‘We leven hier in de wildernis’

Riffijnse Volksbeweging

De bewoners van het Rif-gebergte voelen zich achtergesteld. De repressie neemt sinds afgelopen zomer weer toe. Kopstukken werden opgepakt.

De broers Elmortada (links) en Elyass Iamrachen. Foto José Colon

De Marokkaanse vlag wappert boven de ingang van prison locale Aïn Sebaa. In de volksmond beter bekend als de Oukacha-gevangenis van Casablanca. Hier zitten zo’n vijftig actievoerders uit het Rifgebied vast in afwachting van hun proces. Onder hen Nasser Zafzafi, het gezicht van de Hirak-beweging, de Riffijnse volksbeweging uit het noorden van Marokko. Vader Ahmed Zafzafi vraagt om internationale steun voor zijn zoon en de honderden anderen die verspreid door het land zitten opgesloten.

De repressie jegens Riffijnen neemt sinds afgelopen zomer weer toe – veel kopstukken zijn opgepakt en monddood gemaakt. Dat wil niet zeggen dat hun sociale problemen zijn opgelost. Tegenover de buitenwereld wil Marokko, dat zich graag profileert als democratisch moslimland, dit niet weten. „Kritiek op Marokko van buitenaf is daarom belangrijk”, stelt activist Jamal Ayaou, die vanuit Roosendaal met andere geëmigreerde Riffijnen actievoert voor ‘zijn volk’.

De Rif, waar vooral Berbers wonen, wist zich eeuwen aan het centrale Arabische gezag te onttrekken. De oudere Riffijnen zijn niet vergeten dat de vorige koning, Hassan II, twee jaar na de onafhankelijkheid van Marokko in 1958 als kroonprins een slachting aanrichtte waarbij duizenden doden vielen.

Oplaaiende conflicten

In de loop der tijd laaiden conflicten steeds weer op. Zo ook de afgelopen maanden. In mei 2017 bewoog Riffijnenleider Zafzafi zich nog vrij door de havenstad Al-Hoceima. In gezelschap van zes andere activisten deed hij toen achterin een restaurant zijn verhaal. Zijn boodschap was helder. „Rabat en Casablanca zijn moderne steden met alles erop en eraan. Hier leven we in de wildernis. Er moet werk zijn voor de jongeren. Een universiteit. De zorg moet verbeterd. Ik stop alleen als al onze eisen worden ingewilligd.”

Zafzafi oogde strijdvaardig. De dood van vishandelaar Moshin Fikri zorgde eind oktober 2016 voor de nieuwe golf van protesten, en Zafzafi groeide uit tot de stem van het volk. Angst voor arrestatie kent hij niet, noch voor de dood. „Als ze me oppakken, zullen anderen opstaan. Ze kunnen toch nooit alle Riffijnen opsluiten?”

Nog geen 48 uur na die dag eind mei slaat de stemming in Al-Hoceima om. Maanden achtereen hebben de autoriteiten gewacht op het moment om de vreedzame protesten te stoppen. Als de imam de onvrede probeert in te dammen, ontsteekt Zafzafi tijdens het vrijdaggebed in de moskee in woede. Daarmee reikt hij de autoriteiten de stok om hem te slaan. Zafzafi wordt na een dagenlange klopjacht opgepakt en afgevoerd naar Casablanca.

De protesten verspreiden zich naar omringende plaatsen. De autoriteiten antwoorden met knuppels en traangas. Riffijnen die zich op proberen te werpen als nieuwe leiders worden geïntimideerd of gearresteerd. Zoals Nawal Ben Aissa, een ander kopstuk van de Hirak- beweging. In juli 2017 had ze op een terras in Al-Hoceima nog gepassioneerd verteld hoe ze streed „voor de toekomst van haar vier kinderen”. Maar als Ben Aissa oproept tot protest wordt ze keer op keer verhoord. Ze komt weg met een voorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden wegens „het aanzetten tot het plegen van delicten en misdaden”.

Ahmed Zafzafi, de vader van Nasser Zafzafi.Foto José Colon

De tactiek van de Marokkaanse autoriteiten om met arrestaties angst te zaaien lijkt te werken. De volksbeweging durft bijna niet meer de straat op te gaan. „Als er toch groepjes demonstreren verdwijnen er vaak zomaar mensen een dag later”, claimt de Marokkaanse Nederlander Jamal Ayaou. „Hoeveel gevangenen er inmiddels precies zijn? Vierhonderd wordt wel gezegd, maar misschien wel veel meer.”

De opgepakte actievoerders zijn verspreid over gevangenissen in steden als Al-Hoceima, Tetouan, Nador en Taza. De vijftig kopstukken zitten in Casablanca. Hun situatie is niet rooskleurig, ze klagen voortdurend over martelingen. Vorige week riepen 26 mensenrechtenorganisaties in een gezamenlijke verklaring de regering op de ‘Rif-gevangenen’ vrij te laten. „Nasser Zafzafi verblijft al negen maanden in een isoleercel”, stelt Jamal Ayaou. „De processen die tegen de gevangenen worden gevoerd lijken meer op theaterstukken. Ze worden soms van de gekste dingen beschuldigd. Straffen lopen enorm uiteen. Zelfs de doodstraf is niet uitgesloten.”

Willekeur

Elmortada Iamrachen kan dienen als voorbeeld van die willekeur. De 31-jarige imam uit Al- Hoceima zat afgelopen zomer in voorarrest, op beschuldiging van het verheerlijken van terroristische daden. Hij werd vrijgelaten, maar in november toch veroordeeld tot vijf jaar cel. Uitingen van Iamrachen op Facebook zou volgens de Marokkaanse justitie blijk geven van zijn terroristische sympathieën, maar zijn volgens zijn broer verkeerd begrepen berichten en volgens Humans Rights Watch, dat een rapport aan Iamrachen wijdde, slechts voorwendsels om hem vast te zetten.

Op dit moment zit Iamrachen met twee andere Riffijnen opgesloten in een speciale gevangenis in Salé, nabij Rabat. Zijn oudere broer Elyass Iamrachen legt vanuit Den Haag, waar hij naar toe is geëmigreerd, uit wat aan het vonnis vooraf ging: „Hij kreeg het aanbod van geheime agenten om zich afzijdig te houden en niet meer te schrijven over de protesten in het Rif. In ruil daarvoor zou hij worden vrijgesproken en een baan krijgen. Dat heeft Elmortada geweigerd.”

Sindsdien leeft Elmortada afgesloten van de buitenwereld. Elyass: „Hij zit in een isoleercel. Eén keer in de week mag hij bezoek ontvangen, zoals zijn vrouw met zijn pasgeboren dochtertje”. In Den Haag ziet Elyass Iamrachen machteloos toe hoe het regime de opstand met succes heeft gebroken. „Elmortada en de andere gevangenen van de Hirak-beweging dienen als afschrikwekkend voorbeeld. Uit elke straat in Al-Hoceima zit ten minste één iemand achter tralies. De Hirak is stuurloos.”

Op 7 maart dient het hoger beroep in de zaak van Elmortada Iamrachen. „Hoop op vrijspraak is er altijd. Hij is per slot van rekening onschuldig”, zegt broer Elyass. „En wie weet levert politieke druk vanuit Europa wat op. Bestuurders van Marokko maken zich nu eenmaal meer zorgen om wat het Westen van ze vindt, dan dat ze zich druk maken over hun eigen burgers.”