FC Groningen gaat de boer op

Trots van het Noorden Dertiende plaats, en steeds minder fans. FC Groningen zoekt een koper. „Plek elf tot en met vijftien? Prima, maar zonder mij.”

Lege plekken in het stadion van FC Groningen, zoals bij de wedstrijd tegen ADO Den Haag vorige maand. Er kwamen 16.000 toeschouwers. Foto Gerrit van Keulen

‘Verdorie’, dacht Hans Nijland, ‘dit kan toch niet.’ Hij, commercieel directeur Robbert Klaver en technisch manager Ron Jans samen in de auto terug uit Venlo twee weken geleden. Alle drie opgelucht. „Een puntje! En dan zijn we daar nog bijna blij mee ook.” De algemeen directeur van FC Groningen slaat twee dagen na de 1-1 tegen VVV met de vuist op tafel. „Dat kán toch niet.” Nee, dit seizoen, de dertiende plek, het vertoonde voetbal, de lege vakken in het stadion, „het zint me allemaal niks”.

Halverwege een seizoen van akkefietjes rond aanvallers Mimoun Mahi en Lars Veldwijk, van competentiestrijd in de sportieve leiding, van trainer Ernest Faber die geen sprankeling brengt, koos Nijland twee maanden terug de vlucht naar voren. Zo leek het althans, toen hij in gesprek met Voetbal International zijn club te koop zette. Een afleidingsmanoeuvre in barre sportieve tijden wellicht, maar het is hem bittere ernst. „De rek is er aan alle kanten uit.” FC Groningen gaat de boer op. Nu nog belangstelling.

De Trots van het Noorden brokkelt af, met de aanblik van gifgroene leegtes in het Noordlease-stadion als meest schrijnende uiting. Het beleidsplan 2017-2020 ‘FC Groningen laat nooit meer los’ spreekt in Nijland-taal van ‘de hut weer vol spelen’. Doelstelling is een bezettingsgraad in seizoen 2020-’21 van negentig procent, tien procent meer dan het huidige dieptepunt sinds de verhuizing van het Oosterpark. Daar is veel voor nodig, vooral fantasie.

Ooit werd de Euroborg een ‘intimiderend amfitheater’ genoemd. Waar wachtlijsten waren. Waar reeksen ongeslagen wedstrijden tot in de dubbele cijfers liepen. Nu is dit de reeks: nog geen duel gewonnen in 2018. Alleen de tegenstander van zondag, FC Twente, doet dat de Groningers na. Degradatiezorgen zijn er (nog) niet, maar naar alle waarschijnlijkheid eindigt de club ver buiten de topacht. Pas de tweede keer sinds de club in 2006 verhuisde naar de Euroborg en een middenmoter van betekenis werd. Er staat „behoorlijk wat druk op”, zegt Nijland.

De bekerwinst in 2015, de eerste prijs voor FC Groningen sinds de oprichting in 1971, was een hoogtepunt in een steeds schraler wordend decennium. Nijland ziet Vitesse en FC Utrecht afstand nemen met hun ‘buitenboordmotoren’ in de vorm van grootaandeelhouders met diepe zakken. Nijland: „Als je het snel uitspreekt, lijkt het niet zoveel, maar het gaat om honderd-vier-en-veertig miljoen euro aan agiostorting bij Vitesse.” Dat wil hij ook wel. „Geen gekkigheid”, maar „wel het maximale eruit persen”.

Denken aan Nijland is denken aan de komst van Luis Suárez in 2006, toen hij en technisch manager Henk Veldmate eigenlijk een andere Uruguayaan op de korrel hadden. Het verhaal is een evergreen: boerenslimheid, doortastendheid, toeval – er zat van alles in. Maar Nijland erkent dat het zo niet meer kan. Twintig andere clubs zijn je voor, rijker en machtiger.

Maar die ontwikkeling laat onverlet dat bijvoorbeeld AZ het wel voor elkaar krijgt om kort op de Nederlandse topdrie te zitten, en een bijna twee keer zo groot spelersbudget te realiseren. „Ik vraag mij af in hoeverre heeft de club het vermogen nog om zelfkritisch te zijn naar het beleid dat afgelopen jaren is gevoerd”, zegt Jeroen Bakker, al jaren actief in diverse supportersgeledingen in Groningen.

‘Twee miljoen extra op het veld’

Hij signaleert een trend in de jaarcijfers. Terwijl de omzet in tien jaar met 1,5 miljoen euro steeg (tot vorig seizoen 18,1 miljoen), kromp het spelersbudget met bijna een kwart van 7,7 miljoen in 2008-’09 naar 5,9 miljoen. Dat terwijl (overige) personeelskosten met ruim een derde stegen: nu 4,7 miljoen. Bakker: „Als je die twee miljoen extra op het veld hebt staan, dat is voor eredivisiebegrippen gigantisch.”

Met elk jaar dat verstrijkt zijn Suárez en Tadic weer een jaar verder van ons af

Jeroen Bakker supporter

Hij, supporter „aan de conservatieve kant van het spectrum”, was de meest kritische stem vorige week op een bijeenkomst waar een panel met onder anderen Nijland en supportersvoorzitter John de Jonge in discussie ging met fans. „Met elk jaar dat verstrijkt zijn Suárez en [Dusa] Tadic weer een jaar verder van ons af”, zegt Bakker. „Afgelopen jaren hebben we eerder gegrossierd in niet heel succesvolle deals en hebben we met name in de begeleiding van Alexander Sørloth, van Simon Tibbling behoorlijk wat geld verkwist. Doe je dan wel de juiste dingen als je straks met een grotere portemonnee mag shoppen?”

Investeringen in het kader, in kantoorpersoneel en fulltime jeugdcoaches drukken de begroting, terwijl een verdubbeling van de investering van de opleidingsinstituut in Corpus den Hoorn tot 2,6 miljoen ook ergens vandaan moet komen. Deze zomer opent het Topsportzorgcentrum, waar sport, zorg en ondernemerschap in Noord-Nederland elkaar moeten stuwen in een soort ‘centre of excellence’. Vorige week werd het hoogste punt bereikt bij de bouw. Nijland: „Want er gaat ook nog verschrikkelijk veel goed bij deze club.”

Dat vindt ook Caspar Dekker, hoofd jeugdopleiding. Al kreeg hij vorige week te horen dat technisch manager Jans op zoek wil naar iemand anders – zijn contract wordt niet verlengd. „Ze willen een andere personele invulling, dat heb ik te respecteren”, zegt Dekker. Hij hoopt dat FC Groningen de ingeslagen weg van investering in de jeugdopleiding aanhoudt. „De club maakt eigenlijk een transitie door van een handelsclub naar opleidingsclub, dat proces vergt geduld. De directie moet nu door die zure appel heen, in een moeilijk seizoen als het huidige. Ik hoop dat ze de rust bewaren.”

Regionaal geworteld

Onderwerp van de discussiebijeenkomst vorige week zondag was de wenselijkheid van één of meerdere private investeerders en hoe groot hun aandeel en zeggenschap dan mogen zijn. Conclusie na verschillende stemrondes: alleen een minderheidsaandeel voor een betrouwbare, liefst regionaal gewortelde financier of groep investeerders kan de goedkeuring van de zaal wegdragen. Dat is dus Nijlands mandaat van de supporters.

Maar hoe reëel is een investeerder – of meerdere – uit de regio die tot dusver nooit gevonden is? Supporter Bakker noemt het ‘wensdenken’, terwijl Nijland investeerders uit het achterland niet zomaar uit zijn binnenzak haalt. De directeur zou „dolgraag met de Frans van Seumeren [financier FC Utrecht] uit Roden, uit Haren of uit Leek een kop koffie drinken”, zegt hij. „Maar die moet nog wel gevonden worden. Wellicht is-ie geboren, maar ik ken hem in ieder geval niet.”

Vind maar eens iemand die 70 uur per week in de club stopt. Die ook de pispaal wil zijn, zoals ik nu

Hans Nijland directeur

Pieter Nieuwenhuis van adviesbureau Hypercube heeft even daarvoor uitgelegd dat FC Groningen op basis van het verzorgingsgebied een vijfde plek zou moeten bezetten. Qua bedrijvigheid, bereikbaarheid van het stadion, nabijheid van concurrerende clubs heeft Groningen weinig te klagen. „Het voetbal is alleen nu niet waardevol genoeg in de ogen van veel mensen. Dan heb ik het niet over trouwe supporters, wel over die mensen die ’s ochtends opstaan en denken: wat ga ik vandaag eens met mijn euro’s doen?”

De tragiek van FC Groningen is dus een klassiek probleem van een product dat niet meer verkoopt. „Saneren is daarbij niet de oplossing”, zegt Nieuwenhuis. Wel een oplossing: beter voetballen. Met een investering in de spelersgroep van 25 miljoen euro over vijf jaar gespreid kan de club, volgens de rekenmodellen van Hypercube, de potentie waarmaken: stabiel net onder de topdrie. „Je bent nu niet aantrekkelijk genoeg. Maar als je de club via zo’n loopplankfinanciering terugbrengt naar het midden van het linkerrijtje, waar de club hoort gezien het achterland, kun je daarná de omzet weer autonoom uit de markt halen. Maar kom met een plan naar investeerders: ‘Door uw kapitaal kan deze club weer komen waar hij hoort’. Dan heeft het kans.”

‘Wie is nou Nijland?’

Daarin moet Arjen Robben, de beste speler die de club voortbracht, een prominente rol gaan spelen. „Wie is nou Nijland?”, zei Nijland al eens. „Maar als Arjen belt, zit-ie morgen nog bij KLM of Mercedes aan tafel.” Het is speculeren wanneer precies zijn laatste seizoen als voetballer aanbreekt, duidelijk is dat Nijland druk doende is om hem te paaien voor FC Groningen – „in wat voor rol dan ook”. Vorige week was Nijland weer op bezoek in München, de contacten zijn warm. Het huis waar Robben wil neerstrijken is al in aanbouw in het zuiden van de stad, richting villadorp Haren.

De zoektocht naar een investeerder kon weleens Nijlands laatste grote opdracht worden, na twintig jaar in de leiding. Mislukt dat, dan rest hem nog weinig. Want stilzitten is niets voor Nijland, liet hij zich onlangs in gesprek met supporters nog eens ontvallen. „FC Groningen vanaf nu op plek elf tot en met vijftien? Als dat zo moet zijn, prima, dan zonder mij.”

Over het einde van zijn tijdperk wordt voorzichtig gefluisterd. Is de rek ook uit Nijland? „Schrijf maar op”, zegt de directeur in het supportershome. „Het is heel simpel. Ik ben zeventig, tachtig uur per week voor die club in de weer. Vind maar eens zo iemand. Die ook de pispaal wil zijn, zoals ik nu. Dat hoort erbij. Maar vind maar eens iemand die dat wil. Dan maak ik wel plaats.”

    • Bart Hinke