Netbeheerders, zoals Stedin, zijn verantwoordelijk voor het stroom- en gasnetwerk dat loopt van het hoogspanningsnet van Tennet en van het hoofdgasnetwerk van de Gasunie tot aan 2 miljoen voordeuren.

Foto Ramona Lauw

Netbeheerder moet duurzame toekomst kunnen bijbenen

Stedin Netbedrijven moeten klaarstaan om alle duurzame plannen mogelijk te maken. „Ik heb er mijn twijfels bij of dat zomaar gaat lukken.”

Marc van der Linden denkt nog weleens aan het jaar dat hij afstudeerde. Het was 1996 en de gewone burger kwam in contact met internet. „Dat is toch niet zo lang geleden”, zegt de 45-jarige bestuursvoorzitter van netbeheerder Stedin. „En kijk eens wat er gebeurd is. Internet heeft ons hele leven veranderd. Complete bedrijfstakken zijn weggevaagd.”

En nu? Nu is het zijn taak om zijn bedrijf, en daarmee miljoenen huishoudens, klaar voor een toekomst te maken die soms wel verder dan twintig jaar weg ligt. In 2050 moeten we bijna zonder fossiele energie een comfortabel leven zien te leiden. Aan de ene kant is hij optimistisch. „Zie wat er allemaal mogelijk is geworden in twintig jaar. Dat geldt misschien ook wel voor nieuwe technologie om CO2 te reduceren”.

Maar aan de andere kant laten zijn mijmeringen over 1996 zien hoe moeilijk het is om te voorspellen. Zeker nu we aan het begin staan van een energietransitie. Produceert bijna elk huishouden zijn eigen stroom? Verdwijnt aardgas over tien of over dertig jaar? Hebben we in 2030 een zelfrijdende auto voor de deur staan? En het is de taak van Stedin dat iedereen er – op welke manier dan ook – warm bij zit en de lampen blijven branden.

„Kijk naar de ontwikkeling van de elektrische auto. Die gaat zonder twijfel een vlucht nemen. Dan krijgen wij de vraag om publieke laadpalen in de stad neer te zetten. Dan hebben we die staan en is het netwerk verzwaard, want het trekt veel stroom. En, even hypothetisch, vijf jaar later worden auto’s zelfrijdend. Dan karren ze naar een pompstation als jij aan het winkelen bent.” En dan? „Dan worden onze laadpalen misschien wel de telefooncellen van de toekomst. Wie heeft bedacht om die dingen neer te zetten, vraag jij dan.”

Veranderende rol

Stedin komt voor de meeste burgers pas in beeld als er een storing is. Het bedrijf, vooral actief in de Randstad, is verantwoordelijk voor het stroom- en gasnetwerk dat loopt van het hoogspanningsnet van Tennet en van het hoofdgasnetwerk van de Gasunie tot aan ruim twee miljoen voordeuren. Net als Alliander (Nuon) en Enexis (Essent) komt Stedin na een gedwongen splitsing voort uit een energieproducent, Eneco.

Die rol van Stedin verandert met alle ontwikkelingen op stroom en gasgebied, ziet Van der Linden. „We krijgen een veel zelfstandiger rol. Je bent niet meer de technische backoffice van een leveringsbedrijf. Mensen willen laadpalen, zonnepanelen, slimme meters. Dan moeten ze ons ook weten te vinden. Vijf jaar geleden zocht niemand ons. Nu chatten we.”

En de netbeheerder moet kunnen leveren wat burgers en industrie bedenken voor een duurzame toekomst. In Den Haag komen politici, ondernemers en milieugroeperingen de komende weken bij elkaar om te bezien hoe in twaalf jaar de uitstoot van CO2 kan worden gehalveerd. De industrie, de gebouwde omgeving, landbouw, de energiecentrales en de vervoerssector moeten samen tot een klimaatakkoord komen. „Wij moeten kunnen leveren wat daar wordt bedacht. Ik heb er nog wel mijn twijfels bij of dat zomaar gaat lukken. We komen nu al mankracht te kort. Vandaar dat we nu al technisch personeel opleiden bij onze eigen bedrijfsschool.”

Zeker op het moment dat het echt snel gaat. „Tweehonderd bedrijven kregen onlangs een brief van minister Wiebes dat ze binnen vier jaar van het Groningse gas af moeten. Dat is mooi, maar als ze bij ons aankloppen voor alternatieven? Wij hebben ook te maken met procedures. Soms wel tot aan de Hoge Raad voor bijvoorbeeld een verdeelstation. Dat duurt net zo lang als een windpark.” En ook financieel zijn er grenzen. „We investeren dit jaar voor 570 miljoen euro. En daar zitten investeringen voor de komende vijftig jaar bij.”

Lees ook over het conflict tussen de staat en de NAM over de verdeling van kosten bevingsschade

Juist vanwege die lange termijn dreigt het bedrijf ook op oude investeringen te moeten afschrijven. „In Nederland ligt bijvoorbeeld voor 15 miljard euro aan gasleidingen. Ik preek voor eigen parochie, maar neem niet te snel onomkeerbare stappen, zou ik zeggen. Stel dat we over twintig jaar voor weinig geld zonnestroom uit de Sahara kunnen importeren, dan zou het gasnetwerk zo gebruikt kunnen worden voor waterstof [als energiedrager].”

Ouderwets om tafel

De komende vijf jaar gaat Stedin met alle afzonderlijke gemeenten in zijn gebied „ouderwets” om tafel zitten, waarbij de vraag steeds is: hoe gaat dat er nou uitzien in 2050? „Samenwerken en een goed gebruik van data worden hierbij cruciaal”, zegt Van der Linden. Dat klinkt obligaat, maar die samenwerking moet wel tot stand komen tussen partijen die dat lang niet allemaal gewend zijn. Zo makkelijk wordt dat niet. „Wij zijn van nature toch een monopolist, dat zit in ons DNA. En veel van onze gesprekspartners, zoals gemeenten en woningbouwcorporaties, zijn ook monopolisten.”

Die samenwerking moet leiden tot een slim gebruik van elkaars data, hoopt Van der Linden. „Wanneer is het bijvoorbeeld een natuurlijk moment in een wijk om het gas te vervangen? Wanneer komt er stadsvernieuwing aan? Of een nieuwe riolering? Als we nu afzonderlijk allemaal ten strijde trekken en we beginnen maar ergens, dan begrijpt niemand het meer. En wordt het onbetaalbaar.”