Recensie

Goed, simpel, authentiek eten: echt een plek om terug te komen

Recensie Journalist en recensent Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam. Deze week: Semai.

Foto Remco Koers

We waren het even helemaal zat, het Nieuw Amsterdams Peil van eten. Allemaal leuk en aardig, die luxe, piepkleine hapjes met een gelletje of een crèmepje, maar peperduur; en voor wat aardappels, friet of rijst moet je óók nog eens je pinpas trekken. We hadden zin in gewoon lekker eten voor een prettige prijs, weg uit die comfortzone waar steeds vaker ‘kent u ons concept?’ klinkt. En zo belandden we in een winderig straatje met opslagloodsen, bijzondere kerkgenootschappen en werkplaatsen, de Papaverhoek in Noord.

Op één hoog zit hier nog niet zo lang een Afrikaans restaurant, Ethiopisch-Eritrees om precies te zijn. Beneden een bar en lounge die tot diep in de nacht is geopend, boven het ruime restaurant, ingericht met tafels en stoelen én traditionele Afrikaanse meubels. Het is er kleurig; zelfs het systeemplafond is versierd.

We worden hartelijk ontvangen door een van de twee Eritrese eigenaars die ons uitlegt hoe het werkt; goddank valt nergens het woord concept en aan shared dining doen ze in Afrika al eeuwen. We kiezen voor een selectie van drie vleesgerechten (17,50, één hoofdgerecht is 12 euro) en een sectie van drie vegetarische gerechten (15,-, één hoofdgerecht is 10 euro) en nemen daarbij een glas Afrikaanse wijn (4,-) en een Eritrees biertje (4,-). Die wijn is een Syrah van Franse wijnmakers die zich in het zonnige Ethiopië hebben gevestigd en het voor elkaar kregen de druiven te beheersen; het is een zachte en volle wijn. Het bier, een lekkere pilsener, is een beetje bitter – Asmara-bier dat al 75 jaar in de hoofdstad van Eritrea wordt gebrouwen.

Er komt een grote, ronde schaal met een platkoek op tafel, daarop worden de verschillende vlees- en groentegerechten geschept. Deze pannenkoek, injera heet het, is gemaakt van teff, ook wel Abessijns liefdesgras genoemd; een glutenvrije grassoort waar ze licht verteerbare gerechten van maken. Voordat ie werd gebakken, werd het deeg drie dagen gefermenteerd, daardoor heeft de sponsachtige structuur een zure smaak – een mooi tegenwicht voor de volle gerechten. Je eet de gerechten met de pannenkoek, die langzamerhand doordrenkt is geraakt van de sappen van het eten.

Het eerste vleesgerecht, kilwa, is mild gekruid en gebakken lamsvlees, dit gerecht is er ook met rundvlees. Het is vol van smaak en de pepers zijn inderdaad niet overheersend, erg lekker. De zigni, een nationaal gerecht uit Eritrea, is een pot in geklaarde boter gestoofd rundvlees met een rode pepersaus. Wij vinden het behoorlijk pittig, het zweet staat ons op het voorhoofd, laten we zeggen dat we nog even moeten wennen. Wat dat betreft bevalt het vleesgerecht zilsi tibsi beter: gebakken rundvlees met ui en paprika. De zachtgestoofde groenten en de hardgebakken rundvleesreepjes zijn precies in balans, wat een feest. Voor de vegetariër is er shiro, een fijngemalen kikkererwtenpot met Abessijnse kruiden, erg vol en warm. Van de silsi, een pittige saus van uien, kruiden en pepers, zijn we minder gecharmeerd, de smaak van gedroogde tomaten overheerst en het mist een bite. De boerenkoolschotel met knoflook en kruiden, hamli (wordt ook bereid met spinazie) is meer onze smaak: mild, zacht en het goede van de boerenkool komt helemaal naar boven.

De toetjes laten we schieten. Er is keuze uit bananasplit en baklava, beide niet Eritrees noch Ethiopisch, aan toetjes doen ze daar helemaal niet. En daarbij: we zijn verzadigd.

We zijn aangenaam verrast door Semai: de eigenaren die zelf bedienen zijn gastvrij, zorgen dat er goed, simpel en authentiek eten op tafel komt en vragen daar weinig voor. De volgende keer proberen we ook de voorgerechten sambusa (een soort samosa) en qatenya (Eritrees pannenkoekje). Dit is echt een plek om terug te komen.