Column

Voorwoede

Mijn zus rukte haar voordeur open en staarde me witheet aan.

„Waarom bel je aan als je de sleutel hebt?”, siste ze, en stampte al foeterend voor me uit naar de woonkamer, zich hardop afvragend waarom ze mij in hemelsnaam een reservesleutel had gegeven als ik die toch niet gebruikte, waarom ik haar dat hele stuk (drie meter) naar de voordeur had laten lopen, waarom ze in godsnaam de deur had geopend. Ze ging naar de keuken en slachtte daar een krop sla. Terwijl de bladgroenkorrels in het rond vlogen kroop ik bij mijn neefjes op de bank.

„Moet ze ongesteld worden?” vroeg ik.

„Nee dat was vorige week,” fluisterde de oudste (12), „Ze heeft nu last van voorwoede.”

„Voorwoede?”

Mijn zus dekte zo hard de tafel dat ik voor het servies vreesde. Ik ging achter haar staan en masseerde haar schouders, probeerde de agressie eruit te wrijven. Langzaam voelde ik de spieren lengen.

„Mijn balkondeur waait de hele tijd open en ik stook me bankroet”, bracht ze uiteindelijk uit.

„Wat zegt je huisbaas?”

Mijn zus mompelde iets waaruit ik moest opmaken dat ze hem nog niet had gebeld. „Hij reageert altijd laat!”, zei mijn oudste neefje. „Vorig jaar bij die overstroming liet de loodgieter een hele week op zich wachten.”

„Het punt is”, zei mijn zus, „dat ik nu al zo boos ben” – Voorwoede!’, riep mijn jongste neefje – „en het alleen maar erger gaat worden wanneer ik mijn huisbaas heb gecontacteerd en het niet direct wordt opgelost.”

Ze was dus boos om hoe boos ze straks zou zijn. Daar kon ik natuurlijk van alles op zeggen maar in plaats daarvan liep ik de berging in, haalde een rol ducttape, beende naar de balkondeur en plakte de boel helemaal dicht. Vervolgens appte ik mijn eigen klusjesman en zorgde ervoor dat hij de volgende ochtend langs zou komen. De rekening kon naar mijn zus’ huisbaas. Ik keek mijn zus triomfantelijk aan.

„Ducttape is niet goed voor de laklaag,” zuchtte ze.

„Ja en voorwoede is niet goed voor je hoofd,” antwoordde ik. „Straks word je al nijdig omdat je weet dat je van iets voorwoede gaat krijgen en stapelen al die boosheden zich op tot je uiteindelijk chronisch gallisch bent.”

Ze pruilde nog een beetje maar trok uiteindelijk bij. De volgende dag bleek trouwens inderdaad dat ducttape een uitstekende laklaagverwijderaar is, maar goed, beter dat dan van die aanhoudende razernij. Woede is als kwik: boosheid en frustraties klonteren allemaal aan elkaar vast tot het één giftig geheel is en je uiteindelijk niet meer ziet waar het ooit begon, en al helemaal niet waar het ooit nog moet stoppen.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plaats een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.