‘Goedemorgen, negende dag in de schuilkelder!’

Dagboek uit Oost-Ghouta

Nivin Hotary (38), lerares Engels en moeder van twee kinderen, doet op Facebook verslag van hun leven in een schuilkelder in Oost-Ghouta. ‘We lachen om te overleven.’

Maandag

19 februari

Aan allen die mij kennen. Mijn vaste plaats is hier bij dit raam. Ik werk op mijn laptop en studeer hier online. Meestal speelt mijn dochtertje naast me.

Het begint met de ramen van het huis die verbrijzeld worden en muren die hadden kunnen instorten en die tot verwondingen en doden hadden kunnen leiden. Wij hadden dood kunnen zijn. Door een godswonder leven wij nog.

Neem mij als voorbeeld. Zowel mijn gezin als de rest van mijn familie telt geen enkele bewapende persoon. Wij allen zijn burgers, van de jongste tot de oudste, die proberen onze gemeenschap te helpen. Als je pro-regime bent, weet dan dat het regime niets om je geeft, zoals het ook niets om ons geeft … maar jouw beurt is nog niet gekomen.

Maya, mijn dochter, raakte eerst in paniek, maar nu speelt ze weer. Ik viel terug op mijn koude Nescafé van slechte kwaliteit die het regime ons voor tien keer de normale prijs verkoopt, en zit nu met een vriendin. Goddank dat zij me vandaag kwam bezoeken, waardoor ik niet op mijn vaste plaats zat toen het onheil toesloeg.

Ik schrijf dit nu weer van mijn vaste plaats in een kamer zonder glas in het raam, terwijl het gebrom van surveillancevliegtuigen klinkt en gerommel van artillerievuur van de een of andere plek.

Dinsdag

20 februari

Als het bombarderen heviger wordt, krijg ik het gevoel dat mijn lichaam niet volledig is. Ik bedoel dat mijn twee handen niet genoeg zijn om mijn zoon te bedekken en hem tegen gevaar te beschermen. Ik kan niet begrijpen dat mijn handen Qusay en Maya niet kunnen omvatten.

Maya gaat gewoonlijk om 8.00 uur ’s avonds slapen. Maar gisteren zei ze: Mama, ik ben zo moe, maar ik ben bang om te gaan slapen. Tussen acht en elf uur bleef ze maar naar het toilet lopen. Ze stelde kinderlijke vragen waar ik geen antwoord op had. Bijvoorbeeld: Waarom bombarderen ze ons? Wanneer stoppen de bombardementen? Of: God houdt toch van ons? God houdt toch niet van hen, hè?

Toen ze heel moe werd, viel ze in slaap, tegen mij aan gevouwen. Ik weet niet meer hoe ik in slaap viel … maar ik weet dat ik minder dan een uur later wakker werd van het gedaver van ontploffende bommen, dat nog steeds niet is opgehouden.

Woensdag

21 februari

Het volgende wat ik heb onthouden, is dat ik thee ging maken in de keuken. Mijn huis is vol mensen, ouders en kinderen die thuis bang waren en die bij mij veiligheid zochten. Niemand heeft brood omdat alle bakkerijen zijn gebombardeerd. De mensen in Ghouta kochten vroeger drinkwater bij kruideniers. Maar ook die zijn dicht want ze vormen strategische doelen voor het regime. Dus is er geen voedsel. Voor de thee gebruikte ik water uit een waterput.

Maar terwijl ik thee maakte, hoorde ik een gierend geluid dat me nog steeds achtervolgt. Ik rende naar een muur om me te verschuilen en ik voelde iets pijnlijks mijn lichaam binnendringen. Alles was plotseling in een stofwolk gehuld.

Het belangrijkste was vast te stellen of iedereen oké was. Vanaf mijn positie riep ik: ik ben oké. Vervolgens hoorde ik ook stemmen van anderen, die echoden: ik ben oké. Daarna renden we weg uit huis naar een veiliger plaats. We hoorden de stemmen van de buren die schreeuwden: „Rennen! Rennen! Naar de kelder!” Ik droeg mijn dochter, ik wist nog niet of ze in orde was of dat ze gewond was. Zoals ik aan mijn voet. Mijn zoon was vlakbij.

Op de grond in de kelder zat het al vol vrouwen en kinderen en klonken huilende stemmen. Iedereen wachtte bezorgd op zijn familieleden. Na meer dan een uur viel ik in slaap. Maar ook in mijn dromen lieten de vliegtuigen me niet met rust en zag ik brekend glas en stofgordijnen.

Donderdag

22 februari

Het enige waar ik mee bezig ben is mijn kinderen beschermen, dag en nacht. Maya heeft andere zorgen. Zij wil haar poppenkinderen beschermen. Ze doet ze in haar tas en neemt ze overal mee naar toe. Maar ik kan ook geen garanties bieden dat haar poppen veilig zullen zijn. Het regime is perfide en verwoest gebouwen, met de eigenaars er nog in.

Uit een raampje in onze groepsgevangenis, die onze kelder feitelijk is, kijk ik naar de wereld. De lucht is bezaaid met MiGs en Sukhoi-gevechtsvliegtuigen. Ons weerbericht bestaat uit vatbommen en raketten. De schade die ze aanrichten is immens. Dankzij dit raampje weten we dat er een nieuwe dag begint.

We lachen om dingen die niet grappig zijn, we halen dierbare herinneringen op. We lachen en we huilen.

De tijd verstrijkt en we kijken door het raampje. Ook veel kinderen. Een kind van vier dat steeds maar ‘God bescherme ons tegen hen’ bidt, doet zijn handjes voor zijn oren wanneer de bommen weer beginnen. Helaas houdt dat kabaal niet op. Ik zag hoe hij ten slotte uitgeput in slaap viel, zijn handen nog over zijn oren. De afschuwelijke knal van een vatbom maakte hem wakker. Een ander meisje begint, als een vogeltje, al lopend steeds met haar armen te zwaaien als de bommen vallen.

Maya blijft maar vragen: „Mama, houd je van mij?” Misschien denkt ze dat deze ongerechtvaardigde aanval van het regime tegen haar is gericht en wil ze zich er daarom van vergewissen dat ik nog van haar houd. Qusay wordt door dit alles vroeg volwassen. Je ziet aan hem dat hij bang is, maar hij weigert er aan toe geven.

Als we één maaltijd per dag krijgen in de kelder, zijn we al blij, want de meeste huizen zijn beschadigd en de mensen in Ghouta waren toch al niet in staat om thuis voorraden aan te leggen. Er is op het moment geen verkeer in de straten en er zijn geen markten of winkels in bedrijf.

We zitten maar dag en nacht gevangen tussen deze muren, afgesloten van de buitenwereld. De dag kan ik geen dag noemen omdat het hier donker is, de nacht kan ik geen nacht noemen want raketten verlichten de hemel.

De simpelste dingen worden moeilijk in zo’n verlaten kelder, onder een groot gebouw, want dit is geen goed uitgeruste schuilplaats. We zitten en slapen op stenen en stof. En we vragen ons bijvoorbeeld af: waar kunnen we onze handen wassen? Kunnen we dat doen voor het hier rustiger wordt?

Steeds dragen we dezelfde kleren, kleren die we dragen wanneer we naar buiten gaan en waarmee je je buiten kunt vertonen want er schuilen veel families in de kelder en we kennen elkaar niet. En ten tweede is het beter om goed gekleed te zijn als we sterven.

In onze gevangenis slapen we dicht op en naast elkaar, omdat we met zovelen zijn. Zo verwarmen we elkaar ook en dat is nodig want het is koud en er is een groot gebrek aan dekens.

Toch wil ik dat de wereld weet dat we in gevangenschap ons leven blijven leven en ondanks alles blijven lachen. We lachen om te overleven.

We willen dat u weet dat we bereid zijn dit voor altijd vol te houden, we laten ons niet uit onze wijk verdrijven. Dus bij alles wat u doet en zal doen dient u daarmee rekening te houden. Wij zullen hier niet weggaan.

Vrijdag

23 februari

Gisteravond was er eindelijk even stilte, een moment waarnaar we allemaal hadden uitgekeken. Toen begon het regime met een raketwerper. Uit het geluid konden we afleiden dat hij sterker was dan wat ze eerder hadden gebruikt en ook dat de raketten dichtbij neerkwamen. Dat volgde op vijf dagen van onophoudelijke bombardementen.

In het donker kunnen we geen hand voor ogen zien, maar ik hoor de stemmen van mensen om ons heen, zonder dat ik weet wie het zijn. Vrouwen vragen God medelijden met ons te hebben. En dan een kinderstemmetje: „Moge God zijn handen breken”, denkend dat daardoor het bombardement zou stoppen. Uit zijn stemmetje kon je opmaken hoe bang hij was. En een ander kind dat hem probeerde gerust te stellen: „Maak je geen zorgen, ze zijn niet dichtbij.”

Iemand vroeg: wat voor dag is het? En mensen begonnen te raden. Sommige zeiden dinsdag, anderen zeiden donderdag. Eentje zei vrijdag. Om de waarheid te zeggen wist ik het ook niet.

Zaterdag

24 februari

Er is iets wat ik graag wil zeggen, beschouw het maar als een persoonlijke mening: er is niet zoiets als een nutteloze actie. Tegen diegenen die zeggen dat bidden het enige is wat we kunnen doen, zou ik willen zeggen dat gebeden uitstekend zijn. Daar danken we aan dat we nog leven. Maar tegen diegenen die zeggen dat je alleen maar op Allah moet vertrouwen en dat we zeker weten dat zonder Allahs bescherming Ghouta zou zijn verwoest vanaf de eerste dag van de aanvallen, zeg ik: maar onze hoop op God BETEKENT NIET DAT WE IN STILTE HOEVEN STERVEN en het betekent niet dat we niet meer spreken over de misdaden van het regime.

Zelfs als de buitenwereld niet wil helpen, zullen we niet in stilte sterven en willen we nog steeds vrijheid.

Opdat jullie het maar weten: het feit dat er in Gaziantep [in Turkije, red.] een solidariteitsbetoging werd gehouden werd overal in de kelder besproken. Het werk van de vrouwen in het Adalah-netwerk [de hulporganisatie ‘Rechtvaardigheid’, waarvoor ook Nivin zelf werkzaam is, red.] is iets dat ik keer op keer bekijk.

De ‘Vrouwen Nu voor ontwikkeling’ [een organisatie die vrouwen in de samenleving probeert te helpen, red.] en hun inspanning geeft ons kracht en ondersteunt ons. Ook als het alleen maar morele steun zou geven, is dat toch geweldig. Want elk van ons wacht op iets positiefs van buiten dat we kunnen gebruiken om al het negatieve te bestrijden dat ons omringt. Mijn vrienden op Facebook zijn met zo veel, te veel om hun namen op te noemen. Ik ben er aan gewend geraakt dagelijks met jullie in contact te blijven.

Voor degenen die buiten zitten: jullie helpen ons flink, jullie rol is daarbuiten.

Degenen die binnen Oost-Ghouta zitten: moge God jullie veilig houden.

Het is belangrijk dat ik zeg wat ik gezegd heb. Ik weet niet waarom.

Ik ben weg uit alle nieuwsgroepen op Facebook die informatie delen over luchtaanvallen en aantallen martelaren [slachtoffers van de oorlog, red.]. Mijn hart kan het niet meer aan. Ik wil niet weten wie is gedood. Desondanks las ik de namen van ‘Najah en Lina’ op de lijst martelaren. Ik weigerde te geloven dat dit dezelfde twee meisjes waren die ik nog kende uit de tijd dat ze studenten bij me waren. Ik wil het gewoon niet geloven. Het lieve meisje met het bruine haar dat de laatste keer dat we elkaar ontmoetten vroeg: Wat gaat u mama vertellen wanneer ze over mijn evaluatie vraagt?” We werden het erover eens dat ik haar moeder zou zeggen dat ze superieur in haar opleiding is. Op één voorwaarde, dat ze hoge cijfers zou blijven halen. Maar het regime liet dat niet toe, want we moesten de scholen staken wegens de heftige artilleriebeschietingen. Ik wil jullie niet zeggen dat ik niet meer in staat zal zijn om ‘Najah en Lina’ te zien, ook wanneer de scholen weer opengaan. Ik houd van jullie, ‘Najah en Lina’. God bescherme jullie vrienden. We houden allemaal van jullie.

Zondag

25 februari

De toestand is vreselijker vergeleken met eerst, want mensen besloten de kelders te verlaten, omdat ze hoopten dat de zaken beter zouden zijn. Maar dat kon helemaal nog niet.

Dinsdag

27 februari

Ik vroeg haar: als ze de weg voor je vrijmaken, wil je hier dan weg?

Zij zei: Geen sprake van.

Ze antwoordde op een manier alsof ik haar had beledigd met mijn vraag. Ik vond het een beetje min van mezelf maar ik moest het toch vragen, om zeker te zijn van wat ik na negen dagen in de kelder al wist. Nu weet ik het zeker: de mensen denken er net zo over als ik. Als we hier echt uit hadden gewild, zouden we hier al lang geleden zijn weggegaan.

Honderd stappen. Ik ren heen en terug om een netwerk te vinden. Vol energie! Gratis gymnastiek, met een gedwongen dieet erbij hoe dan ook. Alles wat zij doen en waarvan zij denken dat ze ons ermee zullen kwellen, zullen we in iets positiefs veranderen waarbij we baat kunnen hebben. Jullie zullen vallen en wij zullen leven. Goedemorgen negende dag in de kelder!

Woensdag

28 februari

Vandaag hebben we onze tafels in stukjes gehakt om ze voor verwarming en eten koken te gebruiken. Met andere woorden: ik verbrand mijn eigen meubilair. Een tafel kan worden vervangen. Maar het gebrek aan waardigheid van de mensen die ons in de steek lieten kan niet worden hersteld. Leef daar maar mee.

Maya heeft de laatste paar dagen voor haar kinderen gekookt. Ze durfde haar poppenkinderen geen honger te laten lijden.

Ik weet niet of mijn gevoel mij bedriegt maar ik voel, kijkend naar hen, een grote kracht van Maya en andere kinderen uitgaan … Ze zijn sterker dan die laffe landen.

Ter wille van deze kinderen … om hen niet in de steek te laten zoals andere landen deden, zullen we vasthouden aan onze vrijheidseisen. De tiende dag in onze kelder.

Over dit artikel

Nivin Hotary. Facebook

Dit is een bewerkte en ingekorte versie van het dagboek van Nivin Hotary op Facebook. De tekst werd uit het Arabisch vertaald door Mohammed Abdullah. Onze Midden-Oosten-correspondent Gert Van Langendonck had vrijdag nog contact met haar via Facebook. Ook derden bevestigen dat Nivin, haar man, dochter Maya (5) en zoon Qusay (11) in Ghouta zitten.
Tot ze de kelder in werd gedwongen door de bombardementen van de Syrische luchtmacht was ze behalve als lerares Engels ook actief als lokale coördinator voor het netwerk Adalah (Rechtvaardigheid), een hulporganisatie.