Nachtclub waar nu nog duiven vliegen

Dance

In de Ferro-hallen in het Merwe-Vierhavengebied in Rotterdam moet nog wel wat gebeuren voor de nieuwe club open kan.

De muren van de enorme Ferro-hallen in Merwe-Vierhavens waar straks een grote nachtclub komt, zijn bewerkt door (internationale) graffitikunstenaars. Foto’s Rien Zilvold

Er ligt een geometrisch patroon van duivenpoep op de vloer, dat correspondeert met de stalen balkenconstructie een meter of tien hoger. In een van de drie enorme hallen van de oude Ferro emaillefabriek staan tientallen bankstellen, opgeslagen door de naastgelegen kringloopwinkel. De fabrieksmuren zijn beschilderd door graffitikunstenaars, met als eyecatcher een prachtig, gigantisch werk van het bekende Bushwick Collective uit Brooklyn: een vrouw met apparaatjes in haar krullen, die vanaf grote hoogte vastbraden de ruimte inkijkt.

De oude Ferro emaillefabriek in het Merwe-Vierhavengebied in Rotterdam-West bestaat uit enkele kantoordelen, drie grote fabriekshallen en een enorme, ronde gashouder. De kantoordelen gaan waarschijnlijk tegen de vlakte, de gashouder blijft voorlopig leeg en in de fabriekshallen moeten vanaf halverwege 2019 zo’n 1.500 mensen tegelijk kunnen dansen in de nieuwe nachtclub die hier komt: de Maatschappij Voor Volksgeluk.

„Het oorspronkelijke idee is dat we deze hal gebruiken, maar eigenlijk is die andere misschien nog wel mooier”, zegt Kristian de Leeuw in de tweede hal, wijzend naar de derde. Hij is mede-eigenaar van club BAR in het Schieblock en een van de initiatiefnemers voor de nieuwe club. In samenwerking met Fullhouse Vastgoed en ZUS architecten diende BAR het winnende plan in voor de nieuwe club bij de gemeente, die marktpartijen had uitgenodigd ideeën te ontwikkelen voor een multifunctionele dance-plek voor zeven jaar die ook overdag aantrekkelijk moet zijn.

Het is niet de eerste keer dat iemand dance naar deze fabriek wil krijgen. Enkele jaren geleden werd de enorme gashouder van de fabriek onder de naam Ferrodome ingezet voor een aantal grote danceavonden. Er waren ook tijdelijke evenementen zoals Conny Janssen Danst, maar het bleek te duur om de hele gashouder brandveilig en geschikt te maken voor permanente ingebruikname. „Ik ben wel blij dat dat niet is doorgegaan”, zegt De Leeuw. „Vijfduizend man moest daar in kunnen, dat zou de zoveelste verhuurschuur in de stad worden. We hebben in Rotterdam al Ahoy en de Maassilo, dat zijn ook plekken zonder eigen identiteit. Het zou bovendien niet bij het bijzondere karakter van deze plek passen.”

Klik op de foto om de locatie in Google Maps te bekijken

Samen met mede-eigenaar Jetti Steffers en BAR-programmeur Sjoerd Post loopt hij door de fabriek over de scheef liggende betonnen vloerplaten naar de derde hal, de grootste. De bijtende februarikou heeft vrij spel dankzij de gaten in de muren en het dak. „Het doet me hier een beetje denken aan illegale technofeesten waar ik vroeger wel eens kwam”, zegt Post. Grijnzend: „Die zijn hier vast ook geweest, dat kan gewoon niet anders.” Hij ziet de fabriek voor het eerst van binnen, maar heeft een goed idee van wat voor muziek je er straks kunt horen. De programmering van BAR moet worden doorgetrokken. Maar dan grootser. Post: „De grotere, internationale namen binnen de techno en house willen we hier. We passen ons eigenlijk gewoon aan de ruimte aan, qua programmering. Zo hopen we het publiek dat BAR nu heeft groter te maken.” De Leeuw: „Veel mensen gaan nu naar Amsterdam voor elektronische muziek, daar gebeurt het. De spoeling is hier dunner, maar daar kunnen we verandering in brengen.”

De namen van de Amsterdamse club De School en die van de Berlijnse Berghain vallen, als voorbeelden voor de Maatschappij Voor Volksgeluk, maar de drie benadrukken dat de club een eigen, sterke identiteit krijgt. „Als het maar een beetje rauw blijft”, zegt De Leeuw. „Alles in Rotterdam wordt altijd zo snel gepolijst. Neem de Fenixloods, eindelijk een plek waar het een beetje rommelig oogde, maar zodra het een succes wordt, duiken de planologen en ontwikkelaars erop en wordt alles aangeharkt, wit geverfd en volgepropt met appartementen. Het moet hier zo rauw worden als we het in Rotterdam graag zien, maar zoals het in de praktijk maar weinig is.”

Het idee is om binnen het gebouw een nieuw gebouw op te trekken. Het moet geluiddicht worden, maar het bestaande gebouw aanpassen zou te kostbaar worden. „Nu is er vooral industrie omheen, maar straks komen in de Marconitorens woningen, en we willen geen gedoe met overlast.

Er kunnen straks 1.500 mensen dansen in de Ferro-hallen.

Foto Rien Zilvold

De club moet halverwege 2019 opengaan. Is dat niet te ambitieus, gezien de staat van de plannen en het gebouw nu? De Leeuw: „Dat denk ik zeker niet.” Hij grinnikt. „Ik bedoel, een beetje bluf moet je wel hebben. In september moeten de vergunningen er liggen, want de gemeente wil dat hier snel wat gebeurt. Als dat lukt, dan kan het snel gaan. En omdat het in principe voor zeven jaar is, hoeft de fabriek niet helemaal te worden omgebouwd.” Hij is even stil en kijkt rond. Er klinkt zacht gepiep van duivenjongen uit de nok van de hal, de volwassen dieren fladderen in en uit kapotte dakramen.

De timing is goed, zeggen ze. Naast hun eigen club zijn er goedlopende clubavonden in Bird en Transport, en zijn er plekken als Biergarten en Annabel waar mensen uit Rotterdam en omstreken aan hun trekken kunnen komen. „We zijn weer een beetje trots op de stad, is mijn gevoel”, zegt De Leeuw. „En een club van deze grootte met eigen programmering is er nu niet. Maar dit is een moeilijke plek en een moeilijk project en misschien gaan we er wel helemaal stuk op. Maar als iemand dit durft en dus moet doen, dan zijn wij het wel.”