Noorderlingen vrezen voor hun woning: ‘Alles moet duur, duur duur’

Talk of the Town

Een gemeentelijke principenota zorgt voor onrust bij bewoners in Amsterdam-Noord. „Ze gaan hier slopen en torens bouwen. Dat doen ze overal.”

„Kijk nou, dit is toch een prima huis, waarom zou je dit in godsnaam willen slopen?” Nance Kerstens (54) loopt van haar open keuken naar de bank. Op het bijzettafeltje bij haar voeten staan kopjes thee van Alice in Wonderland, een schaaltje chocolaatjes, een asbak, een roze nep-orchidee. In de hoek staat een grote zwarte boeddha, aan de wand hangen spiegels en een flatscreen. Nance staat weer op. „Lekker stukje appeltaart?”

Ze is zich lamgeschrokken, zegt Nance, toen eind vorig jaar een gemeentelijke principenota opdook waarin gesproken werd over de sloop van haar huis. De gemeente Amsterdam beschrijft een ‘mogelijk programma’ waarbij 20 tot 30 woningen aan de Laanweg gesloopt worden, zodat er 250 nieuwe woningen gebouwd kunnen worden. „De hele buurt in rep en roer, natuurlijk.” Ook woningen aan het IJplein stonden op de potentiële slooplijst. Allemaal in het kader van de vernieuwing van het gebied, die samenhangt met het nog te realiseren metrostation Sixhaven. Ja, Noord is ineens hot, zegt Nance. „Vroeger wilden ze hier niet dood gevonden worden, nu komen ze ineens massaal.”

Nance is een Noorderling. Ze woont al haar hele leven in Noord, groeide op in de Van der Pekbuurt en woont nu 28 jaar in dit huis. „Ik ben de tweede bewoner, de eerste ging na twee jaar weg.” Haar dochter van 35 woont ook nog bij haar. „Die kan gewoon nergens terecht. Alles is veel te duur, en als er eens goedkope woningen bij komen zijn er altijd statushouders of studenten die voorrang krijgen.”

Nance heeft haar buurt de afgelopen jaren sterk zien veranderen: met de jonge gezinnen en starters op zoek naar betaalbare woonruimte, kwamen ook de hippe winkels en horeca. „Alles moet ineens duur, duur, duur.” De kleine cafeetjes en winkeliertjes in haar straat maakten plaats voor gestyleerde concept stores en ambachtelijke bakkers. „Laatst was ik naar zo’n broodwinkel gegaan, aan de overkant”, vertelt ze. „Ze vroegen 1,75 voor een croissant. Dat is toch van de zotte. Ik koop er vier voor een euro bij de Foodmarkt.” Dezelfde ervaring had ze bij de bloemenwinkel verderop. „Kost een bosje 62,50.” Met Kerst hadden ze er een boom staan vol hertengeweitjes. „Die waren 4,95 per stuk. Serieus? Ik koop precies dezelfde dingen voor 32 cent bij de Action.”

Afgelopen week organiseerde de gemeente een avond waarbij bewoners van de Laanweg en het IJplein verhaal konden halen bij wethouder Eric van der Burg (VVD). „Hij zei tegen mij: ik beloof dat jij, als je huis gesloopt moet worden, een nieuw huis krijgt voor dezelfde prijs.” Nance heeft er een hard hoofd in. „Ik betaal 600 euro in de maand. Waar ga ik dat nog vinden in Amsterdam? Mijn buren zitten al op 1.300 euro, voor precies dezelfde ruimte. Moet ik naar Almere, zeker. Nou, dankjewel.”

De gemeente laat in een reactie weten dat de plannen rond Sixhaven nog niet vaststaan. Komende week, op 6 maart, staat de principenota op het programma bij de collegevergadering. Mogelijk wordt dan een principebesluit genomen: het startschot voor een onderzoek naar de beste aanpak in het gebied.

Maar Nance biedt dat weinig hoop. „Ze gaan hier vast slopen en torens bouwen. Dat is toch wat ze overal doen: slopen, torens bouwen.” Ze wijst door het raam in de richting van Overhoeks – de grote woontorens naast het EYE-museum. „Mooi hoor, maar alleen voor mensen met een giga-salaris.” Normale mensen, zegt Nance, mensen die in een winkel werken, als verpleegster of, zoals Nance, in de horeca, die hebben daar niet veel te zoeken. En ondertussen gaan de plekken waar die normale mensen wél iets te zoeken hebben allemaal weg. Kijk maar naar het winkelcentrum verderop. „De boekenwinkel is al weg, de Blokker is al weg, de Hema gaat binnenkort sluiten.”

Noord is altijd een arbeiderswijk geweest, zegt Nance, „en nu mogen we ineens oprotten.” Niet dat Nance iets tegen rijke mensen heeft, hoor. „Ik heb vrienden die rijk zijn.” Maar op deze manier blijft er van haar geliefde Noord weinig over. Ze hoest – „ik ben er schor van” – en trekt haar benen onder zich op de bank. „Nou, ja. Chocolaatje?”