Opinie

Mobiliteit: door op de ingeslagen weg

Afgelopen week trad de Rotterdamse wethouder van mobiliteit Pex Langenberg af wegens problemen met de aanleg van de Hoekse Lijn-metro. We hopen dat na zijn vertrek wel wordt doorgegaan op de door Langenberg en dit college ingeslagen weg, want Rotterdam moet vooruit.

Vier jaar geleden organiseerde gemeente Rotterdam de zogenoemde ‘mobiliteitsarena’ als een tijdelijk innovatienetwerk. Een bijzondere mix van innovatieve denkers en doeners die samen aan de slag gingen met de toekomst van Rotterdam en de rol van mobiliteit daarin. Dat is meer dan zo snel mogelijk van A naar B komen. Mobiliteit gaat ook over elkaar ontmoeten, over dagelijkse beweging en gezondheid in een mooie publieke ruimte, en over toegang tot de stad voor iedereen.

Met een stedelijke structuur die duidelijk anders is dan andere Nederlandse steden, vaart Rotterdam een eigen koers. Waar de auto lange tijd de richting bepaalde, verklaarde de wethouder de fiets tot heilige koe. De stad leek lange tijd op een grote autobaan, maar nu wordt er succesvol gewerkt aan de (binnen)stad als verblijfsplek. Het doel is vooral om Rotterdam een inclusieve stad te maken, waar het prettig fietsen en lopen is en het openbaar vervoer betaalbaar is voor iedereen. Steden die voor deze aanpak kiezen doen het ook economisch goed.

Dat gaat niet vanzelf. Het Rotterdamse college durft keuzes te maken die niet bij iedereen in goede aarde vallen of door iedereen worden begrepen, maar die wel een trendbreuk veroorzaakten en belangrijk zijn om vooruit te komen. Er wordt geïnvesteerd in meer dan alleen infrastructuur. Zo wil het programma Fietsen op Zuid het fietsgebruik op Zuid door kinderen en vrouwen vergroten en vervoersarmoede bestrijden. Er worden pilots uitgevoerd op het gebied van deelmobiliteit en straatparkeren wordt ontmoedigd. De stad organiseerde het eerste congres vorig jaar over lopen in de stad en in juni is Rotterdam gastheer van het Nationale Fietscongres. Wie vroeger de term ‘fietsstad’ in de mond nam, werd nog met pek en veren op de Coolsingel gezet, nu is dat duidelijk anders.

De politiek is geen plek om op lauweren te rusten. De urgentie voor meer gezonde mobiliteit voor iedereen is onomstreden. Maar het moet wel sneller. In de andere drie grote steden wordt veel meer geïnvesteerd in ruimte voor voetgangers en fietsers, schonere lucht en toegankelijke openbare ruimte. De groei van de stad, het toenemende probleem van obesitas en mentale ziekten, vergrijzing en klimaatverandering zorgen voor grote uitdagingen. De keuze tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart is duidelijk. Een stad waarin slechts een kleine groep vooruit komt, of een stad waartoe iedereen toegang heeft en samen aan een nog betere toekomst wordt gebouwd. De afgelopen vier jaar is de toon gezet, het is aan de nieuwe raad en college om te accelereren.

(1953, voormalig wethouder mobiliteit Utrecht en mobiliteitsexpert) en (1984, sociaal ondernemer)