Opinie

    • Ilja Leonard Pfeijffer

Alles moet anders in Italië

Italië Eén thema beheerst de Italiaanse verkiezingen: verandering. Italianen snakken ernaar. Iedere verkiezing weer. Ook al weten ze dat er niets verandert, schrijft .

Joost Hölscher

Zoals de meeste bijzonderheden van Italië alleen vanuit het verleden zijn te begrijpen, om niet te zeggen dat het land volledig wordt gegijzeld door zijn historie en tradities, zo is ook de moeizame verhouding tussen Italiaanse burgers en de politiek, die nu in de aandacht staat vanwege de parlementsverkiezingen van zondag, uitsluitend te bevatten met behulp van de geschiedenis.

Het is fundamenteel om te beseffen dat Italië gedurende een groot deel van de geschiedenis bezet is geweest door vreemde mogendheden. Vanaf de Renaissance tot halverwege de negentiende eeuw viel het schiereiland grotendeels onder de controle van de Spaanse koning en de Habsburgse Oostenrijkers. Ik vat het nu even heel kort samen, maar waar het om gaat is dat eeuwenlange ervaring met buitenlandse overheersing ervoor heeft gezorgd dat Italianen een diepgeworteld wantrouwen koesteren tegen de overheid. Het is in het Italiaanse DNA gaan zitten om weinig heil te verwachten van de staat en om het centrale gezag eerder als een vijand te beschouwen dan als een vriend. Italianen hebben van hun geschiedenis geleerd dat ze hun eigen boontjes moeten doppen. Ze dienen op te komen voor zichzelf, want de staat zal dat zeker niet doen. Dus zijn ze zich gaan organiseren in hechte groepen, gebaseerd op bloedbanden en vriendschappen, die de bescherming bieden die de staat niet garandeert en die bescherming bieden tegen de staat. Dat is de oorsprong van allerlei vormen van nepotisme en vriendjespolitiek. Het is tevens de oorsprong van de maffia.

Een verdeeld land

Daar komt nog iets bij. Hoewel Italië in alle opzichten een stokoud land is, is de Italiaanse eenheidsstaat een piepjong fenomeen. De officiële datum voor de Italiaanse eenwording is 17 maart 1861. En in de 157 jaar dat het land bestaat, heeft de eenheid nauwelijks wortel geschoten. Het is een vernislaagje dat de enorme regionale verschillen te nauwer nood aan het zicht onttrekt. We hebben de driekleur, die we in het buitenland op pizzadozen kunnen drukken, en het nationale voetbalteam, maar ik hoef vanuit Genua, waar ik woon, maar een uurtje de trein te nemen naar het noorden, naar Piemonte of Lombardije, of naar het oosten, naar Emilia-Romagna of Toscane, en alles zal anders zijn. De cultuur, de gerechten op de menukaart, de mentaliteit en de tradities zijn daar totaal verschillend. Tot de uitvinding van de televisie gold dat zelfs voor de taal. Als Italianen elkaar in het buitenland ontmoeten, is de eerste vraag die zij elkaar stellen waar zij vandaan komen. Dat zij Italiaans zijn, zegt niet zoveel. Het verschil tussen een Milanees en een Palermitaan is groter dan dat tussen een Torinees en een Fransman.

Lees ook de verkiezingsreportage uit Italië: ‘Italianen eerst. Als er nog iets overblijft, gaan we migranten helpen.’

Ik beschouw de grote regionale diversiteit persoonlijk als de rijkdom van Italië. Maar een gevolg van het feit dat de eenheid als zwak wordt ervaren, is dat de staat als zwak wordt ervaren. Een groot deel van de Italianen identificeert zich niet of nauwelijks met de centrale regering in Rome.

Wantrouwen

De afstand die Italianen voelen tot hun regering en parlement wordt nog vergroot door het feit dat Italië traditioneel gezien een uiterst hiërarchisch land is. Het gezag doet er weinig aan om de kloof met de burgers te dichten. Politici omringen zichzelf met titels, bodyguards en privileges en koesteren hun onbenaderbaarheid achter de muren van hun eeuwenoude palazzi. Zelfs op lokaal niveau is dat zo. Ik zal een voorbeeld geven. Toen ik nog in Nederland woonde, woonde ik in Leiden. Als ik een Leidse wethouder of de burgemeester zou willen spreken, bel ik of stuur ik een mail en heb ik morgen een afspraak. Of ik loop door Leiden en kom ze op straat tegen. Ik heb bij verschillende gelegenheden ook wel verschillende ministers van het Koninkrijk informeel gesproken. In Italië zou dat absoluut ondenkbaar zijn. Toen ik de wethouder van cultuur van Genua een keer een plan wilde voorleggen, heb ik mij in allerlei bochten moeten wringen om vrienden van mijn vrienden de gunst te kunnen vragen om mij in contact te brengen met iemand die wellicht de juiste persoon kent om het persoonlijke telefoonnummer van diens secretaresse te achterhalen. En de reden dat het zo moeilijk was, was niet dat ik een buitenlander ben. Ook Italianen hebben zonder de juiste contacten geen enkele mogelijkheid om een gezagsdrager te spreken te krijgen.

Italië heeft de driekleur, om in het buitenland op pizzadozen te drukken

Er is in Italië dus sprake van een centraal gezag dat ten diepste wordt gewantrouwd en waardoor de bevolking zich nauwelijks vertegenwoordigd voelt. Een van de gevolgen van deze situatie is dat belastingontduiking een nationale sport is in Italië. „No taxation without representation”, scandeerden de Amerikaanse kolonisten in de achttiende eeuw. Dat is precies zoals honderd procent van de ruim 60 miljoen Italianen erover denkt. Belastingontduiking wordt door veel mensen niet eens als een misdaad gezien. Als de staat vijandig is, is het eerder een plicht. Het grootste deel van de Italiaanse economie is een zwart circuit. De staat heeft daar geen enkele greep op. En omdat de staat hierdoor slechts beperkte middelen heeft om de economie te sturen, wordt de perceptie van een zwakke staat versterkt, waardoor de neiging om belasting te betalen alleen maar nog verder afneemt.

Revolutionair fatalisme

Wanneer er, zoals op 4 maart, verkiezingen zijn die de Italianen de gelegenheid bieden om hun stem te laten horen, leidt dat tot de paradoxale combinatie van twee oersentimenten. Het eerste is de diepgevoelde noodzaak dat alles anders moet. Het maakt niet uit hoe precies, als het maar anders is. Want slechter dan het nu is, kan het niet worden.

Lees ook over de uittocht van jonge Italianen: Italië is geen land voor jonge mensen

Dat opstandige sentiment gaat gepaard met het fatalistische gevoel dat er toch nooit iets verandert. „We moeten alles veranderen om niets te veranderen”, luiden de gevleugelde woorden van Giuseppe Tomasi di Lampedusa in zijn roman ‘Il Gattopardo’.

Uit dit paradoxale revolutionaire fatalisme komen twee tendensen voort. Als de opstandigheid de overhand krijgt, wordt het aanlokkelijk om te stemmen op de Movimento Cinque Stelle (de Vijfsterrenbeweging), die ooit door Beppe Grillo is opgericht als een antipolitieke partij. ‘We moeten iedereen naar huis sturen.’ Het gedwongen ontslag voor alle zittende parlementariërs en leden van de regering was lange tijd het voornaamste, om niet te zeggen het enige programmapunt van de beweging. De partij die geen partij genoemd wil worden, wordt tegenwoordig geleid door een politicus die geen politicus mag heten, Luigi Di Maio, een 32-jarige snotneus zonder opleiding of politieke ervaring, en zijn programma komt erop neer dat hij overal tegen is zonder dat het duidelijk wordt waar hij voor is. Met zijn populistische en antipolitieke agenda voert hij de peilingen aan. Ik ken veel mensen die zeggen dat ze op de Vijfsterrenbeweging gaan stemmen, maar bijna niemand van hen gelooft erin dat Di Maio en zijn troepen daadwerkelijk in staat zullen zijn het land te besturen. Maar dat is het punt niet. Het gaat erom dat alles anders moet.

Sterke man

Als het fatalisme de overhand krijgt, ontstaat de neiging om te gaan stemmen voor iemand die zich presenteert als de sterke man. Als je denkt dat alle politici zakkenvullers zijn, dat het niet uitmaakt of ze links of rechts zijn en dat er toch nooit iets verandert, kan het een aanlokkelijk idee lijken om die hele parlementaire democratie maar op een laag pitje te zetten en de macht in handen te geven van iemand die daadkracht uitstraalt en zegt dat hij wel weet hoe het verder moet met het land. Dan hoef je er verder niet meer over na te denken.

Lees ook over de comeback van Silvio Berlusconi in de Italiaanse politiek: De populist wil nu zelf populisten gaan bestrijden

Silvio Berlusconi is zo’n sterke man. Hij heeft bewezen dat hij bedrijven kan leiden, rijk kan worden en zijn eigen belangen kan behartigen, dus misschien is hij wel wat het land nodig heeft. Natuurlijk is hij een onbetrouwbare schurk, maar dat zijn ze allemaal. Laten we dan maar een schurk kiezen die dingen voor elkaar krijgt. Berlusconi is weer helemaal terug van nooit echt weggeweest. Hij heeft de afgelopen maanden een briljante verkiezingscampagne gevoerd waarin hij zich heeft gepresenteerd als de tegenpool van Di Maio door geen moment onbenut te laten om te wijzen op zijn ervaring en zijn maatschappelijke en politieke successen. Zijn partij staat als derde in de peilingen, maar de door hem aangevoerde coalitie met de Lega Nord van Matteo Salvini en andere extreemrechtse partijen maakt een goede kans om de verkiezingen te winnen.

De verkiezingscampagne ging over thema’s als de jeugdwerkloosheid, de vastgelopen economie, Europa en de euro. Door het incident in Macerata, waarbij de patriottistische Italiaan Luca Traini zes zwarte mannen neerschoot vanuit zijn auto alvorens zich gehuld in een Italiaanse vlag te laten arresteren terwijl hij een fascistische groet bracht voor een oorlogsmonument, en waarbij extreem-rechtse politici weigerden om die misdaad te veroordelen, heeft het migratie- en vluchtelingenvraagstuk een centrale plek gekregen in de campagne. Dit is al jaren het voornaamste programmapunt van de Lega Nord en gezien de peilingen lijkt deze partij van Salvini te profiteren van deze framing.

Maar dit alles is slechts oppervlakte. Het is voor de bühne. In werkelijkheid is er bij deze verkiezingen maar één thema en dat is het thema dat Italiaanse verkiezingen altijd overheerst: verandering. Omdat we alles moeten veranderen opdat er niets verandert.

    • Ilja Leonard Pfeijffer