Onderwijs

Stel limieten aan de groei van de universiteit

Onderwijsblog De overgang naar bachelors en masters is nog altijd niet voltooid. Reguleer de instroom en maak de bachelors volwaardiger, schrijft Willem van der Does.

ANP Jerry Lampen

Door Willem van der Does

In het artikel “De universiteit is overspannen” (NRC 24/2/2018) wordt de overspannenheid gezien als symptoom van outputfinanciering, die heeft geleid tot een overmaat aan marktdenken en verengelsing. Verder is er angstig beleid, met als gevolg de bureaucratie waaronder zoveel instituten momenteel zuchten. In deze diagnostiek is een belangrijke oorzaak onderbelicht. De huidige problemen zijn ook terug te voeren op gebrek aan visie bij twee grote herstructureringen in het hoger onderwijs.

In 1982 werd de tweefasenstructuur ingevoerd, waarmee de studieduur werd verkort. De verkorting was verdedigbaar, maar ondanks de naamgeving was het een overgang naar één fase: drie jaar kandidaats en drie jaar doctoraal werden een ongedeelde opleiding van vier of vijf jaar, afgesloten met doctoraal. Hierdoor werden Nederlandse diploma’s in het buitenland niet meer begrepen. Het doctoraal, in Nederland verkocht als master, werd in de VS beoordeeld als bachelor.

Na Lissabon 2000 kwam er een terugkeer naar twee fases: de bachelor/masterstructuur. Dit was een Europees akkoord om studiestelsels beter af te stemmen. Niettemin werd in Nederland de bachelor monodisciplinair gehouden, als incomplete graad neergezet en bleven de bestaande programma’s grotendeels intact. Bijna twintig jaar later zijn we nog steeds bezig met langzame bewegingen richting flexibelere programma’s en met het ombuigen van de studiecultuur die bij kortere programma’s nodig is. In de tussenfase is de werkdruk verhoogd door pre-masterprogramma’s en honourstrajecten, en proberen we buitenlandse studenten in ons systeem te persen.

Uitzondering vormen de university colleges. Deze hebben de status van elite-opleidingen, kennen selectie en zijn duurder, maar hun alumni ervaren soms dezelfde problemen bij masterinstroom als buitenlandse instromers.
Een monodisciplinaire bachelor maakt het moeilijker om tijdens of na de bachelor de focus te verleggen. Wie erachter komt dat hij verkeerd heeft gekozen, kan opnieuw beginnen of wordt drop-out. Een ander nadeel is geringe studentaantallen per opleiding. Hoeveel achttienjarigen kiezen Assyrisch? Eén per jaar misschien. Dat leidt dus tot kwijnende opleidingen.

In het Angelsaksische systeem kan een studente die na een jaar ontdekt dat zij niet historica wil worden maar advocaat, het vakkenpakket nog bijsturen – behaalde cursussen stopt zij in haar minor. En wellicht kiest ze zelfs een bijvak Assyrische cultuur, als ze beseft dat dat op haar universiteit een unieke optie is. Een flexibele bachelor beperkt studie-uitval, geeft kleine opleidingen meer kans de eigen broek op te houden en is consistent met de inrichting van universiteiten in de VS en VK. Hiervoor is in Nederland niet gekozen en veel van de huidige problemen zijn daarop terug te voeren; uiteindelijk drijven we toch die kant op.

Versnippering lijkt een risico van een brede bachelor, maar het gaat erom dat studenten kennismaken met de manier van denken en onderzoeksmethoden buiten het eigen vakgebied – soms volstaat daarvoor één cursus. Iedereen kiest nog steeds een major, zodat verdieping gegarandeerd is. Studenten die precies weten wat ze willen, kiezen in een flexibele bachelor een monodisciplinaire route. Vroege kennismaking met andere vakgebieden bevordert de latere interdisciplinaire samenwerking waar een moderne maatschappij het van moet hebben. Een flexibele bachelor temt ook de wildgroei aan opleidingen die het aanbod zo ondoorzichtig maken dat er een nieuwe bedrijfstak ontstaat om scholieren te adviseren.

De huidige aandacht voor problemen op de universiteit biedt kansen – om tekortkomingen te adresseren – maar ook risico’s. Men zou uit het oog kunnen verliezen dat onze reputatie nog steeds uitstekend is. Het onderzoek is over de hele linie van goed niveau en het onderwijs is intensiever dan dertig jaar geleden. Het systeem mag dan kraken, het grootste risico is een volgende ingreep zonder duidelijke visie. De volgende drukverlagende maatregelen kunnen relatief eenvoudig worden genomen:

1.Regulering van de instroom.
Het financieringssysteem bevat een ‘perverse prikkel’ die onze universiteiten uitholt. De outputfinanciering is niet zozeer het probleem, wel dat het deels gebaseerd is op marktaandeel. Daardoor snijden universiteiten zich in de vingers met collectieve groei, ook al kan het tijdelijk gunstig uitpakken (als een nieuwe opleiding het marktaandeel vergroot). Dit systeem dient vervangen te worden door een systeem dat uitgaat van aantallen en kwaliteit. Om ongebreidelde groei te voorkomen kunnen er limieten gezet worden, bijvoorbeeld het aantal eerstejaars dat de betreffende universiteit ook van huisvesting kan voorzien.

2. Voltooiing van de BaMa operatie.
De bachelor kan meer dan nu als zelfstandige opleiding worden neergezet en moet toegankelijk (betaalbaar) blijven. Het is minder problematisch als masteropleidingen zichzelf meer zouden moeten bedruipen. Als opleidingen daardoor duurder worden, zullen studenten zich vooral aanmelden als de maatschappij op deze afgestudeerden zit te wachten. Met een beurzensysteem kan de instroom verder gestuurd worden.

3. Meer nadruk op goed studeren dan op snel studeren.
Enige ruimte om activiteiten naast de studie te ontplooien komt onze toekomstige elite ten goede, verlaagt stress en vergroot de toegankelijkheid van de universiteit. Voor de kosten maakt het weinig uit of een student de studiepunten in drie of vier jaar haalt, mits hij de cursussen die hij doet, goed doet.

4. Internationalisering op maat.
Een internationale studentenpopulatie biedt zoveel voordelen dat het Engelstalige aanbod een volwaardig bachelorprogramma mogelijk moet maken (zonder dat per se alles in het Engels moet). Selectie is onontkoombaar, anders krijgen we vooral studenten die elders niet worden toegelaten. Sommige universiteiten kunnen de bachelor eventueel exclusief Nederlands houden. Onderzoeksmasters gaan vanzelfsprekend in het Engels, maar sommige masters zijn academische beroepsopleidingen voor de lokale markt en die kunnen dus beter in het Nederlands.

Willem van der Does is hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit Leiden.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs.