Anne Franks eigenzinnige idioom

Het Vertalershuis (afl. 4) Hoe kijken buitenlandse vertalers naar Nederlandse literatuur? Worstelen met door Anne Frank bedachte woorden.

De gesprekken over vertalen, die zal hij missen wanneer hij in juni na ruim twintig jaar met pensioen gaat als directeur van het Vertalershuis. Sinds de komst van internet doen ze minder vaak een beroep op hem, maar nog altijd fungeert Peter Bergsma (65), zelf ook literair vertaler, als vraagbaak voor de bewoners. „Afgelopen najaar waren een Hebreeuwse en een Zweedse vertaler hier allebei bezig met De avonden. Daarin zegt Reve op een gegeven moment iets als: ‘Dat ga ik toch niet over de draad bespreken?’ Ze begrepen geen van beiden waar dat op sloeg, maar hij bedoelde gewoon de telefoon.”

Drie dagen per week houdt Bergsma, in dienst van het Letterenfonds, vanuit zijn kantoortje op de begane grond het reilen en zeilen in het Vertalershuis in de gaten, en werkt hij aan projecten ter bevordering van het vertalen van Nederlandse literatuur – hard nodig om de vergrijzing in de beroepsgroep tegen te gaan. Het tij lijkt intussen gekeerd, maar de gemiddelde leeftijd in het Vertalershuis is nog altijd hoog. Dus een traplift naar de eerste verdieping zal in de toekomst geen overbodige luxe zijn.

Jiahui Jiang (33) – Jacklyn voor wie haar Chinese voornaam niet kan uitspreken – kan de steile trap van het Vertalershuis nog gemakkelijk op. Als oud-bewoner komt ze deze middag Bergsma advies vragen over haar vertaling van het Verzameld werk van Anne Frank. Ze woont en werkt nu een jaar in Leiden; volgend jaar pakt ze haar werk als universitair docent Nederlands in Beijing weer op. Op haar zachte, bescheiden stem na klinkt ze als een gewone Hollandse. Dat is – uiteraard – niet altijd zo geweest. „Onze docent was een oude Chinese meneer die goed was in zakelijk vertalen, maar praten deed hij niet graag.” Toen ze na drie jaar studie voor het eerst in Nederland kwam, verstond niemand haar. „Als ik de weg vroeg, keken de mensen me aan van: ‘Huh, wat zeg je?’”

Jiang vindt Nederlanders over het algemeen wel oké, behalve dat ze nogal afstandelijk zijn. „Een praatje in de trein aanknopen gaat makkelijk, anders dan in China. Daar zijn mensen wantrouwender ten aanzien van vreemden. Maar áls je eenmaal in gesprek bent, volgt al snel vriendschap. In Nederland houdt het op bij het praatje.”

Wat is het geheim van haar smetteloze Nederlands, een taal die mijlenver af ligt van haar moedertaal? „Fouten durven maken”, zegt ze. „Zodat je je kunt laten corrigeren.” Dat is niet vanzelfsprekend in de oosterse cultuur. Ze ziet het bij haar studenten, zij zijn vaak erg bang om te praten. En de r-klank, zo moeilijk uit te spreken voor Chinezen, hoe heeft ze die onder de knie gekregen? „Oefenen met een slokje water in mijn keel.”

    • Brigit Kooijman