Angolese bankier laat 500 miljoen verdwijnen

Diefstal Een Angolese bankier heeft een half miljard weggesluisd van een bank die met gemeenschapsgeld werd gered, blijkt uit onderzoek.

Foto Luís Barra

Een topbankier van de Portugese Banco Espírito Santo heeft 500 miljoen euro van de bank verduisterd. Het gaat om Álvaro Sobrinho, tussen 2002 en 2012 directeur van de Angolese dochteronderneming Banco Espírito Santo Angola en tevens grootaandeelhouder van voetbalclub Sporting Lissabon. Dat blijkt uit onderzoek van het journalistieke platform European Investigative Collaborations, waarvan NRC deel uitmaakt.

In 2014 werd bij de Portugese bank, die al meer dan een eeuw oud was, een financieel gat van ongeveer 5 miljard euro ontdekt. De Portugese staat, destijds herstellende van de financiële crisis, moest met miljarden bijspringen om de gezonde onderdelen van de bank te redden. De tekorten bij de Angolese tak speelden een grote rol in de ondergang van Banco Espírito Santo.

Documenten die het Duitse weekblad Der Spiegel heeft verkregen en die zijn onderzocht door de Portugese krant Expresso, laten in detail zien hoe Sobrinho omgerekend 352 miljoen euro van de bank overmaakte naar schimmige bedrijven, waar hij zelf achter schuil blijkt te gaan.

In 2014 had Expresso al gepubliceerd dat Sobrinho 148 miljoen euro had laten verdwijnen. Met de nieuwe bevindingen komt het totaal op 500 miljoen euro. Aanklagers in Portugal doen al enkele jaren onderzoek naar de verdwenen 500 miljoen, maar hadden tot op heden onvoldoende bewijs voor een aanklacht tegen Sobrinho. Ook in Zwitserland loopt een justitieel onderzoek. Daar is beslag gelegd op 122 miljoen euro aan tegoeden op Sobrinho’s bankrekeningen.

Geen bezwaren

Drie Angolese bedrijven, Ocean Private, Anjog en Marina Baía, ontvingen in totaal 352 miljoen euro, zonder dat bij de bank bekend was wie de eigenaren van die bedrijven waren. Geen van de betrokken bankmedewerkers maakte bezwaar tegen de transacties.

Uit het Angolese handelsregister blijkt dat Ocean Private eigendom is van een brievenbusfirma op de Britse Maagdeneilanden. Die staat weer op naam van Sobrinho. Anjog is geregistreerd op naam van Sobrinho’s echtgenote en twee kinderen, die bij de oprichting minderjarig waren. Marina Baía staat op naam van Sobrinho, zijn twee broers en hun vrouwen. In 2011 ging een deel van de aandelen in Marina Baía over naar Tchizé dos Santos, een dochter van de toenmalige president van Angola.

E-mails, bankafschriften en excelbestanden in het bezit van EIC laten zien hoe het grootste deel van het verdwenen bedrag, zo’n 226 miljoen euro, terechtkomt bij Ocean Private.

In juli 2012, als Sobrinho nog directeur van de bank in Angola is, wordt er bijvoorbeeld 40 miljoen euro afgeschreven van de rekening van een ander geheimzinnig bedrijf, waarbij Sobrinho ook betrokken is. Dat bedrijf had een ongedekte lening van de bank gekregen. Een dag later wordt er rond 20 miljoen bijgeschreven bij Ocean Private. Sobrinho’s zwager, die een deel van Sobrinho’s zakelijke belangen beheert, vraagt per e-mail om opheldering. „Die opdracht heb ik gegeven”, antwoordt Sobrinho over de transactie.

Tussen 2011 en 2013 waren er zo 25 stortingen naar Ocean Private. En er verdwenen ook weer grote bedragen uit de onderneming. Uit de documenten wordt duidelijk dat 51 miljoen euro in contanten is opgenomen en 46 miljoen is overgeboekt naar vijftien Zwitserse bankrekeningen. Die stonden op naam van brievenbusfirma’s waarvan Sobrinho de begunstigde was.

Banco Espírito Santo Angola moest in 2014 gered worden door de Angolese staat, met geld uit het staatsoliebedrijf en Chinese leningen. Angola heeft geen justitieel onderzoek naar Sobrinho ingesteld.

Álvaro Sobrinho heeft niet gereageerd op vragen van EIC.