Een scherpe neus voor valse schijn

Michal Korzec (1945-2018) zocht de controverse in alle landen waar hij verbleef. In Nederland was hij mede-oprichter van de Dolle Mina-beweging.

Michal Korzec in 1992 Foto Hape Smeele/Hollandse Hoogte

Twee jaar geleden slaagde Michal Korzec nog voor het vliegbrevet in Polen, maar het bewijs heeft hij nooit opgehaald. Hij was alweer in beslag genomen door investeringsmogelijkheden in West-Afrika. In Warschau had hij een opleiding tot rabbijn gedaan, terwijl hij eerder niet speciaal in religie was geïnteresseerd. In Nederland zamelde hij geld in voor de herbouw van de Joodse wijk in Warschau. Behalve Pools sprak hij Nederlands, Chinees, Russisch, Engels, Frans en Duits, talen die hij met de hem kenmerkende grondige aanpak had geleerd.

Zijn veelzijdigheid werd gestimuleerd door de heftige stemmingswisselingen waar hij onder leed, van euforie naar depressie en terug. Rusteloosheid voerde hem van Nederland naar Cambodja, Laos en China en uiteindelijk naar zijn geboorteland Polen. Behalve vrienden maakte hij talloze vijanden door scherpe polemieken waar hij naar eigen zeggen „duivels plezier” in had. Dat verklaart waarom hij ondanks zijn brille als docent nooit verder is gestegen in de universitaire hiërarchie. Behalve sociale wetenschapper was hij onder andere essayist, journalist en consulair diplomaat voor de Poolse ambassade in Beijing.

Rusteloosheid voerde hem van Nederland naar Cambodja, Laos en China en uiteindelijk naar zijn geboorteland Polen.

Michal keek op tegen de moed van zijn vader, „een held”, zei hij altijd. Zijn vader was een leider van de opstand in 1943 in het Jodengetto van Bialystok, vlak bij de Russische grens. Toen die mislukte, vluchtte hij met zijn latere vrouw de bossen in, waar hij zich bij de partizanen voegde. In de jaren vijftig besloten zijn ouders uit Polen te vertrekken omdat het antisemitisme er niet was verdwenen. In 1956 bleef zijn moeder met hem in Parijs, waarvoor ze een toeristenvisum had gekregen. Een jaar later volgde zijn vader met zijn drie jaar jongere broer Aleks. Beide kinderen werden wegens gebrek aan woonruimte ondergebracht in een tehuis, waar vluchtelingenkinderen samenleefden met moeilijk opvoedbare Franse kinderen. Daar leerden de broers voor zichzelf op te komen. In 1958 kon Michals vader een baan als ingenieur krijgen in de textielindustrie in Tilburg, waar ze vervolgens heen verhuisden.

Met hoge cijfers haalde Michal zijn achterstand snel in. Toen hij tot de conclusie kwam dat hij in zijn studievak theoretische natuurkunde nooit de top zou bereiken, haalde hij in twee jaar zijn doctoraal sociologie. Ondertussen lonkte het gevaar. In 1967 liftte hij met zijn broer Aleks naar Zuid-Oost Azië. Volgens Aleks om de oorlogsomstandigheden, waarin hun vader geleefd had, zelf te kunnen ervaren. Michal schreef over de Vietnamoorlog in de Friese Courant. Ze kwamen ook in Cambodja en Laos, waar Michal om geld te verdienen zelfverzonnen ‘wondermedicijnen’ verkocht. Hier ontstond zijn liefde voor Azië. Naar Cambodja keerde hij vaak terug, ook om over de oorlog te schrijven.

In 1967 liftte hij met zijn broer Aleks naar Zuid-Oost Azië.

In Nederland werden Michal en Aleks samen met Dunya Verwey en Rita Hendriks in 1969 initiatiefnemers van de Dolle Mina-beweging, een speelse actiegroep voor vrouwenemancipatie die internationale publiciteit kreeg. Er ontstond al snel een kerngroep van tien die de aandacht trok met ludieke acties, zoals een bh-verbranding bij het standbeeld in Amsterdam-Zuid van feministe van het eerste uur Wilhelmina Drucker, en een bezetting van de Nijenrode business school die toen alleen mannen toeliet.

Met sociologe Christien Brinkgreve schreef Michal het boek Margriet weet raad, over de Nederlandse culturele veranderingen aan de hand van een adviesrubriek in het vrouwenblad Margriet. In die tijd was hij universitair docent sociologie aan de toenmalige Technische Hogeschool van Delft. Later verhuisde hij naar de faculteit politieke wetenschappen van de universiteit van Leiden.

Hij wilde naar China en begon met een cursus Chinees in Taiwan. Daar ontmoette hij Sosha Tan Pei, met wie hij trouwde en zijn zoon David kreeg. Om de samenleving goed te leren kennen werd hij in Beijing vrachtwagenchauffeur bij het bedrijf van een vriend. Zo leerde hij op straat hoe na gruwelijke communistische zuiveringen de economie zich opende in een vrijer klimaat. In 1988 promoveerde hij aan de universiteit van Amsterdam op de Chinese economie.

Intussen schreef hij een aanval op het modieuze New Age-denken: De kitsch van het holisme. Met journalist Hans Moll hekelde hij de politieke propagandafilms van Joris Ivens voor vaak moorddadige communistische regimes. Het was een spraakmakend essay over de in Nederland gelauwerde cineast. Tegen Moll vertelde hij dat hij als jonge Pool in het voorprogramma van de bioscoop altijd maar die propagandafilms van Ivens had moeten doorstaan.

Om de samenleving goed te leren kennen werd hij in Beijing vrachtwagenchauffeur bij het bedrijf van een vriend.

Hij hield van controverse. In 1995 schreef hij in het weekblad Intermediair dat veel minder Joden door vergassing zouden zijn omgekomen dan de Duitsers hadden geregistreerd. Dat was de Duitse propaganda over Gründlichkeit. Er zouden veel Joden door honger en uitputting zijn gestorven en daar waren meer Duitsers bij betrokken dan alleen degenen die de gaskamers bedienden.

Zijn ervaringen met Polen en communistische landen gaven hem een scherpe neus voor propaganda en valse schijn. In 1989, het jaar van de harde onderdrukking van protesten op het plein van de Hemelse Vrede in Beijing, zat Michal Korzec op de eerste rang. Ten tijde van de opstand doceerde hij aan de universiteit van Beijing en schreef hij stukken voor Nederlandse media. „Met zijn vrouw ging hij helemaal op in het Chinese straatbeeld”, herinnert schrijfster Carolijn Visser zich.

In datzelfde jaar, een week na de val van de Berlijnse muur, voorspelde hij in NRC dat met het verlies van het „wetenschappelijk socialisme” ook vele vormen van rationaliteit en verlichtingsdenken uit het openbare leven zouden verdwijnen, om te worden vervangen door „georganiseerd primordialisme: natie, religie, politieke oermythen”. Ruim 29 jaar later blijkt dit een veel betere voorspelling dan het beroemde Einde van de geschiedenis-essay van de Amerikaan Francis Fukuyama.

In zijn geboorteland zou hij de door hem voorspelde omslag meemaken. In 1995 pakte hij zijn koffers en vertrok uit Amsterdam naar Warschau. Hij trouwde voor de tweede keer met een bekende Poolse sociologe en geestverwante, Jadwiga Staniszkis, die in de cel had gezeten voor haar oppositie tegen het communistische regime. In 2010 scheidden ze, maar hij stierf 10 februari in haar huis, waar hij was blijven wonen. „Zijn hele leven is hij blijven vluchten”, zei Staniszkis bij zijn crematie in Warschau.

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden.

    • Maarten Huygen