Recensie

Vlaamse schilder Pieter Pourbus even terug in Gouda

De geboren Gouwenaar Pourbus maakte carrière in Brugge. Een kwarteeuw na zijn vertrek schilderde de renaissancekunstenaar een altaarstuk voor zijn geboortestad.

Pourbus' Hubertus altaarstuk in de Janskerk in Gouda, na 1572 Foto Museum Gouda

Pieter Pourbus (circa 1523-1584) verliet zijn geboortestad Gouda in 1543. Als ambitieuze schilder van een jaar of twintig vestigde hij zich in Brugge, waar hij ging werken in het atelier van de toonaangevende kunstenaar Lancelot Blondeel.

Pourbus trouwde diens dochter en groeide uit tot een van de grootste renaissanceschilders in de Zuidelijke Nederlanden. Kennelijk heeft hij de banden met het land van herkomst altijd aangehouden, want ruim een kwart eeuw later maakte Pourbus nog een drieluik voor een van de altaren van de grote kerk van Sint-Jan in Gouda. Het middenpaneel van dat altaarstuk prijkt in de tentoonstelling die Museum Gouda wijdt aan de verloren zoon.

Omstreeks 1550 werkte Pieter Pourbus nog nauw samen met zijn schoonvader. Een groot schilderij dat beide kunstenaars in 1550 samen hebben gemaakt voor de kathedraal van Doornik toont de ‘Zeven Vreugden van Maria’.

Kleine scènes tonen de heugelijke gebeurtenissen uit het leven van de Heilige Maagd, zoals de geboorte van haar zoon Jezus, diens verrijzenis uit de dood en de tenhemelopneming van Maria zelf. Ze zijn verspreid over een gedetailleerd weergegeven fantasiearchitectuur van het soort dat toen in de Vlaamse schilderkunst populair was.

De zeven smarten van Maria

Een groot drieluik uit 1556 dat voor deze expositie voor het eerst zijn vaste plaats in de Jacobskerk in Brugge heeft verlaten, toont in een heel andere stijl een tegengestelde thematiek. De zeven smarten van Maria, die veelal te maken hebben met de lijdensweg van Jezus, zijn nu in medaillons gevat en keurig om de tronende Maria gerangschikt. Ze zit, met de armen op de borst gevouwen, tegen de achtergrond van een eenvoudige, zware architectuur in klassieke vormen.

Ook de figuur zelf is naar Italiaanse voorbeelden gemodelleerd: ze doet denken aan de Maria in het beeld van de renaissancemeester Michelangelo dat zich sinds 1506 in Brugge bevond. De zijluiken tonen de opvallend rijzige gestalten van opdrachtgever Joos Van Belle en zijn vrouw, vergezeld van hun beider patroonheiligen.

Voor welgestelde Bruggelingen was Pourbus een gewild leverancier van portretten, altaarstukken en memorietafels. Sommige zijn gemaakt voor opdrachtgevers uit streken zo ver weg als Spanje, van waaruit de Zuidelijke Nederlanden destijds immers werden geregeerd.

Werk voor afgebrande Janskerk

Van dichterbij kwam omstreeks 1570 de opdracht voor een altaarstuk dat een plaats zou moeten vinden in de Janskerk van Pourbus’ geboortestad Gouda. In 1552 was deze kerk grotendeels afgebrand waarna een grootscheepse campagne tot herdecoratie een aanvang nam.

Tussen niet heel subtiel uitgevoerde altaarstukken van Noordelijke schilders als Pieter Pietersz. en Anthonie Blocklandt, valt de doordachte compositie van Pourbus’ paneel op. De raadselachtige voorstelling toont hoogstwaarschijnlijk de heilige Hubertus die, gekleed als bisschop, bezig is enkele knielend, half ontklede volwassenen te dopen. Opvallend is het rijtje omstanders op de voorgrond dat zich opent om de beschouwer een blik te gunnen op de hoofdscène. Het lijkt wel of ze plaats hebben gemaakt voor de beschouwer om zich bij hen te voegen. Of zelf tussen hen door te lopen om bij de dopelingen neer te knielen. Een dergelijke inventiviteit mag worden verwacht van een kunstenaar met ervaring in een verfijnd artistiek centrum als Brugge.