Recensie

Spanjaarden zijn al vierhonderd jaar verknocht aan stillevens

Expositie Spaanse stillevens

Schilderijen van Sanchez Cotán tot Salvador Dalí geven in museum Bozar in Brussel een vitaal beeld van vier eeuwen Spaanse stillevens.

Juan Sánchez Cotán, Etalage met fruit en groenten, (ca. 1602, 67 x 97,4 cm) Foto Colección Abelló

Aan het einde van de presentatie hangt een schilderij dat al het voorgaande samenvat. Het doek van 1,4 meter in het vierkant is in 1972 vervaardigd door het Spaanse kunstenaarscollectief Equipo Crónica. Het stelt een karikaturaal grijnzende figuur achter een tafel voor die met een lepel een vis aan het eten is. De man met zijn aardappelachtige kop is gekopieerd naar een even grimmig schilderij van Francisco Goya uit 1820, en ook de andere onderdelen van de compositie doen denken aan motieven uit kunstwerken uit de Spaanse kunstgeschiedenis. Zo zijn de kleurig-abstracte fles en het glas rechtsonder – die sterk contrasteren met de grauwheid van de rest van het doek – ontleend aan kubistisch werk dat de schilder Juan Gris omstreeks 1920 maakte. En ook de citroen en de groene kool die linksboven met een touwtje zijn bevestigd aan de geschilderde lijst komen bekend voor.

Equipo Crónica, De maaltijd (1972, 140 x 140cm) Foto Museo Reina Sofia

Hoe surrealistisch deze bungelende manier van weergeven ook aandoet, zij gaat direct terug op oude voorbeelden van stillevens in de Spaanse schilderkunst. In de jaren rond 1600 begon Juan Sánchez Cotán in Toledo met het uitbeelden van groente en fruit als hoofdonderwerp. Daarmee introduceerde hij het genre dat in Vlaanderen en Noord-Italië al iets langer werd beoefend, maar dat vooral in Spanje de eeuwen zou trotseren.

De lange traditie van stillevenschilderkunst van de zeventiende tot en met de twintigste eeuw, vormt in Bozar in Brussel het onderwerp van een mooi chronologisch overzicht van zo’n tachtig werken van de hand van Spaanse schilders. Ze geven een beeld van de uiteenlopende manieren waarop stillevens kunnen worden weergegeven en geïnterpreteerd, zonder daarbij steeds duidelijk te maken wat er nu precies zo specifiek ‘Spaans’ aan is.

Pablo Picasso, Kruik, kaars en emaille pan (1945, 82 x 106,5 cm) Foto Centre Pompidou

Onderscheidend aan het werk van Sánchez Cotán is dat hij, anders dan zijn collega’s elders in het zestiende-eeuwse Europa die min of meer waarheidsgetrouw samenhangende combinaties van etenswaar in beeld brachten, zijn aandacht richtte op de afzonderlijke motieven. Uiterst gedetailleerd en natuurgetrouw schilderde hij de oppervlaktes en volumes van penen en citroenen, komkommers en meloenen, vaak tegen de duistere achtergrond van een geschilderde stenen nis. Kennelijk om de verschillende producten beter tot hun recht te laten komen, zette hij ze soms rechtop of hing ze op aan een koord.

Aardse zaken

De suggestie van een venster werd ook gebruikt door de grootste Spaanse barokschilder, Diego Velázquez, maar dan de andere kant op. Een voorstelling van het bijbelverhaal van Christus in het huis van Martha en Maria, biedt een gezicht in een keuken, waar Martha met een vijzel in de weer is aan een tafel waarop een schaal vissen, eieren en bloemen liggen. Door een raamopening kijkt de beschouwer naar een ruimte daarachter waar Martha’s zus Maria Magdalena zich nu juist niet met die aardse zaken bezighoudt en luistert naar de uiteenzettingen van Christus.

Diego Velázquez, Christus in het huis van Martha en Maria (1618, 60 x 103,5 cm) National Gallery, London

Het aspect van de aardse vergankelijkheid dat daarmee aan de orde wordt gesteld, speelt in de latere zeventiende eeuw een steeds belangrijkere rol. Een omvangrijke productie van stillevens volgde het voorbeeld van Juan Van der Hamen y León, een Madrileense schilder van Vlaamse familie. Hij legde zich toe op bloemen, fruit en zoetigheden, decoratief gepresenteerd op fraaie schalen en in rieten manden. Zijn navolgers benadrukten steeds meer de beperkte houdbaarheid van dode vogels, vissen, gevilde dieren, en andere verwijzingen naar de ijdelheid van het aardse bestaan.

Francisco Goya, ‘Dode kalkoen’ (1808-1812, 45 x 62cm) Foto Museo Nacional del Prado, Madrid

Zoals zo vaak in overzichten van Spaanse schilderkunst, krijgen ook in deze tentoonstelling de persoon en het werk van Francisco Goya (1746-1828) veel nadruk. Eigenlijk is dat in dit geval opmerkelijk, omdat van deze eigenzinnige grootmeester van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw slechts een dozijn stillevens bewaard zijn gebleven, waarvan er hier twee worden geëxposeerd. Het zijn intrigerende, relatief kleine schilderijen van nog geen halve meter hoog, met respectievelijk een dode kalkoen en een stapeltje van vijf goudbrasems.

Goya zou er omstreeks 1810, rond zijn zestigste levensjaar aan zijn begonnen, en daarmee in de herfst van een succesvolle carrière als hofschilder en portrettist terugkeren naar een thematiek die in de kunsttheorie van oudsher niet hoog stond aangeschreven. De reeks stillevens kwam tot stand in dezelfde tijd als, en misschien zelfs als een soort pendant van, een andere beroemde reeks, die bekendstaat als De verschrikkingen van de oorlog. Het waren de woelige jaren van het bewind van koning Jozef Bonaparte en de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Op een rauw-realistische wijze bracht Goya etenswaren in beeld die in die crisistijd op de markten van Madrid zo goed als niet verkrijgbaar waren.

In stillevenschilderijen van latere Spaanse schilders verdwijnen de traditionele connotaties met vanitas of, zoals dat bij Goya misschien het geval is, de politieke situatie van het moment. Toch omarmde het modernisme het genre, vanwege de mogelijkheden die levenloze objecten bieden voor vormexperimenten.

De vroegste kubistische schilderijen zoals Pablo Picasso die in het begin van de twintigste eeuw in Parijs maakte, beelden immers muziekinstrumenten, vruchten en vaatwerk uit. En ook Salvador Dalí koos soms een nederig onderwerp uit het stillevenrepertoire; een klein schilderij van zijn hand uit 1950 toont een plat stuk kurk dat aan een touwtje hangt aan een spijker in een okerkleurige muur. In het felle zonlicht werpt de grillige vorm van de kurk een scherpe schaduw.

Hoewel het stilleven niet exclusief was voor de kunst in Spanje, en de meesters van wie werken worden getoond zich er doorgaans evenmin in specialiseerden, geeft de selectie in deze expositie een mooi beeld van de vitaliteit van het genre in vier eeuwen Spaanse schilderkunst.

    • Bram de Klerck