Column

De privatisering van alles

‘Goeiendag, straatabonnement graag!” Zo begint een filmclip van 50 seconden die zich door Zwitserland verspreidt, maar eigenlijk in heel Europa bekeken moet worden. Want de vraag die dit clipje opwerpt – tot hoever kun je openbaar goed in een democratie privatiseren? – speelt overal.

Een man loopt door Zürich en wil een plein oversteken. Ineens staat er een straatwacht voor zijn neus, die naar zijn straatabonnement vraagt. Straatabonnement? vraagt de passant. „Dit is particuliere grond,” legt de straatwacht uit, „daar hebben we toch laatst over gestemd? Dit stuk straat is eigendom van de firma Valeria BV. Twee frank graag. Cash of kaart?” Dan herinnert de passant zich het referendum. Maar wacht even, zegt hij, gebruikten de politici die privatisering van de openbare weg bepleitten niet juist het argument dat alles goedkoper zou worden voor de burger? „Niemand dwingt u deze route te nemen, meneer,” antwoordt de straatwacht. „Het is uw eigen keus.” De passant geeft beduusd zijn bankkaart. Voor hij doorloopt, wijst de straatwacht hem erop dat hij ook een abonnement kan kopen. Een stoepabonnement, dat je kunt scannen. Veel handiger dan elke keer apart afrekenen.

Even later loopt de passant tegen een nieuwe beambte op. Stoepabonnement graag. Hij toont het reçu dat hij net gekregen heeft. „Aah,” zegt de nieuwe straatwacht, „dat is Valeria. Deze stoep is in het bezit van Agnosta BV. Vier frank twintig alstublieft.” De clip eindigt met de woorden: „Openbare dienstverlening privatiseren?”

Bekijk hier de clip:

Nederland heeft het met de spoorwegen gedaan, met energieleveranciers, de posterijen en delen van de zorg. De beloofde marktwerking leidde niet tot meer efficiëntie of lagere prijzen – integendeel, burgers kregen minder service voor meer geld. Frankrijk privatiseerde zijn tolwegen. Sindsdien verhogen de nieuwe uitbaters (dezelfden die ook de pompstations beheren die vier euro vragen voor een flesje water) stelselmatig de tol. Oostenrijkers zijn panisch dat hun watervoorziening, nog uit de tijd van keizer Frans Jozef, op een dag in handen komt van een multinational die vervolgens exorbitante prijzen gaat vragen. Politici verzekeren dat dit niet gaat gebeuren. Maar kunnen we daarvan op aan? In Zwitserland wordt morgen een referendum gehouden over de privatisering van de nationale omroep. De initiatiefnemers willen geen kijk- en luistergeld meer betalen voor zenders waar ze niet naar kijken of luisteren.

Waar eindigt dit? Zwitserse activisten die tegen de privatisering van de omroep zijn, probeerden zich dat voor te stellen. Ook het volgende clipje hebben zij gemaakt. Een oude vrouw belt de brandweer. Haar huis staat in brand. „Firma Löschtec, klantennummer alstublieft,” vraag de telefoniste in het callcenter. Dat heeft de vrouw niet. „Zonder klantennummer kan ik u in het systeem geen brandweerauto aanbieden,” zegt de telefoniste. „Krankzinnig!” roept de vrouw. Achter haar laait het vuur op. „Hebben we over gestemd,” antwoordt de telefoniste. „U betaalt alleen nog als het brandt. Zullen we een klantennummer voor u aanmaken? Wilt u een Lösch-abo kopen, of een Prepaid Vollrisk All-Inclusive Package?” „Vollrisk!” roept de vrouw. Dan wil de telefoniste een gebruikersnaam. Maar de lijn is al dood.

Derde clip. Een schoolklas. De leraar gaat bij het begin van de les met een scanner de banken langs om te checken of alle ouders wel betaald hebben. Die van David hebben dat niet gedaan. Dus David krijgt een koptelefoon op, zodat hij de les niet kan volgen. Klasgenoten kijken meewarig. „Die is zo arm,” zegt een meisje, „dat hij alleen nog wiskunde en Duits heeft.”

Overdreven? Nee. Solidariteit en openbaar goed, pilaren van onze samenleving, staan steeds verder onder druk. Het is heel goed om te zien waar die druk toe kan leiden.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.