Recensie

De zielsverhuizing van een wielrenner

Bas Steman

In zijn nieuwe roman roept deze fietsliefhebbende schrijver een soldaat uit Wales tot leven, die van wielrennen hield en in 1944 tijdens de Slag bij Arnhem sneuvelde.

De fiets speelt een grote rol in het werk van Bas Steman (1971). Hij schreef in 2002 een boek over wielrenster Leontien van Moorsel en wijdde een roman, De aankomst (2013), aan zijn vroeg geknakte jongensdroom om ooit de Tour de France te winnen. Ook in zijn nieuwe roman Morgan. Een liefde wordt geracet. ‘Zolang ik me kan herinneren’, schrijft hij, in deze wederom autobiografische geschiedenis, ‘fiets ik zelden om gezellig te toeren, meestal om de pijn, de afstand, de snelheid. In mijn jonge jaren leefde ik het volst wanneer ik een rugnummer kreeg opgespeld.’

De fiets is deze keer niet alleen een voertuig om kilometers mee te vreten, maar ook een verbindende factor tussen verschillende tijden, plaatsen en mensen. Morgan speelt zich af tussen wat je harde en zachte krachten kunt noemen, of lichaam en geest. De hoofdpersoon van deze ontwikkelingsroman, die geen naam krijgt, maar die we voor het gemak Bas noemen, is een man vol bravoure, die zich steeds meer openstelt voor het onstoffelijke. Als hij op een feest nader kennismaakt met Anne, een twaalf jaar oudere collega, raakt hij al snel verliefd. Maar hij gaat er meteen vanuit dat hun relatie van korte duur zal zijn. ‘Ons leeftijdsverschil was te groot’, zo redeneert hij. ‘Kon ik nog van haar houden als haar borsten zwaarden werden en haar glimlach kreukjes zette in haar huid?’ Een paar goede gesprekken en een gezamenlijke fietstocht later werpt hij de twijfel over de borsten en de kreukjes van zich af. Dan bekent hij haar dat hij wel voor haar ‘wil gaan’.

Hij meent aanvankelijk dat ‘je DNA, je opvoeding, je chemie’ bepalen hoe je denkt en reageert. Anne is meer van de oosterse zienswijzen en meditatie. Om zijn angst voor ‘donkere bossen en afgronden’ te verklaren, stelt zij een ‘sessie’ voor. Die voert hem naar angstaanjagende gebeurtenissen van voor zijn geboorte, op de Ginkelse hei, in september 1944, ten tijde van operatie Market Garden. Hij wordt er als 26-jarige Engelse parachutist beschoten en gedood. En zo belanden we in flashbacks in een Welsh dorpje, bij metaalarbeider Morgan, een fanatieke amateurwielrenner, die tijdens de Slag bij Arnhem omkwam.

Steman roept in Morgan een zielsverhuizing op, een reïncarnatie. Zijn Bas ‘herinnert’ zich huizen die hij nooit eerder heeft gezien, dingen die zijn voorgevallen en mensen die hebben bestaan voordat hij er zelf was. De hamvraag is niet zozeer of dit wel allemaal kan, en of zielen wel bestaan. Zelf heeft Steman het, enigszins gekscherend, over zichzelf als ‘de gerecyclede soldaat’. En op de vraag die hij zichzelf stelt, of hij die soldaat is geweest, antwoordt hij: ‘Mijn god, wie zal het zeggen?’ De kwestie is meer of Steman die gesneuvelde soldaat in zijn roman overtuigend tot leven weet te wekken. En dat is zeker het geval.

Ik kan niet zeggen dat ik van élke bladzijde van Morgan heb genoten, hoe spannend en goed opgebouwd ik de roman ook vond. Een enkele passage is wat kwezelig, vooral wanneer de voormalige verloofde van de soldaat in haar verpleeghuisbed weer eens het verleden ligt te herkauwen. Maar andere episoden daarentegen zijn licht en zuiver van toon, en daardoor aangrijpend.

    • Janet Luis