Goede scholen tegen de segregatie

Rotterdam-Zuid

Een ambitieus plan moet meer leerlingen in Rotterdam-Zuid behouden: er komen kansrijke scholen in kansarme wijken.

De Erasmusbrug in Rotterdam, Elke ochtend fietsen zo’n 1.800 middelbare scholieren van Zuid naar Noord. Foto Daniel Niessen

Elke ochtend fietsen zo’n 1.800 middelbare scholieren de Maas over, van Zuid naar Noord. Ze gaan naar een technasium, Montessorischool of tweetalig vwo. Samen vormen ze ruim eenderde van alle leerlingen uit Rotterdam-Zuid. En ze komen vooral uit de welvarende, hoogopgeleide gezinnen.

Vooralsnog – want het voortgezet onderwijs in Rotterdam-Zuid verandert ingrijpend. Scholen verhuizen, krimpen of fuseren. Afdelingen verdwijnen of worden nieuw opgericht. Drie schoolbesturen – BOOR, LMC en CVO – werkten maanden in het geheim aan een ambitieus plan dat de leerlingenstroom van zuid naar noord moet stoppen. Hun afspraken legden ze vast in een convenant, dat ze vorige week met de gemeente ondertekenden. Met goed en gevarieerd onderwijs willen ze de kansenongelijkheid en segregatie tegengaan in Zuid, een gebied van 200.000 inwoners met veel sociaal-economische achterstanden. „Echt een doorbraak”, schrijft wethouder Sven de Langen (Onderwijs, CDA) in een brief aan de raad. „Het plan is precies wat Rotterdam-Zuid nodig heeft.”

Het gaat niet om „zomaar even een verplaatsing” van scholen, zegt Henk Post, voorzitter van schoolbestuur CVO. „Er zit een hele stedenbouwkundige filosofie achter.” Het plan is om kansrijke scholen in kansarme wijken te zetten. De scholen komen te staan rond drie ‘perspectiefrijke’ locaties waar de komende jaren flink wordt bijgebouwd: de Kop van Zuid, Stadionpark en het Hart van Zuid. De nieuwe bewoners, zo is de gedachte, zullen hun kinderen dan niet meer in noord naar school sturen. „We willen omgevingen creëren die ambitie en hoge verwachtingen uitstralen”, zegt Post. „Zo creëren we ontmoetingen die eerst onmogelijk waren.”

Superschool voor de elite

Scholengemeenschap Hugo de Groot bijvoorbeeld verhuist van Charlois naar de Kop van Zuid, zonder de mavo-afdeling. Directeur Paul Scharff is blij met de plannen. Maakbaarheid is betrekkelijk, zag hij in de 44 jaar dat hij in het onderwijs werkt. „Maar we moeten wel idealen houden. Onderwijs en woningbouw kun je zowel op een goede als slechte manier inzetten voor een wereld waarin mensen van elkaar kunnen profiteren.”

Scharff pleitte onlangs in het AD voor een superschool die de elite in Zuid behoudt – in lijn met het plan dat nu is bedacht. Daarmee keerde hij zich af van het gesneuvelde plan voor een superschool in Zuid voor achterstandsleerlingen, bedacht door zijn voorganger Eric van ’t Zelfde. „Je kunt de kinderen uit Zuid bij elkaar zetten en heel veel extra’s geven zodat ze zich later bij de anderen kunnen aansluiten”, zegt Sharff. „Maar is het niet net zo effectief als we die leerlingen in een diverse omgeving zetten? Dat maakt het onderwijs ingewikkelder omdat de groep heterogener wordt. Maar het voordeel is: kinderen leren dan niet alleen van de leraar en uit hun boek, maar vooral ook van elkaar.”

Vertrouwen vergroten

Op het Hugo de Groot zijn de resultaten goed. De leraren zijn gespecialiseerd in het wegwerken van achterstanden en het vergroten van zelfvertrouwen, waardoor leerlingen hun diploma halen. Sharff: „Maar we houden ze aan de hand. De teneur is: doen wat de leraar zegt, dan haal je je diploma. Terwijl, als je abstracter kijkt naar wat een school zou moeten bieden, dan wil je autonome kinderen voorbereiden op het werken in een complexe, diverse maatschappij. En dat aspect, de ontmoeting met kinderen die iets meekrijgen van thuis, dat missen mijn leerlingen. Zonder dat ze dat weten.”

De besturen spraken ook een maximumaantal leerlingen per school af – een unicum, want scholen concurreren met elkaar. De afspraken moeten een eind maken aan constructies om bijvoorbeeld tanende vwo-afdelingen in de lucht te houden, ondanks hoge kosten en een dalende kwaliteit. Ook de tendens dat scholen elkaars concepten kopiëren moet worden beëindigd.

Zuid heeft dit plan hard nodig, zegt Marco Pastors, directeur van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ), dat de achterstand van Zuid op de grote steden voor 2030 moet wegwerken. „We willen dat dit gebied functioneert als een evenwichtige stad, met arme, middenklasse- en topwijken. Niet als groot achterstandsgebied. We willen goede scholen, zodat mensen niet verhuizen.”

Achterstanden inhalen

De gemiddelde Citoscore in Zuid is met 530,8 ruim drie punten lager dan in de vier grote steden. „Er is een begin van inhalen ”, zegt Pastors. „Maar met alleen beter lesgeven gaan we er niet komen. Er zijn structurele doorbraken nodig.” Een school is een coproductie van het team, het gebouw, de leerlingen en de ouders, zegt hij. „Je wilt dus dat de ‘sterke’ ouders hun kind in Zuid op school doen, zodat ze een bijdrage kunnen leveren aan de school.”

Hoogleraar Eddie Denessen, gespecialiseerd in cultuurverschillen in het onderwijs en verbonden aan de Radboud Universiteit en de Universiteit Leiden, vindt het plan interessant. Door het aanbod aan te passen, zegt hij, kun je het keuzeproces van ouders beïnvloeden. „Maar om daadwerkelijk te realiseren dat kinderen elkaar ontmoeten, is pedagogisch-didactisch beleid nodig. Stimuleren dat leerlingen met elkaar optrekken is meer dan een geografische operatie.”

De volgende vraag is dus: hoe zorg je ervoor dat kinderen van verschillende achtergronden elkaar binnen de school weten te vinden? „Dat gaat niet zomaar vanzelf.”

    • Mirjam Remie