Een suikertaks? Nederland is nog niet zover

Wetgeving In de strijd tegen obesitas hebben tientallen landen een suikertaks ingevoerd. Waar blijft Nederland? „Wetgeving wordt hier als betutteling gezien.”

Joost van der Vleuten fotografeerde mensen met hun eten mét en zonder toegevoegde suikers. Dit is Mitra Muijen (19), Nardjissa Ikhlef (18), Joost van Oosten (54) en Anneleyn Leijnse (48). Anneleyn: „ Je ziet ook aan deze spullen: zelfs in de Amsterdamse uien zit suiker." Foto Joost van der Vleuten

Onder volledige verdoving wordt ruim een kwart van het melkgebit van de zesjarige Mario getrokken. Ontsteld kijkt tv-kok Jamie Oliver in de operatiekamer toe. Regelmatig, hoort hij later van een arts, worden zelfs alle twintig tanden van jonge kinderen getrokken. Verrot, door te veel suiker.

De beelden komen uit de documentaire Jamie’s Sugar Rush die in 2015 op de Britse televisie te zien was. Na zijn campagne tegen het met frituurvet overgoten eten in schoolkantines, stortte Oliver zich op suiker. Een van de oplossingen, betoogde hij, is een frisdranktaks. In zijn restaurantketen Jamie’s Italian deed hij alvast een voorzet. Daar werd gesuikerde frisdrank 10 pence (11 cent) duurder.

Of het nou aan Oliver lag of niet, die Britse frisdranktaks kwam er. In maart 2016 verklaarde George Osborne, destijds minister van Financiën, dat hij „niet bereid” was om later zijn excuses te moeten aanbieden aan de generatie van zijn kinderen omdat hij verzaakt had nú maatregelen te nemen. Want, zo zei hij, we weten dat zoete drankjes „een probleem” zijn. In april dit jaar gaat de belasting in.

De suikertaks is in opkomst in de strijd tegen obesitas. Ruim veertig landen, van Portugal en Noorwegen tot de Golfstaten, voerden een vorm van belasting op suiker in. Bijna altijd een frisdranktaks. Met frisdrank kun je namelijk makkelijk een grote slag slaan: zoete drankjes zijn de grootste suikerleverancier in ons dieet, vooral voor kinderen. Frisdrank bevat nul gezonde voedingsstoffen en bij geen enkel ander suikerhoudend product is het verband met obesitas zo goed aangetoond.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) pleit daarom voor het belasten van gesuikerde dranken, naast andere maatregelen als een verbod op kindermarketing van snoep, fris, koek en snacks, duidelijke informatie op etiketten en schoolvoedselbeleid. In 2017 concludeerde de WHO dat een frisdranktaks – onder de juiste omstandigheden – werkt tegen obesitas, diabetes type 2 en tandbederf.

Waarom vindt de WHO overheidsingrijpen nodig? De consument kan het niet alleen, zegt Leo Nederveen, bij de WHO gespecialiseerd in preventie van ziektes. We wéten heus wel dat veel suiker ongezond is, net als veel zout of verzadigd vet, maar de omgeving biedt te veel verleiding.

Volgens de WHO werkt frisdranktaks tegen obesitas, diabetes type 2 en tandbederf

Daarnaast schiet de aanpak van fabrikanten tegen overgewicht tekort, vindt Nederveen. „We juichen alles toe wat de industrie kan doen, maar ik denk niet dat het voldoende is.” Producten in suiker verlagen, noemt hij „een goede eerste stap” maar niet genoeg. „Daarvoor is overgewicht een té groot probleem geworden.”

De WHO ziet in een frisdranktaks verschillende voordelen: de consumptie gaat omlaag. De Mexicanen, zeer grote frisliefhebbers, dronken bijvoorbeeld in twee jaar tijd bijna 8 procent minder fris met suiker. Gevolg: minder obesitas en diabetes type 2 en dus ook minder zorgkosten. Daarnaast zorgt de taks voor extra overheidsinkomsten. Dat kan dan mooi naar preventie, vindt de WHO.

Stoplichten op de verpakking

Wanneer werkt zo’n taks? Als-ie hoog genoeg is, zegt Nederveen. Bij 20 procent bovenop de prijs zie je een flinke daling in consumptie, weet de WHO uit onderzoek. Weinig landen halen dit, al is de recentelijk ingevoerde belasting in bijvoorbeeld Saoedi-Arabië 50 procent. Maar ook de Mexicaanse verhoging van 10 procent had dus invloed.

Zelfs de (nog veel lagere) frisdranktaks die Jamie Oliver in zijn Italiaanse restaurants doorvoerde, lijkt effect te hebben. De verkoop in vestigingen waar veel fris gedronken wordt, daalde met ruim 9 procent in zes maanden, bleek uit onderzoek dat eind vorig jaar werd gepubliceerd in de Journal of Epidemiology & Community Health – al steeg de verkoop van sap (ook suiker) weer wel.

Kijk hier de documentaire van Jamie Oliver: Jamie’s Sugar Rush.

Onderzoeker Steven Cummins zei tegen de Britse krant The Guardian dat de 10 pence per drankje – geld dat naar gezondere scholen gaat – hetzelfde effect zou kunnen hebben als een klein bedrag moeten betalen voor een plastic tasje: je past je gedrag niet aan vanwege het bedrag, maar omdat je aan het denken wordt gezet.

Dat opbrengsten van suikertaksen naar preventie gaan, zoals in Olivers restaurants, blijkt belangrijk voor de maatschappelijke acceptatie van de belasting. Onlangs werd een frisdranktaks in en rond de Amerikaanse stad Chicago kort na invoering teruggedraaid. Grootste kritiek: de belasting leek voornamelijk bedoeld om een gat in de begroting te vullen.

Het besluit volgde na een maandenlange strijd van voor- en tegenstanders. Volgens het Center for Science in the Public Interest, een Amerikaanse consumentenclub, besteedden frisdrankproducenten tussen 2016 en 2017 minstens 50 miljoen dollar aan maatregelen die frisdranktaksen moeten tegengaan – van reclames tot lobbywerk. Voorstanders van frisdrankbelasting gaven aan dat soort zaken in die periode bijna 30 miljoen dollar uit.

Ook in Europa verzetten grote bedrijven zich tegen frisdranktaksen. Een uitgelekt document van Coca-Cola Europe uit 2016 geeft een inkijkje. In het rapport is een schema opgenomen met mogelijke overheidsmaatregelen en hun invloed op het bedrijf. Helemaal in de rechterbovenhoek van de matrix – zeer kleine kans maar zeer grote impact – staat ‘nieuwe of verhoogde belastingen’. Daaromheen staat een cirkel met de tekst ‘fight back’.

Zo’n gevecht kán bijvoorbeeld een rechtszaak zijn, in de VS gebeurt dat regelmatig, maar het kan ook een stuk vriendelijker. Zo werd de Britse Conservatieve Partij in 2016 door de organisatie van frisdrankproducenten (de British Soft Drinks Association) getrakteerd op een cocktailparty, waar een woordvoerder betwistte dat een frisdranktaks werkt tegen obesitas, maar wel banen kost.

Niets mis mee, zei de baas van de organisatie tegen The Guardian. Waarom zou een sector die getroffen wordt door fiscale maatregelen geen tijd en geld in een tegengeluid mogen steken?

NRC is benieuwd naar uw mening, doe mee aan de enquête: Hoe denkt u over suiker?

Zoals bekend lukte het de industrie niet de Britse frisdranktaks terug te draaien. Maar bij andere maatregelen hadden levensmiddelenproducenten meer succes. Zo haalde een Europees wetsvoorstel om verkeerslichten op eten en drinken te zetten het niet. Consumentenorganisaties waren voorstander van dit systeem: in een oogopslag kun je op zo’n stoplicht zien of een product veel (rood), matig (oranje) of weinig tot geen (groen) vet, zout of suiker bevat. Dat het Europees Parlement de stoplichten uiteindelijk verwierp, werd gezien als een overwinning van de industrie. Inmiddels willen grote bedrijven als Unilever, Nestlé en Coca-Cola een eigen versie van de stoplichten introduceren, maar die zullen vaker op groen of oranje staan omdat ze uitgaan van porties in plaats van calorieën per gram.

Geen sluipsuikers in voeding

Die harde strijd zie je niet in Nederland, waar de producenten aan tafel zitten om afspraken te maken met de overheid. Hier lijkt de politiek meer te verwachten van polderen dan van wetten. Onder toenmalig minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) werd in 2014 een akkoord gesloten met de voedingsindustrie over het verlagen van zout, vet en suiker (calorieën) in producten. Afspraken die organisaties als de Hartstichting en de Consumentenbond overigens niet ver genoeg gaan.

Het voorstel van het CDA om een suikertaks in te voeren werd door de leden weggestemd

De frisdrankenbranche sprak vorig jaar af om voor 2019 de dranken met meer dan 20 kilocalorieën per 100 milliliter uit de automaten op scholen te halen. Maar wetten? „Dat wordt in Nederland gezien als betutteling”, zegt Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid aan de VU. „Als politieke partij maak je je er niet populair mee.”

Dat merkte het CDA vorig jaar. Als enige partij in Nederland nam het een suikertaks op in het concept-verkiezingsprogramma. Die haalde de definitieve versie niet. Tijdens het verkiezingscongres werd het weggestemd, onder meer omdat zo’n belasting „de boete bij de consument legt” en omdat de leden vonden dat de oplossing eerder gevonden moet worden in een „juiste balans” tussen eten en bewegen, zegt CDA-kamerlid Hanke Bruins Slot.

De staatssecretaris met gezonde voeding in zijn portefeuille is Paul Blokhuis van de ChristenUnie. De partij die in het verkiezingsprogramma haar zorgen over obesitas kracht bijzette met de belofte: ‘De tijd van vrijblijvende afspraken is voorbij. We willen geen sluipsuikers in onze voeding.’ Als staatssecretaris heeft hij weliswaar „chagrijn” over de matige resultaten van het akkoord over productverbetering, maar de stelligheid van het CU-programma heeft het regeerakkoord niet gehaald.

„Ik sluit het niet uit”, zegt Blokhuis over een frisdranktaks als NRC hem begin februari spreekt. Maar hij zegt ook: „Als ik nu maatregelen aankondig, verstoor ik het proces.” Hopende dat bedrijven en organisaties – heel Nederlands – er samen uitkomen en met voorstellen komen. En dat consumenten zelf gezondere keuzes maken. Er gebeurt al veel, ziet hij in de praktijk: gemeenten hebben projecten waarbij beweging voor jongeren centraal staat, scholen worden gezonder, frisdrank maakt plaats voor water.

Maar is het genoeg? De voedingswetenschap is er wel uit, schreef emeritus hoogleraar Martijn Katan onlangs voor NRC. Volgens hem is obesitas een politiek probleem. „Om het op te lossen moeten we fietsen bevorderen, geen vergunning geven voor een Dunkin’ Donut-winkel, frisdrankautomaten verbannen uit scholen, snoepreclame voor kinderen verbieden en belasting heffen op frisdrank.”

Lees ook de column van Martijn Katan: Hoe wordt voeding weer een wetenschap?

De argumenten tégen die taks heeft Nederveen van de WHO inmiddels vaak genoeg gehoord. Zoals: de boete is voor de consument, straks kunnen arme mensen geen cola meer kopen. En: suiker is het probleem niet, het gebrek aan beweging is de oorzaak van obesitas. Wat dat laatste betreft: grote producenten hebben dat argument lang gebruikt „om de aandacht af te leiden” van het effect van hun ongezonde producten. „Met name Coca-Cola financierde veel onderzoek om de link tussen overgewicht en beweging aan te tonen.” Terwijl de invloed van beweging op obesitaspreventie „relatief klein” is. En daarnaast: je gebit heeft niets aan sport.

Niet de boete is voor de consument, zegt hij, maar de bonus. Wie geen fris meer drinkt, kan besparen op zorgkosten. Vooral fijn voor arme mensen. „Je hebt geen frisdrank nodig om te leven. Niemand heeft voordeel van het drinken van frisdrank.”

Waarom houden we zo van suiker? Wetenschapsjournalist Wim Köhler legt uit.