26 jaar in een Noord-Koreaans strafkamp

Noord-Korea

Tienduizenden Noord-Koreanen zitten – soms levenslang – in strafkampen. Twee gevluchte vrouwen vertellen hoe ze daar leefden. ‘Gedetineerden plegen vaak zelfmoord of worden gek.’

Beelden uit Amnesty-documentaire North Korea: The other interview over het leven van Park Ji-hyun. Hier met haar zoon bij de grens met Mongolië op een vlucht vanuit China. Priscilla Coleman for Amnesty International UK

Maar liefst 26 jaar kende Lim geen ander leven dan dat in de Noord-Koreaanse strafkampen. Als kind werd ze in 1981 met haar hele familie naar zo’n kamp gestuurd omdat haar grootvader, die ze nooit ontmoet heeft, tijdens de Koreaanse Oorlog (1950-1953) voedsel aan het Zuid-Koreaanse leger zou hebben gegeven. „Ik moest als kind publieke executies bijwonen”, vertelt ze. „Dat vond ik eng, maar ik dacht dat mensen overal zo leefden.”

Haar gevangenschap was een gevolg van de ‘driegeneratiesregel’, ingevoerd onder ‘Grote Leider’ Kim Il-sung (1912 – 1994), de grootvader van de huidige leider Kim Jong-un. Deze regel houdt in dat ook nakomelingen van iemand die in de ogen van het regime een vergrijp heeft gepleegd, worden gestraft. Drie generaties worden gezien als politiek niet-loyaal en moeten mee naar het kamp voor ‘heropvoeding’. Tenzij heropvoeding in de ogen van het regime niet meer mogelijk is omdat de overtreding – zoals bij Lim en haar familie – te zwaar gevonden wordt: in dat geval worden gedetineerden gebruikt als onbetaalde dwangarbeiders. Slaven, dus.

Park Ji-hyun in een strafkamp in Noord-Korea, met blote handen een wc schoonmakend. Priscilla Coleman for Amnesty International UK

Lim, inmiddels 42, kwam in 2007 min of meer toevallig vrij na een reorganisatie in het kamp. Ze was alleen: haar moeder, vader, zus en broer waren in de loop der jaren gestorven. Een mensenhandelaar beloofde haar een beter leven in China, maar verkocht haar als bruid aan een Chinese man. Met hem kreeg ze een zoon. In 2010 vluchtte ze met hulp van een smokkelaar via Myanmar, Laos en Thailand naar Zuid-Korea. Waar ze nu, in een Starbucks in het centrum van Seoul, terugkijkt op haar leven.

Als kind ging ze in het kamp naar school; vanaf haar negende moest ze na schooltijd ook werken. Ze legde wegen aan en bouwde muren, en op haar zestiende werd ze de kolenmijn ingestuurd. „Later werkte ik nog in een goudmijn. Vrije weekenden hadden we niet en werkdagen waren soms wel zestien uur lang. Van mijn 24ste tot aan mijn vrijlating werkte ik in de landbouw.”

Tot de dood van Kim Il-sung, in 1994, hadden ze redelijk te eten. „Daarna begonnen we met het eten van gras en insecten, eigenlijk alles wat we konden vinden. Als je een rat of muis ving, was dat bijzonder, dan had je vlees. We verzamelden ook boomschors. Dat moet je heel lang koken en daarna slaan om het zacht te maken. Vervolgens meng je het met maïs, omdat het anders niet te eten is.”

Ik moest als kind publieke executies bijwonen.

Geweld was onderdeel van het systeem, zegt ze, en werd ingezet om gevangenen tot werken te dwingen. Ze werd geslagen en bespuugd, door bewakers en soms door medegevangenen die het op een akkoordje hadden gegooid met de wachten. „Vrouwen verkochten hun lichaam aan bewakers in ruil voor familiebezoek of verlof. Gedetineerden plegen vaak zelfmoord of worden gek door de combinatie van honger, slaaptekort, overwerktheid en mishandeling.”

Lees ook: Wat Kim Jong-un niet zint, ruimt hij uit de weg.

Diep in de bergen

Het eerste Noord-Koreaanse strafkamp werd vermoedelijk geopend in 1958, na een mislukte couppoging tegen Kim Il-sung. „Factionalistische elementen […] moeten diep in de afgelegen bergen worden geïsoleerd”, zei Kim. Al gauw werden er meer kampen opgericht voor burgers die in de ogen van het regime niet loyaal genoeg waren geweest. Er zijn momenteel zo’n vijftien tot twintig strafkampen in gebruik, waar de afgelopen zes decennia honderdduizenden mensen verbleven.

In 2014 presenteerde een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties een uitgebreid rapport over het leven in de kampen. De onderzoekers spraken tientallen Noord-Koreaanse vluchtelingen die in de kampen hadden gezeten. Ook werden satellietbeelden van de gebieden geanalyseerd. Pyongyang deed het rapport af als politiek gemotiveerde leugens.

Vrouwen verkochten hun lichaam aan bewakers in ruil voor familiebezoek of verlof.

De getuigenissen uit het rapport waren gruwelijk. Een moeder die net bevallen was, werd gedwongen haar pasgeboren baby te verdrinken. Bij een man die een naaimachine liet vallen werd een vinger afgesneden. Een ander werd drie dagen aan een muur gehangen.

„Wat in de kampen gebeurt, gaat het voorstellingsvermogen te boven”, zegt Lee (45), een tweede naar Zuid-Korea gevluchte vrouw, in een ander café in Seoul. Lee verbleef drieënhalf jaar – tussen 2007 en 2010 – in een kamp.

Lees ook: Het conflict met Noord-Korea gaat op een van deze vijf manieren eindigen

Tien jaar eerder was ze Noord-Korea ontvlucht wegens hongersnood. „Overal op straat lagen lijken en stervende mensen. De dood was overal. Ik ging naar China omdat ik crepeerde van de honger, omdat ik wilde overleven.” Ze trouwde met een Chinese man, met wie ze een dochter kreeg. Ze had een goed leven in Yanbian, in het noordoosten van China, maar omdat ze illegaal was kon ze geen werk vinden en liep ze altijd het risico te worden teruggestuurd. Ze waagde de oversteek naar Zuid-Korea, maar werd opgepakt door de Chinese politie. Die stuurde haar terug naar Noord-Korea, waar ze in een van de kampen terechtkwam.

„We sliepen met 120 tot 150 mensen in een zaal van zo’n 400 vierkante meter. Veel mensen stierven daar. Dan hoorde je iemand roepen ‘Er komt een lijk aan’ en moest iedereen zijn benen intrekken.”

Wat in de kampen gebeurt, gaat het voorstellingsvermogen te boven.

Ook Lee moest werken: in de zomer maïs verbouwen, in de winter stenen verzamelen en houthakken. Dat was het „vrouwenwerk”. De mannen werden de mijnen ingestuurd of deden andere zware arbeid. „We kregen zo weinig te eten dat sommige mensen steengruis aten. De gedachte dat mijn dochter in China op me wachtte, gaf me de hoop en kracht om door te zetten.”

Ze heeft wraakgevoelens tegen het regime. Al die mensen die ze heeft zien sterven. „Maar wat kan ik doen? Het enige is vertellen wat er in Noord-Korea gebeurt, zodat de wereld dit weet.”

Na haar vrijlating, in 2010, ging ze eerst naar haar moeder en jongere broer in Noord-Korea. Die durfden niet met haar mee te gaan naar China, nadat ze hadden gezien wat er met haar was gebeurd. „Ik spreek hen nu nog één keer per jaar, aan de telefoon, via een smokkelaar.”

Zelf vluchtte ze voor de tweede keer naar China, maar hield het daar niet vol. „Steeds als ik een sirene hoorde of voetstappen in de nacht, stond ik doodsangsten uit. Tot ik dacht: dit is geen leven. Dan kan ik net zo goed nog eens proberen Zuid-Korea te halen.” Ze betaalde een mensensmokkelaar en bereikte Thailand, en vanaf daar Zuid-Korea. Haar man en dochter waren daar al.

Park Ji-hyun wordt gearresteerd als illegaal in China. Priscilla Coleman for Amnesty International UK

Hoog sterftecijfer

Lim zat tot 2007 in een Noord-Koreaans gevangenenkamp, Lee tot 2010. Er zijn geen aanwijzingen dat het leven in de kampen sindsdien verbeterd is. Wel is het aantal gevangenen, dat lange tijd geschat werd op 150.000 tot 200.000, gedaald sinds Kim Jong-un eind 2011 aan de macht kwam. Nu zijn er nog circa 80.000 tot 120.000 gedetineerden.

Dat is niet het gevolg van een massale vrijlating van gevangenen. Onderzoekers voeren twee redenen aan. Ten eerste: een hoog sterftecijfer onder – vooral – hen die al decennia in de kampen verblijven. Ten tweede vertellen getuigen dat de driegeneratiesregel en andere vormen van collectieve bestraffing aanzienlijk minder worden toegepast. „Als dat inderdaad zo is, zal het aantal sterfgevallen in detentie de aanwas van nieuwe gevangenen blijven overtreffen”, schreef de Amerikaanse onderzoeker en oud-VN-medewerker David Hawk onlangs in een rapport voor mensenrechtenorganisatie HRNK.

Na de presentatie van het onderzoek uit 2014 zei de VN dat er direct stappen ondernomen moesten worden om deze mensenrechtenschendingen te stoppen. Meer van zulke uitspraken volgden door de jaren heen. Maar concrete actie tegen de strafkampen kwam er nooit. Een voorstel om Noord-Korea door te verwijzen naar het Internationaal Strafhof werd in december 2014 in de VN-Veiligheidsraad geblokkeerd door China en Rusland. En hoewel Pyongyang sinds 2006 talloze sancties opgelegd kreeg wegens aanhoudende kernproeven en rakettests, kwamen er nooit strafmaatregelen wegens de mensenrechtenschendingen – ook al zijn die volgens Amnesty International zo erg dat ze „een categorie op zichzelf vormen”.

Videospecial: Het conflict met Noord-Korea gaat op een van deze vijf manieren eindigen:

Leren pinnen

Eenmaal in Zuid-Korea moesten Lim en Lee eerst ‘Hanawon’ doorlopen, een verplicht lesprogramma om Noord-Koreaanse vluchtelingen te leren functioneren in de vrije Zuid-Koreaanse maatschappij. Ze leerden onder meer een bankrekening openen, geld pinnen, solliciteren en hoe het openbaar vervoer te gebruiken. Ze werden bijgeschoold in geschiedenis en maatschappijleer en kregen medische behandeling.

Na drie maanden ontvangen vluchtelingen een woning, een startbedrag en de Zuid-Koreaanse nationaliteit, waarna ze het zelf moeten rooien.

Dat is moeilijk. De meeste vluchtelingen vinden geen of zwaar onderbetaald werk, terwijl het leven in Zuid-Korea duur is. Velen komen in een sociaal isolement of worden slachtoffer van oplichters die hen hun startsubsidie aftroggelen. Zuid-Korea kent al één van de hoogste zelfmoordpercentages ter wereld, maar dat ligt onder Noord-Koreaanse vluchtelingen nog hoger. Tussen 2005 en 2015 sloeg tussen 6 en 7 procent van de in Zuid-Korea wonende Noord-Koreaanse vluchtelingen de hand aan zichzelf, volgens cijfers van het Zuid-Koreaanse ministerie van Hereniging.

Lee en Lim hebben weinig hoop dat Noord-Koreanen het beter krijgen onder Kim Jong-un. „Burgers in Noord-Korea hebben geen idee dat ze mensenrechten hebben”, zegt Lee. „Pas nadat ik gevlucht was, hoorde ik er voor het eerst over.”

Beiden zijn de Zuid-Koreaanse overheid dankbaar. „Ik ben blij dat je hier vrijuit kan spreken, zoals wij nu doen”, zegt Lim. Toch is ze niet over alles tevreden. „Mijn hele familie is decennia gestraft omdat mijn grootvader het Zuid-Koreaanse leger zou hebben geholpen. Als dat echt zo is, wil ik graag dat de Zuid-Koreaanse overheid dat erkent. Mijn familieleden zijn ervoor gestorven.”

Is een oplossing denkbaar voor de miljoenen Noord-Koreanen die onder het repressieve Kim-regime leven, en voor de tienduizenden die nog in strafkampen verblijven? Lee zegt dat er veel meer druk moet worden uitgeoefend op Noord-Korea, maar ook op China. „Uiteindelijk is ook China verantwoordelijk voor de mensenrechtenschendingen”, stelt Lee. „Het meest tragische aan dit alles is dat mensen gestraft worden omdat ze de pech hebben in het verkeerde land te zijn geboren.”

Lees ook: NRC bracht een bezoek aan Noord-Korea. De stalinistische heilstaat bleek moderner dan verwacht.
    • Casper van der Veen