Wat is er gebeurd met dit Nederlandse echtpaar op de Talagoa?

Dood in de Caraïbische Zee

Een Nederlands echtpaar spoelt dood aan bij een Colombiaans eiland. Schipbreuk, zegt de lokale politie. Maar dat is onwaarschijnlijk. Hun kinderen willen weten wat er echt is gebeurd.

De Talagoa, gestrand op een rif bij het eiland Cayo Bolívar. Rechtsonder zijn in de stalen romp tot nu toe onverklaarde golvende beschadigingen te zien. Midden, op de rug gezien: Waldemar Finke. Familie Finke

Dit is wat Marianka en Waldemar Finke zeker weten. Hun ouders waren bijna vijftig jaar getrouwd. Ze hadden een mooi en avontuurlijk leven. Ze zeilden samen de wereld rond. Op vrijdag 25 maart 2016 zijn ze met hun zeiljacht Talagoa van Colón in Panama naar het Colombiaanse eiland Providencia vertrokken. Ze zijn daar nooit aangekomen.

Wat er onderweg is gebeurd, is niet goed te verklaren als een ongeluk. Een strafrechtelijk onderzoek sleept zich al bijna twee jaar voort.

Dit is wat Marianka en Waldemar Finke vermoeden. Hun ouders zijn overboord gezet: vermoord. Ze waren midden in de Caraïbische Zee precies op de verkeerde plaats op het verkeerde moment.

Als ze íets vroeger of íets later waren vertrokken – als hun moeder in Colón niet nog naar de tandarts was gegaan met een losse vulling – hadden ze thuis in Zeeland hun gouden bruiloft kunnen vieren.

Het lichaam van Ria Finke (69) wordt dinsdag 29 maart 2016 om half zes ’s ochtends gevonden door een oude creoolse rumverkoper met een strandtentje. Het is aangespoeld op de zuidoostkust van het Colombiaanse eiland San Andrés, een ‘vakantieparadijs’. Volgens een lokale arts is Ria verdronken.

Waldy Finke (75) wordt diezelfde dag gevonden door een visser, een paar honderd meter uit de kust en ten noordwesten van San Andrés. De visser bindt een touw om het aangetaste lichaam en sleept het met zijn bootje mee. Volgens een lokale forensisch patholoog is Waldy door een haai doodgebeten.

De Talagoa wordt twee dagen later, op 31 maart om vier uur ’s middags, door vissers gevonden bij Cayo Bolívar. Dit onbewoonde koraaleilandje met palmbomen ligt dertig kilometer ten zuidoosten van San Andrés. De blauwe boot ligt zonder kiel en met afgebroken mast gekapseisd op het rif. Deels in en deels boven water, als een gestrande walvis.

Waldemar Finke, zoon van het omgekomen echtpaar Waldy en Ria, vaart in april 2016 met zijn vrouw naar het gestrande wrak van de Talagoa. Hij filmt de kajuit van de leeggeroofde boot, die ondersteboven en half in zee ligt op het rif bij het koraaleiland Cayo Bolívar.

Mogelijke moord

Dit verhaal gaat over de laatste reis van de Talagoa en alles wat daarna gebeurde. De reconstructie is gebaseerd op gesprekken met betrokkenen, bevindingen van een schade-expert, mailverkeer en de getuigenverklaring van Waldemar Finke.

Hij (47) en zijn zus (44) vinden het lastig om aandacht te vragen voor de dood van hun ouders. „Er komen elke dag vluchtelingen in bootjes om het leven”, zegt Waldemar. Ze weten ook dat de rechteloosheid in Colombia groot is, en de kans dat er daders worden gevonden en bestraft klein. Maar ze vinden het onverteerbaar dat een mogelijke moord niet beter en sneller wordt onderzocht. Het duurt na de vondst van Waldy en Ria 656 dagen voordat politie en justitie voor het eerst afreizen naar Colombia.

Eind 2016 mailen Waldemar Finke en zijn zus een hulpverzoek aan de minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders (PvdA). De casemanager Latijns-Amerika en de Caraïben van het ministerie antwoordt dat hij gaat informeren bij de Nederlandse ambassade in Bogotá.

Er komen elke dag vluchtelingen in bootjes om het leven.

Ze horen niets meer. Er is „voor de familie een paar maal” navraag in Colombia gedaan, maar er kwam geen informatie, stelt het ministerie nu. Het steekt broer en zus dat hetzelfde ministerie in hetzelfde Colombia bij de ontvoering van Spoorloos-presentator Derk Bolt en diens cameraman vorig jaar wel alles op alles zette. Bolt wordt na zijn vrijlating gebeld door minister Koenders zelf. Ja, maar Derk Bolt is een bekende Nederlander, krijgt Waldemar van de politie te horen, zegt hij. „Dan denk je toch: klassenjustitie.”

„We kunnen ons de frustratie van de nabestaanden voorstellen nu het allemaal zo lang duurt, maar het is altijd moeilijk zaken te vergelijken”, reageren politie en justitie in een gezamenlijke mail. Bij een ontvoering leven de slachtoffers nog en heeft hun veilige terugkeer prioriteit, is de uitleg.

Nooit leren zwemmen

Wie waren Waldy en Ria? Waldy wordt op 10 mei 1940 geboren als Waldemar Frans Finke in het Zuid-Limburgse mijndorp Schaesberg. Het is de dag van de Duitse inval. Waldy’s vader is Duits en moet Hitlers leger in. Hij springt in Oostenrijk van een goederentrein, deserteert en wordt door de geallieerden gevangen gezet. Waldy en zijn moeder wonen in een opvangkamp bij Hannover. Hij wordt als kind zwaar verwaarloosd en moet bij het Rode Kruis aansterken.

Op zijn zestiende loopt Waldy van huis weg. Hij monstert in 1956 aan op een schip uit Terneuzen, de Colette. Zijn eerste zeereis is naar Marokko, net onafhankelijk van Frankrijk. Op een windstille dag wordt de hangende Nederlandse scheepsvlag voor een Franse aangezien. Waldemar: „De granaten vlogen over het dek, zei onze vader.”

Waldy is negentien als hij op een ‘kustertje’ de dertienjarige schippersdochter Maria Wilhelmina Plokker uit Vlaardingen ontmoet. Ze spelen met elkaar. Later wordt het liefde.

„Ik weet dat mijn vader mijn moeder een keer overboord heeft gegooid”, zegt Marianka. „Hij hing haar altijd overboord en toen viel ze. Mijn vader is er wel achteraan gesprongen. Terwijl hij niet kon zwemmen. Mijn vader heeft zijn hele leven nooit leren zwemmen. Hij kon zich wel even drijvende houden.”

Mijn vader heeft zijn hele leven nooit leren zwemmen.

Waldemar: „Als je kan zwemmen en je gaat overboord, duurt het alleen maar langer voor je verdrinkt. Dus het is helemaal geen voordeel, eigenlijk. Zo bracht mijn vader dat. Of dat nou een excuus was.”

Waldy en Ria trouwen in 1966. Hij haalt zijn kapiteinsdiploma voor de grote vaart. Tot zijn dertigste vaart hij op zee, daarna doet hij veel maritiem inspectiewerk en werkt hij als scheepsagent voor rederijen in vreemde havens.

Ze wonen lang in Afrika. Waldy is alleen in Liberia als daar eind jaren tachtig een burgeroorlog uitbreekt. Hij moet onderduiken omdat hij nog benzinevoorraden heeft en daarom gezocht wordt. „Daar heeft hij PTSS aan overgehouden”, zegt Marianka. „Thuis staarde hij soms nachtenlang voor zich uit.”

Marianka en Waldemar zitten in Oostenrijk op een internaat. „Als er problemen waren, hoorden we dat achteraf”, zegt Waldemar. „Daar wilden ze ons niet mee lastig vallen. Dat mijn moeder bijna dood was gegaan aan malaria, hoorden we een maand later.”

Waldy wil zijn levensverhaal opschrijven, voor de familie. Hij heeft pas vier pagina’s, maar ook die gaan verloren. Ze staan op een harde schijf die in het zoute water in de Talagoa wordt gevonden.

Ria en Waldy Finke op de bruiloft van zoon Waldemar in 2015. Foto Miranda Vijfvinkel

Op weg naar huis

Waldy en Ria zijn op weg naar huis na een wereldreis van zestien jaar. Ze hebben een vakantiehuisje in het Zeeuwse Kamperland. Ze willen de boot verkopen – en daarna met een camper rondreizen. Marianka: „Mijn ouders waren geen mensen om stil te zitten.” Waldemar: „Ze wilden niet verzuren.”

In 1997 hebben ze het stalen zeiljacht van het type Samoa 47 gekocht: een zeewaardig schip van vijftien meter lang en vijf meter breed. Het is vernoemd naar de Samoaanse scheppingsgod Tagaloa, wat ze verbasterd hebben tot Talagoa. „Grappig”, zegt Waldemar. „Foutje, denk ik. Hebben ze nooit geweten.”

Dat mijn moeder bijna dood was gegaan aan malaria, hoorden we een maand later.

Ze hebben drie keer het Middellandse Zeegebied rondgereisd als ze in 2008 vanaf Kaapverdië de Atlantische Oceaan oversteken naar Midden-Amerika. Via het Panamakanaal varen ze langs de Westkust van de Verenigde Staten omhoog naar Alaska. Terug in de Caraïben willen ze vanaf het Colombiaanse eiland Providencia door naar Cuba en Florida. Het plan is om via New York, Groenland en IJsland weer de oversteek naar Nederland te maken.

Het zit niet altijd mee. Tijdens een storm op de Noordelijke Stille Oceaan, ter hoogte van San Francisco, breekt in 2012 ’s nachts de mast af. Er moet per schip een nieuwe mast uit Zeeland komen. In 2015 vliegt hun nieuwe scheepsmotor voor de kust van Mexico in brand. Waldemar: „Het waren geen mensen die in paniek raakten. Ze belden me en zeiden: we dobberen hier. Kun jij niet iets regelen?”

In maart 2016 is de Talagoa in goede staat, volgens Waldemar. In Panama gaat de boot nog uit het water voor onderhoud en een nieuwe verflaag.

„We zijn vertrokken!”, is het laatste appje dat Marianka en Waldemar van hun ouders krijgen op vrijdag 25 maart 2016. Van de Panamese havenstad Colón is het zo’n 400 kilometer naar het Colombiaanse eiland Providencia. Hun ouders zijn gewend om comfortabel te zeilen op de automatische piloot: met de zeilen vastgezet en het roer op een vooraf uitgezette koers. Als de wind zwak is, gaat de motor erbij aan. Ze denken er veertig uur over te doen.

Mijn ouders waren geen mensen om stil te zitten.

Iedere dag sturen Waldy en Ria een ‘ok’-berichtje via een locatiemelder met gps. Het laatste berichtje dat ze sturen is van zaterdag rond twee uur ’s middags. Om half zes komt er nog een automatische melding van hun AIS-satellietsysteem met hun locatie. Zes uur later, om half twaalf ’s avonds, ligt de Talagoa nog steeds op koers naar Providencia, heeft een expertbureau uitgezocht.

Omdat er geen ok-berichten meer komen, sturen Marianka en Waldemar hun ouders appjes. „Zijn jullie er al?” Geen antwoord.

Waldemar probeert zijn ouders te bellen op hun mobiele telefoon. Geen gehoor.

Op dinsdagavond om half elf belt hij hun satelliettelefoon. Er wordt opgenomen. Een vreemde vrouwenstem zegt alleen: „Hallo. Hallo.”

Op woensdag belt Waldemar de kustwacht in Den Helder en geeft zijn ouders op als vermist. Een dag later inspecteert de kustwacht van San Andrés een gestrand schip op Cayo Bolívar. Aan boord vinden ze de paspoorten van een Nederlands echtpaar.

„Toen ik daar kwam, was het schip al compleet leeggeroofd”, vertelt René van Dijk in zijn kantoor met uitzicht over Rotterdam-Zuid. De directeur van Arntz van Helden BV, een gespecialiseerd bedrijf in maritieme en technische schade-expertise, stelt wereldwijd schade vast voor verzekeraars. Hij arriveert zaterdag 2 april 2016 op San Andrés.

Via een online zeilersforum huurt Van Dijk een scheepsagent in als gids. De marine en kustwacht koppelen hem aan een jonge duiker die al in het wrak is geweest.

Het wrak van de Talagoa staat onder water.

Groot zwart gat

Stuiterend op de golven worden ze met een patrouilleboot naar de Talagoa gebracht. Het schip ligt ondersteboven in de golven. Waar de kiel hoort te zitten, is een groot zwart gat.

Op bakboord hebben onbekenden nog een rechthoekig gat van één bij twee meter uit de stalen romp gezaagd. De complete inrichting is gestolen, tot de keukenkastjes toe. Zelfs de scheepsmotor van zo’n vijfhonderd kilo is via het gat eruit getakeld. De jutters zijn waarschijnlijk lokale vissers.

Op stuurboord ziet Van Dijk een vreemde beschadiging. In het staal en in de metalen strip die het dek omlijnt, zitten flinke welvingen, alsof de romp is gaan golven. Van Dijk kan het niet verklaren.

René van Dijk treft de Talagoa aan op Cayo Bolívar.

In zee vindt hij de giek, waar in blauwe letters ‘Talagoa’ op staat. Dat deel neemt hij mee voor Waldemar en Marianka als aandenken. Hij betaalt de duiker om de boot in stukken te zagen en te ruimen.

Is het een ongeluk?

De recherche op San Andrés concludeert in 2016 van wel. Het schip is in slecht weer terechtgekomen waarbij de kiel is afgebroken, zegt een rechercheur op het eiland tegen schade-expert Van Dijk. Waldy en Ria zijn overboord geslagen. Hun lichamen zijn afgedreven. Het schip is op de automatische piloot doorgevaren. Het is gestrand op Cayo Bolívar en op het koraalrif gekapseisd. Maar dit scenario is uitgesloten, volgens meerdere bronnen.

Ten eerste is het weer prima. Dat hoort Van Dijk van andere zeilers op San Andrés die tegelijk met Waldy en Ria dezelfde koers varen. Een expertisebureau stelt later een nauwkeurig weerbeeld op: de lucht is blauw, de windkracht vier tot vijf en de golven 1,25 tot 2,5 meter hoog. Ideaal weer voor een zeiljacht als de Talagoa. De kustwacht vindt het wrak ook met uitstaande zeilen.

De theorie over de kiel is ook „niet mogelijk”, stelt Van Dijk. Een Samoa 47 die op zee zijn kiel verliest, vaart niet door. Er ontstaat een groot gat in de romp, de boot loopt vol en zinkt. „Als de kiel tijdens de reis was afgebroken, dan hadden wij het jacht nooit aangetroffen”, zegt Van Dijk. De ontwerper van de Samoa 47, Cees van Tongeren van Van de Stadt uit Wormerveer, bevestigt dit. Een schip met luchtkamers kan wel blijven drijven met een gat in de romp, maar die heeft deze boot niet.

Als de kiel tijdens de reis was afgebroken, dan hadden wij het jacht nooit aangetroffen.

Het is ook niet goed voorstelbaar dat Waldy en Ria allebei tegelijk overboord zijn geslagen, volgens hun kinderen. Hun ouders zijn ervaren en voorzichtige zeilers. Op zee slaapt de één ’s nachts in de kajuit, en blijft de ander veilig in de verdiepte kuip.

En het zou een bizar toeval zijn dat de Talagoa onbemand ‘op hol slaat’ en precíes op Cayo Bolívar strandt. Het onbewoonde atol van een paar vierkante kilometer bestaat uit stipjes in eindeloos azuurblauw.

Is het een aanvaring?

Het enige geregistreerde schip dat op 26 maart 2016 in de buurt van de Talagoa komt, is een Maltees vrachtschip: een grote bananenboot die pendelt tussen Panama en Rotterdam. Een botsing is een mogelijk scenario, denkt de politie aanvankelijk. Maar het Britse bedrijf Exact Earth berekent later dat dit schip toch niet heel dichtbij was.

Is het een kaping?

In januari 2016, twee maanden voor het incident met de Talagoa, proberen piraten een motorjacht dat op weg is naar Providencia met hun stalen vissersboot te rammen. Het jacht geeft vol gas, weet te ontkomen en alarmeert de Colombiaanse kustwacht.

De politie gaat er niet van uit dat Waldy en Ria zo zijn overvallen. De inventaris van de Talagoa lijkt nog compleet als de kustwacht de boot aantreft. Ze vinden nog waardevolle spullen zoals een laptop en bankpassen. Ria wordt gevonden met haar trouwring en een gouden kettinkje om.

Wat er is gebeurd, is waarschijnlijk heel snel gegaan. Op de locatiemelder van Waldy en Ria zit naast de ok-knop ook een SOS-knop. Ze geven geen mayday-signaal.

De Talagoa.

Drugsroutes

Op zondag 17 april, de dag na hun aankomst op San Andrés, blijven Waldemar Finke en zijn vrouw Susan in het hotel in bed. Ze zijn doodop en niet in de stemming voor een Caraïbisch vakantie-eiland.

San Andrés is kleiner dan Schiermonnikoog, maar heeft dankzij het toerisme een snel groeiende bevolking (80.000 mensen). Je kunt er duiken, de oude Baptistenkerk in San Luis bezoeken of naar een hanengevecht gaan – behalve als je niet van dierenleed houdt, waarschuwt de officiële website van het eiland. Er wordt Spaans, Creools en Engels gesproken. Eind zestiende eeuw is het een veilige haven waar Nederlandse zeeschepen schuilen voor piraten.

Via San Andrés en Providencia wordt ook al eeuwen gesmokkeld. Met een snelle boot ben je in een paar uur in Nicaragua en binnen één nacht in Mexico. Criminele families en bendes hebben de laatste jaren om de drugsroutes gevochten. In 2005 wordt geteld dat driehonderd eilanders voor drugshandel vastzitten in de VS en Midden-Amerika. Tussen 2008 en 2014 worden honderd mannen vermoord en komen zo’n zestig smokkelaars niet terug van zee.

Waldemar is op het eiland om de lichamen van zijn ouders terug te halen. Het blijkt dat Waldy en Ria na hun identificatie op 6 april op een begraafplaats in graven bovenin een muur zijn gemetseld.

Waldy en Ria zijn na hun identificatie op 6 april op een begraafplaats in graven bovenin een muur gemetseld.

Waldemar spreekt met Dolana Christina Navas Newball, de forensisch patholoog die het lichaam van zijn vader heeft onderzocht. „Het was zwaar gehavend. Lichaamsdelen ontbraken”, vertelt ze aan de telefoon vanaf San Andrés. Ze herkent de verwondingen: haaienbeten. Omdat er bloed in de maag zit, denkt ze dat Waldy’s hart in zee nog heeft gepompt – en hij dus nog leefde toen hij in het water belandde.

Het was zwaar gehavend. Lichaamsdelen ontbraken.

In het dorpje San Luis ontmoeten Waldemar en zijn vrouw de oude creoolse rumverkoper die Ria heeft gevonden. Ook zien ze een groepje vissers dat op het strand zit te blowen en spulletjes verkoopt. De vissers proberen Waldemar een vlag te verkopen: een Nederlandse vlag aan een stok die van de Talagoa komt. Als hij vertelt wie hij is, mag hij de vlag hebben. Ze hebben ook foto’s van de Talagoa, zeggen ze, maar daar moet hij dan wel voor betalen.

Blauwe speedboot

En dan, drie weken na het incident met de Talagoa, hoort Waldemar op 19 april 2016 via via voor het eerst van een blauwe speedboot. Vissers hebben twee- à driehonderd meter ten oosten van de Talagoa een gezonken go fast zien liggen. Een polyester boot van 9 meter lang, met twee 150 PK-motoren en schade aan bakboordzijde. De boot lag een paar meter onder het heldere water en zou vaten met drugs aan boord hebben gehad, waarschijnlijk cocaïne.

Langs de kust van San Andrés hebben vissers in die dagen ook vaten met drugs zien drijven, hoort Waldemar. Verder hoort hij dat Cayo Bolívar niet alleen een onbewoond eiland is, maar ook een tankstation. Drugssmokkelaars bewaren er vaten met brandstof om onderweg bij te tanken.

Nog dezelfde dag varen Waldemar en Susan met de kustwacht naar Cayo Bolívar. Ze vinden geen blauwe go fast. Ze vinden in de Talagoa alleen nog een wijnglas, de wasmachine, een hemdje van Ria.

Op 22 april hoort Waldemar op San Andrés weer via via dat er aan boord van de speedboot twee mannen zouden hebben gezeten. Een van de mannen zou een Jamaicaan zijn. Een dag later hoort hij dat de go fast en de drugs inmiddels geborgen zijn. De boot zou in San Luis op San Andrés liggen, waar ook het lichaam van zijn moeder is aangespoeld. En hier loopt het spoor dood. De speedboot wordt nooit gezocht en nooit gevonden.

Is het een misdaad?

Sinds mei 2016 loopt er een strafrechtelijk onderzoek in de zaak. Politie en justitie zien het verhaal van de go fast als een serieuze aanwijzing.

Dit is wat Marianka en Waldemar Finke vrezen. De speedboot is ’s nachts onverlicht met hoge snelheid tegen de Talagoa gebotst. Een go fast vaart met de neus omhoog; het zou kunnen dat hij de Talagoa daardoor niet heeft gezien. De golvende beschadigingen op de romp en de verbogen reling op het dek passen bij een botsing met een kunststof boot.

Schade-expert Van Dijk vindt het een plausibele verklaring. „Die golvende schade kan niet van koraal zijn. Dan krijg je een spoor van krassen. De boot is ook via haar andere kant op het rif omgerold.”

De mannen van de go fast moeten de Talagoa vervolgens hebben gebruikt om hun boot en de drugs veilig naar Cayo Bolívar te brengen, denkt Waldemar. „Als zij die drugs kwijtraken, zijn zijzelf of hun familie misschien wel de klos. Weet jij veel.”

De kiel moet zijn afgebroken toen het schip op het rif botste. In dat geval zal het nog bij de vindplaats van de Talagoa liggen. Het ding weegt 6.300 kilo.

Als zij die drugs kwijtraken, zijn zijzelf of hun familie misschien wel de klos.

Een aanwijzing dat er mogelijk vreemden aan boord zijn geweest, is een handradio die de kustwacht in de Talagoa heeft gevonden, volgens Waldemar. Die handmarifoon stond afgesteld op kanaal 16, het internationale noodkanaal voor de scheepvaart. Maar Waldy en Ria gebruikten altijd hun vaste marifoontoestel aan boord, zegt Waldemar. Volgens hem hadden zij zelfs geen handradio.

Ergens op die laatste reis zijn Waldy en Ria overboord gezet, denken hun kinderen. Dat hun lichamen van Cayo Bolívar of uit die richting naar San Andrés zijn gedreven, is goed te verklaren, heeft de politie uitgezocht. Er stond een flinke oppervlaktestroom richting ‘oostnoordoost’ van twee kilometer per uur. Maar dat de lichamen in die diepe zee met haaien gevonden zijn, is een wonder.

De Talagoa en Ria Finke, niet lang voor haar dood in 2016.
Ria en Waldy Finke.

Ok-berichtje

De lichamen van Waldy en Ria arriveren op 28 april 2016 op Schiphol. Ze worden direct vervoerd naar de Nederlandse Forensische Dienst. Ze verkeren in zo’n slechte staat, dat alleen de botten nog informatie opleveren. Op Waldy’s ribben zien de onderzoekers krassen, van een haai of een scherp voorwerp – het is niet te zeggen. De botten mogen als bewijsmateriaal niet gecremeerd worden, alleen begraven.

Op zaterdag 7 mei 2016, vier dagen na de natuurbegrafenis van Waldy en Ria, gebeurt er iets lugubers. Hun kinderen krijgen per mail ineens een ‘ok’-berichtje van hun ouders. En twee dagen later volgt weer zo’n melding. Het moeten de mensen zijn die de boot hebben leeggeroofd, denkt Waldemar. Die klooien met de locatiemelder met gps. De coördinaten zijn van een naamloos weggetje in San Luis, om de hoek bij Club de Playa Rocky Cay.

Nu gaan we deuren intrappen, zegt de politie. Maar er gebeurt uiteindelijk niets met de ok-berichtjes. Ook het eerdere telefoontje met de vrouw die alleen „hallo hallo” zei, blijkt niet meer te traceren.

Waar het onderzoek blijft steken, is voor Waldemar en Marianka niet duidelijk. Ze hebben goed contact met twee politieagenten, John Welzenbagh en Wieger Nijholt. Justitie doet ook diverse rechtshulpverzoeken om informatie aan Colombia. Maar de procedures duren lang en leveren nog weinig op. De gemiddelde doorlooptijd van een rechtshulpverzoek is drie maanden, legt justitie uit.

Eén rechtshulpverzoek wordt na negen maanden ingewilligd. Op 20 mei 2016 vraagt justitie Colombia om het sectieverslag van de patholoog en het proces-verbaal van de politie en kustwacht. Op 14 februari 2017 komt er een antwoord dat weer een maand later in vertaalde vorm beschikbaar is. Er blijkt op San Andrés geen proces-verbaal opgemaakt te zijn. De kopie van het sectieverslag is zo slecht dat de foto’s van de lichamen niet bruikbaar zijn.

„Het beeld dat deze zaak pas na twee jaar voortvarend is opgepakt is niet correct”, reageren politie en justitie. „Aandacht vragen aan de Colombiaanse autoriteiten voor een zaak als deze is een delicaat diplomatiek proces, aangezien Colombia wordt geconfronteerd met 11.000 moorden per jaar.”

De Colombiaanse autoriteiten en justitie op San Andrés geven ondanks herhaalde verzoeken geen inhoudelijke reactie op vragen voor dit artikel.

Naar Bogotá

Een bezoek van politie en justitie aan San Andrés wordt steeds vooruitgeschoven. Waldemar en Marianka zijn gefrustreerd en boos. Ze besluiten contact met deze krant te zoeken en hun verhaal te doen. Dat vertellen ze ook aan politie en justitie.

Op 16 januari dit jaar gaan politieagent Wieger Nijholt en officier van justitie Machiel Woudman alsnog naar Bogotá. Ze hebben een ontmoeting met de hoogste officier van justitie en de officier van San Andrés, mevrouw Aixa Archbold Triana. Nederland betaalt haar vliegticket vanaf het eiland.

Het beeld dat deze zaak pas na twee jaar voortvarend is opgepakt is niet correct.

Er wordt gepraat over een bezoek aan Andrés dit voorjaar om getuigen en betrokkenen te horen. Een vliegtuig van de Amerikaanse kustwacht kan boven Cayo Bolívar met speciale apparatuur naar de stalen kiel met lood zoeken. En de Nederlandse politie wil met de Colombiaanse collega’s graag kennis delen over hoe ‘waterlijken’ zich verplaatsen.

De Nederlanders krijgen ook nieuwe informatie. Het lichaam van Waldy zou een buikwond hebben gehad door een harde klap. Ria zou volgens de lokale arts ook een wond bij haar schaambeen hebben. Hoe zij daaraan komt, is onduidelijk.

Marianka en Waldemar hopen dat het strafrechtelijk onderzoek op San Andrés zelf hen zal helpen bij de verwerking. „Er zijn daar mensen die weten wat er is gebeurd”, zegt Waldemar. Dan wil ik het ook weten. Zodat het laatste uur van mijn ouders niet het enige is waar we aan blijven denken. Al die tijd daarvoor is voor ons veel belangrijker.”