeinse kamp. America First, schreeuwt de aangekondigde maatregel, maar kan Trumps heffing werkelijk een renaissance van de Amerikaanse staalindustrie bewerkstelligen? En zo ja, tegen welke prijs?

1 Waarom wil Trump dit?

Trump wil met zijn aankondiging zijn verkiezingsbelofte nakomen om het op te nemen voor de Amerikaanse maakindustrie. Die heeft volgens hem te lijden onder buitenlandse concurrentie door globalisering die zijn voorgangers decennialang hebben gesteund. Trump won in 2016 de presidentsverkiezingen met een campagne gericht op een agenda van ‘America First’, die aansloeg in industriële staten als Pennsylvania, Ohio, Michigan en Wisconsin. Met het oog op de tussentijdse verkiezingen voor het Congres in november, wil hij die steun opschroeven met concrete stappen.

Specifiek is het de bedoeling van het Witte Huis om banen te scheppen. De binnenlandse staalproductie is de afgelopen tien jaar gedaald van 100 miljoen ton naar 82 miljoen ton. De productie van aluminium is tussen 2012 en vorig jaar teruggelopen van ruim 2 miljoen ton tot ongeveer 740.000 ton. Importen zijn juist gestegen. De Amerikaanse import van staal is vier maal zo hoog als de export. Duizenden Amerikaanse banen in de productie van staal en aluminium zijn verloren gegaan. „We moeten ons land, onze bedrijven en onze werknemers niet meer laten misbruiken”, schreef Trump donderdag op Twitter. „We willen vrije, eerlijke en slimme handel.”

2 Kan hij zijn belofte ook waarmaken?

Trump heeft de bevoegdheid om zijn voorgenomen maatregelen in te stellen. De president beroept zich op de nationale veiligheid. Hij kiest voor importheffingen op advies van het Departement van Handel. In een rapport dat vorige maand is gepubliceerd, stelt het ministerie dat de import van staal en aluminium het Amerikaanse vermogen ondergraaft om zijn eigen wapens te produceren, omdat de Amerikaanse defensie-industrie te afhankelijk zou zijn geworden van buitenlands staal. Critici wijzen erop dat de overgrote meerderheid van het geïmporteerde staal afkomstig is van militaire bondgenoten van de VS, zoals Canada, Brazilië en Zuid-Korea – dus niet uit China.

Het plan van Trump toont dat economisch nationalisme hoogtij viert onder zijn voornaamste adviseurs. De president gaat juist in tegen andere bondgenoten, vooral prominente Republikeinen in het Congres. Zij menen dat prijzen van producten met staal en aluminium zullen stijgen, wat volgens hen slecht is voor Amerikaanse consumenten en bedrijven die staal en aluminium als grondstoffen gebruiken.

Ook handelspartners zijn boos. Trump omzeilt met het weinig gebruikte beroep op nationale veiligheid de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Zijn voorgangers waren terughoudend met eenzijdige handelsmaatregelen. Waarnemers waarschuwen dat verwijzing naar nationale veiligheid het internationale vrijhandelsregime kan ondermijnen.

3 Wie profiteert en wie betaalt de prijs?

Staalexporterende landen als Mexico, Canada, Rusland en EU-lidstaten zijn vanzelfsprekend bang dat de aangekondigde heffing ze veel geld gaat kosten, terwijl Amerikaanse staalproducenten er juist blij mee zijn. Eindelijk krijgen ze de bescherming waar ze al jaren om vragen. „Onze staalbedrijven waren vroeger een stuk groter en dat zullen ze weer worden”, zei Trump donderdagavond op een bijeenkomst met branchevertegenwoordigers. Beleggers gaven hem ogenschijnlijk gelijk: de beurskoersen van Amerikaanse staalbedrijven schoten omhoog.

Of dat ook betekent dat de kleine honderd staalfabrieken in de VS, nu goed voor zo’n 140.000 banen, straks massaal gaan uitbreiden, is echter de vraag. Zeker op de korte termijn ligt het meer voor de hand dat ze de geboden ruimte zullen gebruiken om hun prijzen te verhogen en zo de winstgevendheid op te voeren – fijn voor aandeelhouders, maar vervelend voor afnemers. En dat zijn er een hoop.

Want de staalverwerkende industrie in de VS – van auto- en vliegtuigfabrikanten tot producenten van blikjes voor de voedingsmiddelenindustrie – is een stuk groter dan de staalsector zélf. Zakenkrant The Wall Street Journal schat dat 6,5 miljoen Amerikanen werken voor ondernemingen die staal nodig hebben. Die bedrijven krijgen door de geplande importheffingen te maken met hogere kosten en zien hun concurrentiepositie dus juist afbrokkelen. Opmerkelijk genoeg zijn het zo buitenlandse bedrijven als Toyota of Airbus die wellicht kunnen profiteren van een Amerikaanse importheffing.

4 Zijn de aangekondigde maatregelen uniek?

Zeker niet. Importtarieven zijn een even beproefd als omstreden middel om de lokale industrie te beschermen. In 2002 bijvoorbeeld gaf toenmalig president George W. Bush met zo’n heffing ook al eens gehoor aan de wensen van de staalsector. Volgens een Amerikaanse studie verloren in dat jaar meer dan 200.000 Amerikanen hun baan als gevolg van hogere staalprijzen. In 2003 trok Bush de heffing weer in, toen onder meer de EU dreigde met vergeldingsmaatregelen.

5 Krijgen we nu een handelsoorlog?

Afgaande op de reacties uit onder meer Mexico, China, Canada en de EU is een handelsoorlog zeker niet denkbeeldig. Allemaal dreigen ze met vergeldingsmaatregelen als Trump zijn voornemen doorzet. En terugslaan is niet zo moeilijk in een mondiale economie waarin zelfs de eenvoudigste producten grondstoffen van over de hele wereld bevatten. Terwijl de EU speculeert over acties tegen onder meer Bourbon uit Kentucky en melkproducten uit Wisconsin, kijkt China kritisch naar de import van Amerikaans sorghum, een graan waar de Amerikanen voor een miljard dollar van exporteren. Ook de import van Amerikaanse soja staat ter discussie.

Vanwege die verwevenheid zijn de verwachte kosten van een handelsoorlog enorm. Voor iedereen. „Zware escalatie is in niemands belang”, zegt ABN Amro-econoom Arjen van Dijkhuizen, die er daarom voorlopig vanuit gaat dat het blijft bij „retoriek en stoerdoenerij.”

Trump denkt daar anders over. „Als een land (VS) vele miljarden verliest aan vrijwel ieder land waar het handel mee drijft, dan zijn handelsoorlogen goed”, twitterde hij vrijdag. „En eenvoudig te winnen.”

    • Joris Kooiman