63 jaar en aan kop bij het baanwielrennen

WK baanwielrennen

De keirin-races worden op de WK op gang getrokken door een 63-jarige man op een e-brommer. „Dit maak je maar één keer mee.”

Dernyrijder Fred Buitenhuis richt zijn aandacht op een zwarte lijn en in de bochten ziet hij links over zijn schouder aan de schaduw waar de renners zich bevinden. Een stuurfoutje kan catastrofaal zijn. Foto Vincent Jannink/ANP

Een bebrilde man met grijs haar zit in afzondering op het middenterrein van de wielerbaan in Apeldoorn. Hij heeft zijn tengere lijf in een wedstrijdoutfit gestoken; een strakke zwarte broek en wielerjack met het embleem van wielerunie UCI, schoenen van felgeel kunststof, een helm van een ruiter. Met de minuut keert hij verder in zichzelf. Hij veegt het zweet van zijn handen door over zijn bovenbenen te wrijven. Achter zijn rug zoeven sprinters voorbij.

Fred Buitenhuis gaat op zijn 63ste debuteren op een wereldkampioenschap. Niet als deelnemer, maar als gangmaker – derny in wielertaal – op het onderdeel keirin, als goksport enorm in Japan. Zaterdag kreeg hij van de organisatie te horen dat ze hem wilden als vaste gangmaker van het toernooi. Hij kon het niet geloven. Twee jaar geleden deed hij een EK, maar nooit was hij erbij op het hoogste niveau.

Tijdens de keirin trekt Buitenhuis op een groene brommer een groep van maximaal zes renners op gang. De snelheid loopt op van 30 naar 50 kilometer per uur. Deelnemers mogen hem niet voorbij. Na drie rondjes moet hij zijn tweewieler uit de baan sturen. Dan begint de wedstrijd pas echt. In de drie ronden die volgen wordt de race beslist. Bij de kwalificaties plaatsen de nummers één zich voor de finale, de nummers twee krijgen een herkansing. Later volgen een halve finale en een finale.

Uit de hand gelopen hobby

Anderhalf uur voor hij de houten wielerbaan van het Omnisport opstuurt, vertelt Buitenhuis glunderend over zijn „uit de hand gelopen hobby”. Midden jaren zeventig was hij zelf amateurwielrenner. In 1972 werd hij derde op het NK tandemsprint, met een partner. Hij was niet goed genoeg om prof te worden, maar bleef wel trainen. Nog altijd is hij twee keer per week te vinden op de wielerbaan van Apeldoorn. Dan zijn de rollen omgedraaid, fietst hij zelf achter een brommer. Hij weet hoe dat voelt, en dat is in zijn ogen essentieel voor de gangmaker.

Tien jaar geleden, toen het Omnisport net klaar was, werd Buitenhuis gevraagd of hij het Derny Team Apeldoorn kwam versterken. Hij woont op een steenworp en keerde graag terug in de wedstrijdsport, waarmee hij stopte in 1995.

Hij haalde zijn B-licentie Gangmaker, verplichte kost voor de dernyrijder die op hoge snelheid door bochten van 44 graden moet sturen. Inmiddels geeft Buitenhuis gangmakers zelf les – een praktijkgedeelte op de baan, een ander deel is theorie.

Er komt namelijk nogal wat kijken bij het gangmaken. Het ziet er misschien suffig uit, zo’n statische man op een brommer en in lycra beukende atleten achter hem. Maar Buitenhuis moet scherp zijn. Hij richt zijn aandacht op een zwarte lijn en in de bochten ziet hij links over zijn schouder aan de schaduw waar de renners zich bevinden. Een stuurfoutje kan catastrofale gevolgen hebben. Zijn reputatie is tot dit WK onberispelijk.

Op een roterend handgebaar van de juryvoorzitter draait Buitenhuis aan de gashendel van zijn El Moto, een E-derny van Duitse makelij. Het ding beweegt elektrisch aangedreven en geruisloos over de baan. Een jammerlijke revolutie in het baanwielrennen, vindt Buitenhuis. Het knerpende geluid dat al sinds 1938 uit een Franse 100CC-tweetaktmotor over wielerbanen schalt, hoort volgens hem bij de sport. Net als de geur van Aspen-benzine, die ook wordt gebruikt in de bosbouw. Maar de UCI wil het sinds anderhalf jaar moderner en groener.

In de eerste serie gaat het mis

De zitpositie op de E-derny is anders dan voorheen, meer rechtop. Dat vergde wat oefening. Voor de renners maakt het niets uit. Buitenhuis trekt hen op gang, meer niet.

Een paar minuten voor de eerste serie keirin voor mannen rijdt Buitenhuis wat rondjes warm. Hij weet dat hij altijd een halve ronde eerder dan de renners start. Als hij onder hen doorkomt, klinkt een startschot. Daarna rijdt hij 750 meter op kop.

In zijn allereerste race op dit WK gaat het mis. Buitenhuis rijdt een half rondje te ver door. De jury schiet de race af en de vijf renners moeten zich opladen voor een herstart. Chagrijnige gezichten. Na afloop van de kwalificaties zet Buitenhuis zwetend zijn helm af. „Het was toch de spanning denk ik. Een leermoment. Dit gebeurt me nooit meer.”

Matthijs Büchli, zilveren medaillewinnaar op de Spelen van Rio op de keirin, heeft zich dan al met speels gemak geplaatst voor de halve finale. Hij trok de voorbije drie jaar in de zomermaanden naar Japan, waar tijdens de keirin fysiek contact is toegestaan. „Fouten worden daar afgestraft”, zei hij na de kwalificatie. „Daar krijg je gewoon een beuk.” Hij leerde de keirin lezen en weet wanneer hij een beslissende versnelling moet plaatsen.

Zo domineert hij ook de halve finale. Het doet wel pijn. Na afloop blijft hij zijn plofbenen los schudden.

Om kwart voor negen de finale. Büchli moet het waarmaken. Dat lukt niet. Hij komt te vroeg op kop en wordt vierde. „Dit voelde als mijn titel”, zegt hij moegestreden. Buitenhuis vindt het „zonde”. Maar zijn dag was al geslaagd. „Dit maak je maar één keer mee.”