Recensie

‘Estse Zielen’ hebben genoeg te bieden

Hedendaags Cappella Amsterdam zingt een geheel Ests programma met de getalenteerde dirigent Endrik Üksvärav. Met drie Nederlandse premières.

Afgelopen zaterdag was het precies een eeuw geleden dat Estland de onafhankelijkheid uitriep. Dat was voor Cappella Amsterdam aanleiding om de getalenteerde Estse zanger en dirigent Endrik Üksvärav (1980) carte blanche te geven voor een programma met hedendaagse koormuziek. Hoewel de titel Baltische Zielen een breder perspectief deed vermoeden, koos Üksvärav voor werken van zes landgenoten.

Maar die verzameling Estse Zielen was boeiend genoeg. Bovendien waren er drie Nederlandse premières, met Kleine Litanei van Arvo Pärt (1935) als blikvanger. Pärt onderscheidde zich door karakteristieke eenvoud: sobere statements van het ‘Kyrie eleison’ met daartussen lange rusten. Ook door het harmonische verloop had het stuk wel iets weg van een gestileerde blues.

Erkki-Sven Tüür (1959), van de generatie na Pärt, is ook een gevestigde naam, maar geen echte koorcomponist. Onlangs nog ging zijn piccoloconcert in wereldpremière bij het Concertgebouworkest. Tüürs Missa brevis begon schitterend, met twee elkaar aftastende diepe bassen, waarna de schurende samenklanken als zevenblad over de stemgroepen woekerden. Dat vleugje polyfonie ontbrak in de middendelen, waar de aaneenschakeling van gloeiend dissonante akkoorden gaandeweg haar bekoring verloor.

Het meest imposant was het Stabat mater van de in Nederland onbekende Tõnu Kõrvits (1969). Geen spoor van pärtiaanse eenvoud, maar een klank met veel reliëf, eigenzinnige details en ornamentatie en schitterende stemvoering. De collectieve beweging tegen het einde deed even terugdenken aan Tüür, met het verschil dat Kõrvits er maximaal effect mee sorteerde. Dat deed hij ook met het ontroerende, close harmony slotakkoord.

Cappella Amsterdam zong uitstekend onder Üksvärav, die met een wat stram ogende slag vloeiende resultaten behaalde. Voor het klassieke bloederige anti-oorlogslied Raua needmine (‘Vloek over het ijzer’) van Veljo Tormis (1930-2017) ging Üksvärav beukend op een trom zijn zangers voor in een dreigende, sjamanistische rite met boventoonzang en loeiende solisten, die culmineerde in een volksoproer met vocale sirenes: opwindend.