We eten te veel suiker, en dat is niet alleen maar onze eigen schuld

Consument Wie helpt ons van de overdosis suiker af? We eten het zélf te veel, maar we worden er ook de hele dag door achtervolgd.

Joost van der Vleuten fotografeerde mensen met hun eten mét en zonder toegevoegde suikers. Dit is Anouk Oosthout (35), event-projectmanager en tekstschrijver: „Ik probeer op suiker te letten, maar als je kijkt waar het allemaal in zit, schrik je toch. Foto Joost van der Vleuten

In pindakaas zit suiker, in knoflooksaus zit suiker. In krokante muesli zit schrikbarend veel suiker, soms bijna 30 procent. We weten het wel, of we zouden het kunnen weten want het staat op de verpakking, maar toch is het weer even schrikken als iemand laat zien dat er tien suikerklontjes in een zakje tomatensoep zitten. Sluipsuiker, verborgen suikers – het zijn termen die gebruikt worden voor suiker waar we het niet verwachten of waar we het niet herkennen. Vorig jaar nam voedselorganisatie Foodwatch een steekproef in de supermarkt: 56 procent van het assortiment bevat suiker. Kijk je alleen naar de bewerkte producten dan zit zelfs in 69 procent suiker, al heet het vaak anders – glucosestroop, honing of vruchtensapconcentraat zijn ook suiker.

In de jaren tachtig, negentig en begin deze eeuw waren alle pijlen gericht op vet. Om hart- en vaatziekten terug te dringen moesten we minder en ander vet eten. En dat deden we. Producten werden light, halva en mager. De rapporten van de Gezondheidsraad gingen in die tijd pagina’s lang over het gevaar van vet. Naar het woord suiker moest je zoeken. „Bij een goede fluoridevoorziening en mondhygiëne en een niet te hoge frequentie van inname van koolhydraten is de kans op het ontstaan van cariës klein. Vanuit dit oogpunt heeft de Gezondheidsraad dan ook geen voedingsnorm voor suiker opgesteld”, stond ook nog in een rapport uit 2001. In een tabel over voedingsfactoren in relatie tot ziekte werd suiker niet genoemd.

Sinds 1991 wordt aanbevolen dat verzadigde vetzuren niet meer dan 10 procent van de dagelijkse energie-inname leveren. Voor suiker geeft de Nederlandse Gezondheidsraad in 2018 nog steeds geen limiet. De raad zegt alleen: drink zo weinig mogelijk suikerhoudende dranken.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) sprak zich in 2003 wél uit en adviseert niet meer dan 10 procent van je energie uit vrije suikers te halen, in weerwil van de levensmiddelenindustrie, die zich lang met succes had verzet tegen adviezen. Van nature aanwezige suiker in fruit, groente en zuivel, producten die in een gezond voedingspatroon passen, telt de WHO niet mee. In 2015 zei de WHO: 5 procent zou nog beter zijn. De Britse overheid adviseert dat ook. Die norm haalt bijna niemand.

De consument weet natuurlijk best dat suiker behalve energie (en smaak) weinig te bieden heeft – geen vezels, vitaminen en mineralen. De link tussen tandbederf en suiker is onomstreden. En dat te veel suiker dik maakt en overgewicht de kans op diabetes type 2 vergroot, zal niemand tegenspreken.

De Amerikaanse kinder-endocrinoloog Robert Lustig, moedeloos van een praktijk vol obese kinderen, gaat verder en noemt suiker vergif. Ten onrechte denken we dat een calorie een calorie is, zegt hij. Want van te veel suiker, vooral fructose, word je volgens Lustig niet alleen dikker, maar ook gevaarlijker dik dan van andere calorieën. Mensen met overgewicht en diabetes 2 hebben vaker een hoge bloeddruk en leverziekten en krijgen vaker kanker en dementie.

Of het er nu om gaat dat suiker van zichzelf slecht is of dat je door suiker snel te veel eet, suiker is nu het doelwit, en allang niet meer alleen van gezondheidsfreaks. Suiker is het nieuwe vet.

122 gram per dag

De suikerindustrie schermt graag met de statistieken. Sinds 1987, toen in Nederland voor het eerst de voedselconsumptie werd gepeild, zijn we niet méér suiker gaan eten, benadrukt het door de Suiker Unie betaalde Kenniscentrum Suiker bij herhaling. Ook in pagina’s dikke advertentiebijlagen bij NRC.

Hoe kun je volhouden dat suiker een individueel probleem is als we wel collectief de kosten dragen?

In 1988 aten en dronken we alles bij elkaar gemiddeld 128 gram suiker per dag, berekende het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Bij de laatste peiling (2007-2010) was dit 122 gram. 71 gram daarvan bestaat uit toegevoegde suikers, suikers die de industrie en mensen zelf in hun eten stoppen. Het zijn de beste cijfers die we hebben, ze komen van de voedselconsumptiepeiling van het RIVM. Maar dat instituut benadrukt dat hun peilingen door de jaren heen onderling niet vergeleken mogen worden omdat de onderzoeksmethoden zijn veranderd. Bovendien zeggen mensen vaak minder suiker te eten dan ze in werkelijkheid doen.

Feit is: we werden de laatste decennia alleen maar dikker. In 1990 had 33 procent van de volwassen Nederlanders overgewicht. In 2016 was dat de helft van de bevolking. Van de mensen met ernstig overgewicht heeft 16 procent diabetes. Ruim 44 procent van de diabetesgevallen is toe te schrijven aan overgewicht.

Wat ook vaststaat: sinds die eerste consumptiepeilingen eind jaren tachtig eten we minder groente en fruit en drinken we meer suikerhoudende frisdranken en vruchtensappen. We eten vaker buiten de deur en kiezen vaker voor kant-en-klaarmaaltijden, meestal betekent dat ook meer suiker, zout en vet. Weliswaar verliezen suikerhoudende dranken de laatste jaren marktaandeel aan calorie-arme drankjes en waters, maar frisdrank was in de laatste voedselconsumptiepeiling van het RIVM de grootste suikerleverancier. Daarnaast krijgen we veel suiker binnen via zuivel, snoep en koek. Kinderen zijn de grootste zoetekauwen, zij consumeren gemiddeld 30 gram meer toegevoegde suikers per dag dan volwassenen. Appelsap voor kleuters, energiedrank voor pubers – qua suiker ontloopt het elkaar bijna niets.

Wie lost het op?

In 2018 is de vraag niet meer: moeten we minder suiker consumeren? Zelfs al is de wetenschap het over de gezondheidseffecten niet eens, consumenten, fabrikanten, voedingsdeskundigen en de overheid vinden dat het minder moet. De vraag is nu vooral: hoe gaan we dat doen? En wie haalt alle suiker die in de loop der jaren in ons eten is geslopen er weer uit? Wie verlost ons van onze overdosis suiker?

Het makkelijkst is om te zeggen: ieder pondje gaat door het mondje, eet gewoon minder suiker. Maar de verantwoordelijkheid alleen bij de consument leggen heeft het probleem tot nu toe niet opgelost.

De Schijf van Vijf is volgens deskundigen Manon van Eijsden en Michelle van Roost niet praktisch. Lees hun opiniestuk: Appelstroop is wel/niet* gezond

It’s not a behaviour, it’s an exposure”, zegt endocrinoloog Lustig. Het ligt niet aan jou, het ligt aan de omgeving, zegt Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid aan de Vrije Universiteit. Hoe kun je volhouden dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun suikerconsumptie als het overal in zit, overal wordt aangeboden en als de informatie daarover onduidelijk en ontoegankelijk is? Hoe kun je volhouden dat suiker een individueel probleem is als we wel collectief de kosten dragen? In 2010 werd alleen al aan ziekten als gevolg van overgewicht 1,6 miljard euro uitgegeven.

Zoet is vanwege moedermelk de eerste smaak die we aanleren en die iedereen waardeert. Tegen zoet is het moeilijk weerstand bieden, ook omdat het zo goedkoop is. Voor 36 cent heb je een rol theebiscuitjes, één Fuji-appel kost ongeveer 50 cent. Sinds 2000, becijferde het CBS, zijn melk, vis, groente en fruit duurder geworden. IJs, chocola en frisdrank werden relatief goedkoper.

Voor 36 cent heb je een rol theebiscuitjes, één Fuji-appel kost ongeveer 50 cent

De consument denkt dat hij zelf kiest. Maar het zijn de fabrikanten, de supermarkten en de overheid die voordat de consument aan de beurt is, al belangrijke keuzes voor hem of haar hebben gemaakt: over de ingrediënten, de prijs, de marketing, waar en hoe het wordt aangeboden. „Je kunt ongezonde keuzes ook moeilijker maken, maar de fabrikant zal dat nooit uit zichzelf doen”, zegt Seidell. „En als hij als enige suiker uit zijn producten haalt, zijn die ineens minder lekker dan die van de concurrent. Minder lekker is minder winst. Dat pikken de aandeelhouders niet.”

Het is niet zo dat er niets gebeurt. Grote bedrijven als Albert Heijn, Unilever en FrieslandCampina hebben suikerreductie in hun doelstellingen opgenomen. Levensmiddelenindustrie en supermarkten hebben in 2014 een akkoord gesloten over productverbetering. „In 2020 moet het makkelijk zijn om dagelijks maximaal 6 gram zout en maximaal 10 energieprocent verzadigd vet en minder calorieën te consumeren”, schreef staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, ChristenUnie) eind december in een brief aan de Tweede Kamer.

Alleen al aan vrije suikers eten we dagelijks twee tot drie keer meer dan de WHO het graag zou zien. Dat er iets moet gebeuren, staat wel vast.

Waarom houden we zo van suiker? Wetenschapsjournalist Wim Köhler legt uit.

    • Martine Kamsma
    • Geertje Tuenter