Opnieuw leren skiën, zo makkelijk is dat niet

Wintersport Lidija Zelovic groeide op in Joegoslavië, waar ze veel aan wintersport deed. Nu, na vele jaren zonder, gaat ze het weer proberen. Met haar zoon. „Ineens ben ik vergeten wat flat betekent.”

Foto’s Lidija Zelovic

Het is een koude zonnige dag hoog in de Franse Alpen als ik mijn elfjarige zoon te midden van een grote groep kleine mensen achterlaat. Hij is zo goed ingepakt dat ik hem alleen nog aan zijn lengte en het motief op zijn helm kan herkennen. Hij kijkt recht voor zich – voor het eerst skiën. Spannend.

Ik voel me lichtelijk schuldig dat hij nu pas voor het eerst op wintersport is. Ik ben opgegroeid in de bergen, als je kon lopen dan moest je ook kunnen skiën. Elk vrij moment in de winter gingen we de berg op. Mijn ouders en broer met de auto, ik met vrienden in de bus. Die was vol, maar dat was geweldig toen. Elke busrit werd ik verliefd op iemand anders. We skieden de hele dag, ’s avonds dansten we tot de lichten in de bergdisco aangingen.

Toen ik volwassen werd leek wintervakantieplezier teruggebracht tot skiën alleen. Zonder spannende busritten en kalverliefde. Ik bleef skiën, maar begon ook te zeuren. Het was me te koud; te lange rijen voor de skilift; te veel gedoe om naar de berg te komen, te duur. Ik bleef gaan, alsof ik het verplicht was aan mijn jeugd. Totdat ik zwanger werd en mijn kind kon gebruiken als reden waarom ik niet op wintersport ging.

En nu zijn we er weer. Hij heeft zelf een skischool uitgezocht, ik hoef alleen maar details met de school te bespreken. „Zes dagen, mevrouw? Oké. Middagles of ochtendles?” Zo ver in de bergen en toch een nette Nederlandse vrouw achter de balie, sportief type, eind veertig, veel in de zon geweest. „Wilt u er een verzekering bij?” „Nee, dank u, ik heb al een helm aangeschaft.” Toen ik voor het laatst aan wintersport deed, had ik een pompon op een wollen muts die de val kon breken. „Mevrouw, de verzekering is voor als hem iets overkomt, dan komt een brigade hem zo snel mogelijk halen. Zo nodig met een helikopter.” „Uh… Ja, graag ook een verzekering.” „Wilt u nog iets mevrouw? Een skiles voor uzelf?” Ik sta op het punt haar het hele verhaal te vertellen, dat ik kan skiën, maar… „Hebt u een beginnerssnowboardles voor mij?” De kans dat ik verliefd word, is heel klein, maar laat ik het voor mezelf dan op deze manier spannend maken. Voor het eerst snowboarden. Ik ben trots op mijn beslissing.

In Joegoslavië gingen we elk vrij moment de berg op

Ik herinnerde me de laatste keer dat ik iets van begin af aan moest leren. Dat was 25 jaar geleden. Ik was net uit Joegoslavië aangekomen in Nederland. Alleen. Alles was nieuw. Mensen, klimaat, het vlakke land, de taal… De eerste ochtend in Nederland werd ik vroeg wakker. Ik deed de deur open. De lucht voelde anders. Ik was eenzaam en wilde heel graag van dat gevoel af. Ik moet en zal het hier begrijpen.

Dit is de toekomst, want thuis is oorlog. Dus diep ademhalen en maar ergens beginnen. Een les Nederlands in het Nederlands. Ogen wijd open, goed luisteren. Het was onbegrijpelijk en toch voelde ik elke dag dat ik vooruit kwam. Ik weet nog precies waar ik was toen ik mijn eerste spontane ‘hoor’ zei. Iemand vroeg in de trein of hij naast me mocht zitten. ‘Ja, hoor!’, zei ik. Ik voelde me plots minder eenzaam.

Prikkelende berglucht

„Ik wens u heel veel wintersportplezier, mevrouw.”

Ik was vergeten hoe lekker de prikkelende berglucht kan zijn. Ik zocht mijn groep. Een groepje kinderen stond voor het bord met ‘Debutants Snowboard’. Ik dacht dat ik elders moest zijn. Niet dus. Acht Franssprekende kinderen, de oudste was zestien. Een jongetje van mijn zoons leeftijd stelt zich netjes voor: Cameron. De les was in het Frans, de leraar zou alles voor mij naar het Engels vertalen. Hij liet zien hoe we het board vast moesten zetten. Cameron keek steeds over zijn board naar mij. Het was een knap, sportief en goed opgevoed jongetje. Hij vond het heel interessant om Engels te praten. Zijn moeder had een Amerikaans vriend. Wij leerden de basisbegrippen: regular, goofy, on the toes, on the heels, flat – snowboardterminologie bleek in elk geval gewoon in het Engels te zijn.

Drie dagen soepel

Ik ben een goede leerling, een streber zou je kunnen zeggen. Bovendien zie ik mezelf graag als een sportief iemand. Dit zal wel goed gaan.

En inderdaad, de eerste drie dagen gaat het soepel. Cameron, de zestienjarige jongen en ik zitten in de topgroep. Wij doen de moves voor en als we hoog in de bergen zijn moeten we letten op degenen die het slechter kunnen. Erkenning voelt altijd goed. „Kom op, je kan het”, moedig ik de kinderen aan in mijn eigen taal. Jeanne is de enige die het echt niet kan. Zij is 14, te groot en te zwaar voor haar leeftijd. Steeds liggen we in de sneeuw met z’n allen op haar te wachten. Zodra ze aankomt, kunnen we verder. Als je haar in de sneeuw ziet, besef je hoe onnatuurlijk snowboarden is. Ze zweet zo hard en tegelijk trilt ze van de kou. Elke dag ben ik verrast dat zij niet opgeeft. Ik bewonder haar.

De Carthaagse generaal Hannibal ging met olifanten de Alpen over, maar wáár? Twee vermoedelijke routes in prachtig gebied zijn wintersportend te verkennen.

De vierde dag. Hoog in de bergen. Min achttien graden. Ons groepje staat klaar om van de berg af te denderen. Cameron en ik voor, de zestien jarige jongen helemaal achter in de groep. De leraar laat ons een nieuwe move zien en wacht beneden op ons. Ik begin goed. Zeer gefocust op mijn move. Knieën staan goed, bovenlichaam ook, hoofd naar links. Ik hoor de leraar roepen: „Flat. Flat!” Ineens ben ik helemaal vergeten wat flat betekent. Plat gaan staan?

Ik kom hard neer. Mijn zitbot op het ijs. En dan nog een paar buitelingen naar beneden. Ik zwaai naar de leraar, als teken van leven. Ik blijf nog even op de grond liggen en hou mijn helm vast. Het board nog aan mijn voeten. Bij het opstaan komt er sneeuw in mijn handschoenen en mijn jas is helemaal omhoog geschoven.

Machteloos en verontwaardigd

Vanaf beneden hoor ik de leraar lachen: „Wat deed je? Flat!” Ik kook ineens van binnen: „Wat is er in godsnaam zo grappig? Praat Engels, ik versta geen woord van wat je zegt! Jij praat de hele tijd in het Frans! Het is belachelijk! Er is me een les in het Engels beloofd, en dat is dit zeker niet!” Ik kijk hem woedend aan. Door machteloosheid en verontwaardiging kan ik nauwelijks ademhalen. Wat kan ik zeggen: dat ik dacht dat ik het kon. Dat ik het niet aankan dat ik het niet kan. Dat mezelf zodanig uit balans halen, dat het ‘opnieuw leren lopen’ me zo kwetsbaar maakt. Dat ik helemaal vergeten was hoe zwaar een begin was… Ik zeg niets.

Ik zou het liefst het board afdoen en gaan lopen. Ik voel een straaltje zweet langs mijn rug glijden. Jeanne verschijnt links van mij. Het lijkt alsof ze stil staat. Stijf als een plank, en zeer gefocust op haar move. Heel langzaam komt ze voorbij.

Aan het eind van de dag haal ik mijn zoon op. Hij is opgewonden. „Het gaat steeds beter, mama! Ik was zo goed vandaag. De leraar zei dat hij niet kon geloven dat ik vroeger nooit geskied heb. Ik kan niet wachten tot we morgen weer gaan. En jij, mam, ging het weer zo goed?” „Ik denk dat ik genoeg geleerd heb, lief.” Mijn zoon doet zijn skibril af en kijkt me schuin aan „Maar we komen volgend jaar weer, toch?” „Ja, hoor.”

Hij loopt weg met zijn nieuwe vriendjes. Hopelijk word ik volgend jaar verliefd.

Sommige dingen kan je heel goed op latere leeftijd leren, een taal bijvoorbeeld: Een taal leren na je veertigste, du schaffst das