Zo ziet een overnachting in de daklozenopvang eruit

Opvang De afgelopen dagen verruilden honderden daklozen in het hele land buiten voor binnen. NRC bracht een nacht door in de opvang in Deventer.

De slaapzaal blijkt ijzig fris: een van de mannen die er slaapt vindt de nachten prettiger met de verwarming uit. Foto's Bram Petraeus

De veertiger met de lange, grijszwarte haren liep het Zutphense centrum rond en rond om maar warm te blijven afgelopen weekend. Groenmarkt door, linksaf de Waterstraat in, weer links door ’s-Gravenhof. Min acht ’s nachts, min tien en maar lopen, op grote, witte Nikes.

Hij was tien jaar van de drugs af maar kreeg een terugval en daardoor liep zijn relatie laatst stuk. Zo belandde hij op straat, vertelt hij. „Via via” hoorde hij over de nachtopvang voor daklozen in Deventer. Hij klopte er maandagavond aan en verblijft er nog steeds. Hij heeft het weer warm.

Met de lage temperaturen van de afgelopen dagen en weken verruilden honderden daklozen in het hele land de vrijheid van het buiten-zijn voor het regime van de nachtopvang. Hoe gaat het er aan toe op zo’n opvangplek? Wie verblijven er?

Woensdagavond tot donderdagochtend opende IrisZorg, uitvoerder van de nachtopvang in Deventer, de deuren voor NRC. Voorwaarde was dat de daklozen hoogstens met voornaam werden genoemd.

Hier, in dit pand pal naast het Deventer stadhuis, sliepen de afgelopen week elke nacht zo’n vijftien daklozen. Sommigen, zoals de veertiger, zijn hier pas kort. Anderen, zoals Nico (43), een man met een palestijnensjaaltje, zijn er al enkele maanden. Net als andere daklozen zoekt hij overdag de warmte en de koffie op in het stadhuis of in de bieb.

De langharige veertiger loopt de woonkamer van de nachtopvang in. Vier bankstellen en drie stoelen in een ruim vertrek. Twee zestigers kijken naar de flatscreen-tv aan de wand. AZ-Twente.

Naast de woonkamer ligt de personeelsruimte waar de groepswerkers van dienst zitten, Hans (59) en Dineke (47). Voor zich op het computerscherm zien ze de beelden van alle zestien camera’s die in en om het pand hangen.

Ze lieten de veertiger afgelopen maandag binnen. Eerst lieten ze hem blazen, om te zien of hij niet te veel alcohol op had. Dat is standaardprocedure bij alle binnenkomers, ook zij die maar even naar buiten wippen. Bij een promillage boven de 1,0 „kom je er normaal gesproken niet in”, zegt Hans. Nu wel, want het is abnormaal koud. „Maar dan stuur ik ze wel naar de slaapzalen boven. Mogen ze eerst hun roes uitslapen.”

Voor iedereen een magnetronmaaltijd en bij trek twee sneetjes brood.

Foto Bram Petraeus

De deur gaat om tien uur dicht

De opvang kent regels. Inloop tussen half vijf en half zes ’s middags of anders tussen half tien en tien uur ’s avonds. Daarna gaat de buitendeur tot zeven uur ’s ochtends op slot. Na het blazen worden de ‘cliënten’ gescand. Niet alleen messen worden afgepakt, maar ook lepels – gereedschap voor het uitkoken van heroïne of coke.

Iedereen krijgt vroeg op de avond een magnetronmaaltijd. Bij trek later brood, twee sneetjes max. ’s Ochtends zijn er ook twee sneetjes, met twee plakken kaas. En om half tien moet iedereen weg zijn. Kou of geen kou.

„Hé eskimo’s, hoe is het?” Hans zwaait de buitendeur open, het is half tien ’s avonds. Vier mannen met koudgeblazen gezichten komen binnen. Een van hen heeft een plastic flesje met as bij zich, blijkt bij het scannen. „Je gooit dit weg, dit is troep”, zegt Hans. Hij vermoedt dat het flesje dient als cokepijpje.

Nico, de man met het palestijnen-sjaaltje, hanteert voor zijn mede-daklozen twee categorieën: ‘de verslaafden’ en ‘de normalen’. Elke groep heeft een eigen dagbesteding als het koud is. De verslaafden gaan overdag naar de opvang van instelling Tactus. De ‘normalen’, die door psychische of financiële tegenslag aan lagerwal zijn geraakt, gaan naar het stadhuis of de bibliotheek. Sommigen naar het buurthuis voor vrijwilligerswerk.

De woonkamer zit al aardig vol. Er is een dertiger met baard en kale schedel, die naast zijn pantoffels door de woonkamer sloft. Met enige regelmaat snuift hij een lijntje speed, vertelt hij.

Er is een zestiger, die zegt dat hij tot voor kort in Latijns-Amerika woonde. „Noem mij maar Don Juan de la Vega.” Hij slaapt elke nacht niet meer dan één uur. Bracht een paar weken geleden wat nachten buiten door. Liep hij rond, net als de veertiger, maar dan door Deventer. Af en toe nam hij een zitpauze als hij een terrasstoel vond die niet was vastgeketend. Hij is blij dat de nachtopvang er is.

Een van de ‘eskimo’s’ is een man met gaatjesschoenen, rode ribbroek en gele trui onder een jasje van tweed. Hij maakt zich weinig zorgen om de kou. Wel om de „versplintering van de lokale politiek”.

En dan is er de nieuwe jongen, 28 jaar. Hij klopte deze woensdag verkleumd aan, na een vier uur lange zwerftocht door de stad.

In de rookruimte voor tabak en koffie.

Foto Bram Petraeus

Slapen met kleren aan

Ook voor hem is kou niet de grootste zorg. Hij liep woensdagochtend weg uit de Gelderse ggz-instelling waar hij vrijwillig verbleef. Nam de bus naar treinstation Zutphen en deed wat hij „in geen tien jaar” had gedaan: in een trein stappen. Daar, en eerder in de bus, was hij bang dat de passagiers hem zouden uitlachen, ook al bedacht hij zich dat hij er volgens zijn psycholoog uitziet als een „doodnormale jongen”. Hij was bang voor een paniekaanval. Maar hij bereikte zijn bestemming van de dag: Deventer. Nu twijfelt hij hardop of hij morgen moet blijven of terug zal gaan naar de ggz-instelling.

Binnen speelt kou de nieuwe jongen plots wél parten. De slaapzaal blijkt ijzig fris. Zijn kamergenoot, die al uren ligt te slapen, vindt de nachten prettiger met de verwarming uit. „Ik slaap wel met mijn kleren aan”, zegt de jongen. Gehuld in zijn blauwe capuchontrui en zwarte joggingbroek gaat hij op het stapelbed liggen.

Hij heeft „twee à vier uur” gemaakt, zegt hij de volgende ochtend. En zijn achillespezen „zijn kapot” van de wandeling van gisteren.

Op de tv in de woonkamer spreekt de weerman over een gevoelstemperatuur van min vijftien. Het is vijf over zeven en in de rookruimte hokken dan al zes mensen samen voor tabak en koffie. Alleen de sloffende, verslaafde dertiger is al buiten, capuchon over zijn kale schedel. Terug van een ochtendwandeling. De wind die waait als hij tussen kerk en stadhuis loopt, is ongewoon guur.

    • Ingmar Vriesema