Recensie

Nep en echt in het tijdperk van het internet, maar niet nieuw

Beeldende kunst

Twee jaar geleden maakte Juliaan Andeweg met zijn post-apocalyptische installaties veel indruk op de Rijksakademie. Zijn eerste museale groepstentoonstelling stelt teleur.

Zaalbeeld van de installatie van Juliaan Andeweg, Daniel van Straalen en Bob Eikelboom in het Bonnefantenmuseum. Foto Peter Cox

Als ik beelden in geluiden kon vatten, dan zouden deze beelden ongeveer zo klinken: als gefluister, een opgejaagde tred, rauw gehijg – zo’n geluid waarmee de beste detectives beginnen. Tijdens de open dagen van de Amsterdamse Rijksakademie, ruim twee jaar geleden, klonken die geluiden rondom het werk van de jonge kunstenaar Juliaan Andeweg (1986). Die moesten we met zijn allen gaan zien.

Het klopt: de jonge kunstenaar had met veel zwier zijn atelier omgebouwd tot een post-apocalyptisch sprookje, waarin beelden van lang geleden (Griekse vazen, met plastic vlammen er dansend boven) ‘iets’ zeiden tegen een als golfplaat vermomd schilderij en tegen strakke, van internet gejatte en bewerkte projecties van modellen op de catwalk. Hier sprak een kunstenaar die zich perfect wist uit te drukken in de taal van de post-internetgeneratie. Er was ironie, er waren referenties aan minimalisme, commerciële kopietjes, werken die eruit zagen alsof ze na drie seconden uit elkaar zouden vallen. Maar ik zag in dat atelier ook concentratie en de poging om een sferisch verhaal te vertellen in vreemde tongen, een verhaal dat zowel fake was als echt, en dat zich onttrok aan snel begrip.

Zaalbeeld van de installatie van Juliaan Andeweg, Daniel van Straalen en Bob Eikelboom in het Bonnefantenmuseum. Foto Peter Cox

Museaal debuut

Die concentratie en dubbelzinnigheid ontbreken op de eerste museale groepstentoonstelling waar Andeweg, en zijn inmiddels ook succesvolle kunstvrienden Daniel van Straalen (1986) en Bob Eikelboom (1991) nu verzameld zijn. Gastcurator Julia Mullié heeft in de erezaal van het Bonnefantenmuseum in Maastricht een totaalinstallatie ingericht die zo spic en span is dat de neo-punkige uitstraling van de drie kunstenaars erdoor verdwijnt. Altijd een lastig dilemma voor een chique museum dat graag hip wil zijn. Maar nog teleurstellender is het werk van de drie kunstenaars zelf.

Beelden, projecties, schilderijen en ready mades zijn uitgestald in de erezaal die je betreedt via een ‘poort’ van gigantische lamellen van geborsteld aluminium (een werk van Van Straalen). Op zaal kun je kijken naar op zichzelf best goede abstracte schilderijen van Bob Eikelboom. Je kunt je onderdompelen in de wit stralende cabine waarin Eikelboom de bezoeker zijn eigen beelden laat maken (Liberal Picture Service). Een bewegend beeldgordijn van Andeweg over je heen laten komen (Freya Prevails) of eens proberen Van Straalens wasmachines met kamerplanten erop aan de praat te krijgen (Oh?!). Je kunt hier zo een half uur stuk slaan. Maar wat heb je dan gezien?

Opnieuw spreekt alles van nep en echt in ons internettijdperk en van de principiële onwil om nieuwe beelden te vervaardigen. Waarom zou je die ambitie ook hebben als kunstenaar, als alles toch al eens is gedaan? Waar destijds in het atelier van Andeweg de werken samen een nieuwe taal lieten ontstaan, staan hier de artefacten kaal tentoon. Ze dragen uit dat alles al eens beter is gedaan (door Turrell bijvoorbeeld, Broodthaers of Warhol). Het is geen nieuwe gedachte. En dat die gedachte ook niet automatisch tot boeiende kunst leidt, bewijst deze tentoonstelling.

    • Lucette ter Borg