Column

De kanonnen van Donald Trump

In een wereld waar het onderlinge vertrouwen afneemt, is het streven naar autarkie niet ver weg.

Tanks, kanonnen, vliegdekschepen: de wereld mag dan steeds moderner worden en oorlogvoering ook, staal heb je als land kennelijk nog altijd nodig om een vuist te maken. Europa begon zijn integratie na de Tweede Wereldoorlog met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in 1952. Geen betere manier om niet alleen elkaars economie, maar ook elkaars oorlogscapaciteiten in de gaten te houden. De Fransen schoten daarna de Europese defensiegemeenschap weliswaar af, in 1954. Maar in 1957 leidde staal indirect wél tot de oprichting van wat later de Europese Unie zou gaan heten.

Wat zouden de Canadezen denken van de heffing van 25 procent die de Amerikaanse president Trump donderdag aankondigde op al het door de VS geïmporteerde staal? Trump deed dat met een beroep op de ‘nationale veiligheid’. Canada reageerde deze week met een mengeling van verbijstering en verongelijktheid op Trumps aankondiging. Het buurland is de grootste buitenlandse leverancier van staal, met een aandeel van 16 procent in de Amerikaanse import.

Maar als de nationale veiligheid in het geding is, en Amerika kennelijk niet wil vertrouwen op de import van staal maar liever de eigen productie opvoert, dan zegt het in wezen tegen de exporteurs dat het hen niet vertrouwt. Canada dus ook niet. Het zit samen met Mexico (9 procent van de Amerikaanse staalimport) in de Noordamerikaanse vrijhandelsassociatie NAFTA. Is die dan ook niets waard?

In een wereld waar het onderlinge vertrouwen afneemt, is het streven naar autarkie niet ver weg. Alle essentiële zaken moet je zelf kunnen. En dat is hoe Trumps plan met staal, en aluminium overigens, kan worden gelezen. En, zo valt aan te nemen, de deregulering van de oliewinning. In 2012 stelde het Internationaal Energie Agentschap dat de VS weldra geen netto-importeur meer zou zijn van olie, vooral door de explosie van schaliewinning. Dat moet bestendigd worden.

Nu kan er worden tegengeworpen dat drastische acties zoals die van Trump zich tegen de economie keren. George Bush’ handelsmaatregelen tegen staal in 2002 werden snel opgeheven, nadat was berekend dat dit de VS 200.000 banen kostte.

Er zijn grensoverschrijdende productieketens, de wereld hangt aan elkaar van handelsstromen. Bedrijven opereren transnationaler dan ooit. Een handelsoorlog kán niet, dus? Tenzij er iemand over beslist die aan al die conventies lak heeft. Tenzij er andere overwegingen zijn, van nationale identiteit, zelfbeschikking, autarkie. De wereldeconomie als een oorlog van allen tegen allen. Nu is er de Britse kiezer, met Brexit. Trump en zijn adviseurs, die een handelstekort zien als een vernedering. China, dat onder de nu voor het leven benoemde Xi Jinping zijn economie kan inzetten als vehikel voor het nationaal belang.

Zonder al te dramatisch te worden: in 1914 dachten de vakbonden dat de klasse van de arbeider belangrijker was dan zijn nationaliteit. In 1914 was er óók globalisering, op een schaal die pas weer begin jaren negentig werd geëvenaard. Dat bleek allemaal, toen het op het nationaal belang aankwam, weinig waard.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.