Sterke groei Georgische asielaanvragen in EU

Inwoners van Georgië mogen sinds één jaar zonder visum naar de Schengenzone reizen. Hun aantal asielaanvragen per maand verdubbelde sinds september.

Foto Maarten Hartman / NRC

Het aantal Georgiërs dat asiel aanvraagt in de Europese Unie is de afgelopen tijd sterk toegenomen. In januari dit jaar vroegen maar liefst 1.859 mensen uit de voormalige Sovjetrepubliek asiel aan in de EU. Dat is bijna twee keer zoveel als in september 2017, blijkt uit cijfers van het Europese asielagentschap EASO.

Georgiërs bezetten daarmee de zesde plaats op de ranglijst van nationaliteiten die de meeste asielaanvragen indienen. Alleen inwoners uit Syrië, Irak, Afghanistan, Nigeria en Pakistan vroegen in januari vaker asiel aan in de EU. Een jaar geleden nam Georgië nog slechts een 24ste positie in op de ranglijst.

De snelle toename lijkt vooral te verklaren uit het feit dat inwoners van Georgië sinds maart 2017 zonder visum naar de Schengenzone mogen reizen. De Schengenzone omvat de 22 EU-landen, plus Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein. De toename in asielaanvragen startte halverwege 2017, niet lang na de visumvrijstelling.

Weinig Georgiërs succesvol bij visumaanvraag

Bij die vrijstelling is wel een noodrem ingebouwd. De visumplicht voor Georgiërs kan op elk moment binnen twee maanden weer worden ingevoerd als er veiligheidsrisico’s dreigen, een te grote instroom plaatsvindt, te veel ongegronde asielaanvragen worden ingediend of als het land niet meewerkt om mensen terug te nemen.

Ondanks de toename in het aantal aanvragen weten nog altijd niet bijster veel Georgiërs ook daadwerkelijk een EU-verblijfsvergunning te bemachtigen. Volgens EASO was in januari slechts 2 procent van de Georgische aanvragen succesvol. Dat is een veel lager percentage dan bij aanvragen uit de vijf landen die boven Georgië staan op de ranglijst met betrekking tot aantal aanvragen.

Correctie (1 maart 2018): In een eerdere versie van dit stuk ging het in de laatste alinea over ‘visums’. Dat moesten ‘verblijfsvergunningen’ zijn.

    • Niels Posthumus