Foto Remko de Waal /ANP

Scheveningen is lelijk. Maar het moet weer bruisen

Stadsontwikkeling Tweehonderd jaar geleden opende Jacob Pronk een badhuisje op het Scheveningse strand. De ooit mondaine badplaats raakte sleets. Daar moet nu verandering in komen.

Wethouder Boudewijn Revis (stadsontwikkeling, VVD) loopt over de Scheveningse boulevard. De strandtenten worden opgebouwd – ondanks de winterse kou begint het zomerseizoen donderdag al weer. De gemeente heeft grootse plannen voor het stadsdeel: de komende jaren investeert Den Haag 50 miljoen euro. Scheveningen moet weer dé badplaats van Noordwest-Europa worden.

Het is er, stelt Revis vast, „sinds de jaren 70 een beetje sleets” en vooral „versteend”. Hij wil graag dat bezoekers de zee zien en ruiken. Hij vertelt hoe toeristen soms bij het Kurhaus aankomen en dan vragen: ‘waar is het strand?’

En inderdaad: wie links om het 19de-eeuwse hotel heenloopt, stuit op een jaren-80-muur van rood steen. Onder reclames voor een sushi-restaurant en een grill-restaurant staat een bordje met een pijl: ‘strand’. Eerst de trap op, dan naar links, dan onder een flat door en ja, daar is de zee. Het ruikt er naar frituur.

Ooit was Scheveningen de meest mondaine badplaats van Noordwest-Europa. Duitse adel en Franse industriëlen brachten er hun zomers door. Al vanaf het moment dat in de zomer van 1818 Jacob Pronk op „tien minuten gaansch” van het visserdorp een houten badhuis neerzette, kwamen de hogere standen om „buiten het gezigt der zeelieden” te baden in zeewater.

Foto Library of Congress
Scheveningen, strandgezicht, circa 1890-1900. Onder: de boulevard, 1933

Foto Library of Congress
Scheveningen, strandgezicht, circa 1890-1900.
Foto Library of Congress

Afgekeken uit Engeland

„Pronk had het afgekeken in het Engelse Ramsgate”, vertelt Paul de Kievit, directeur van Muzee, het Scheveningse museum. „Het was meteen zo’n succes dat hij twee jaar later een badhuis van steen kon bouwen.” In 1828 werd Pronk uitgekocht door de gemeente, die er voor 100.000 gulden (nu ruim één miljoen euro) een Stedelijk Badhuis van maakte met eetzaal en logeerkamers.

In de jaren daarna zouden ook andere Nederlandse dorpen badplaatsen worden. Maar Scheveningen was hét. In 1860 kwamen er 18.600 bezoekers. In 1865, een jaar na aanleg van de eerste Nederlandse tramlijn, al 34.000. In 1885 opende het Kurhaus, met 250 kamers en een concertzaal waar drieduizend man in pasten. Op het terras speelde geen kapel, zoals gebruikelijk aan zee, maar de Berliner Philharmoniker. Bij concurrent Seinpost trad het net opgerichte Concertgebouworkest op.

Er kwam een pier, een boulevard, een winkelgalerij, een casino, een rolschaatsbaan, een renbaan. Ook op regenachtige dagen moest Scheveningen vertier bieden. Op Eerste Pinksterdag 1901 kwamen er 40.000 bezoekers naar de badplaats.

De groei van Scheveningen-Bad zorgde voor „een zekere spanning met Scheveningen-Dorp”, vertelt De Kievit. „De vissersgemeenschap was zeer christelijk, de badplaats was een andere wereld” – die ook nog eens steeds bloter werd. „Het zorgde wel voor neveninkomsten. De dorpelingen waren badman of ezeltjesdrijver.”

Meijer /ANP
Links: Concours d’Elegance de Jeunesse te Scheveningen in 1935.
Rechts: Een schaapsherder in 1941.

Links: Nationaal Archief, rechts: Meijer/ANP

De teloorgang begon met de Tweede Wereldoorlog. Scheveningen werd een vesting. Alle 50.000 inwoners werden geëvacueerd, voor de hotels verscheen een tankmuur van drie meter hoog. De pier brandde af en werd niet herbouwd uit angst voor een geallieerde invasie. De hotels kwamen gehavend uit de oorlog.

Links: Charles Aznavour, midden: Nana Mouskouri, rechts: The Cats
Foto’s Nationaal Archief

Boven de piano in het Kurhaus is te zien hoe Scheveningen daarna weer opbloeide: met sterren van naam.
Jacques Brel trad op, Bing Crosby, John Coltrane. En in 1964 de Rolling Stones, al hangt hun foto er niet.

Bekijk Andere Tijden over de Rolling Stones in het Kurhaus:

De volgende tegenvaller was het gemeentelijke besluit in de jaren 50 elders in Den Haag een congrescentrum te bouwen, vertelt De Kievit. Bovendien gingen welgestelde toeristen vaker naar de Middellandse Zee, de middenklasse zocht natuur en rust. Scheveningen stond juist voor vertier voor één dag. Zo trok de weer opgebouwde pier in 1961 zo’n 2,2 miljoen dagjesmensen.

In de jaren daarna was „er weinig visie bij gemeente” over hoe het verder moest met de badplaats, zegt De Kievit. Projectontwikkelaar Reinder Zwolsman had wél grootse plannen. Hij wilde de verlopen hotels slopen, wolkenkrabbers bouwen. Zelfs sloop van het Kurhaus dreigde.

Bekijk een filmpje uit 1979 over de dreigende sloop en renovatie van het Kurhaus:

Versteend

Om dat te voorkomen, was er één oplossing. De grond rondom het hotel werd in 1972 verkocht. Karakteristieke gebouwen als het Palace Hotel en Seinpost sneuvelden, flats werden neergezet. In de jaren 90 volgden een megabioscoop en casino aan de landzijde. Daarmee kreeg de badplaats zijn uiterlijk van steen.

„Is het lelijk? Ja”, zegt wethouder Revis over de jaren-80-bouw. „Maar mijn voorgangers hebben dit goedgekeurd met één reden: het Kurhaus redden.” Sloop kan niet, zegt hij. Althans, van de appartementen niet. Aan de zeekant wordt wel gesloopt. De souvenirwinkeltjes aan de noordkant van de pier zijn niet meer, en op de plek van het failliete wellnesscentrum Vitalizee, voorheen deel van het golfslagbad, ligt een gapend gat.

De strijd om Scheveningen-Bad weer aantrekkelijk te maken, begint volgens de gemeente hier. Rondom Scheveningen-Dorp is de boulevard al opgeknapt onder een vorig gemeentebestuur. Het failliete Kurhaus en de failliete pier zijn in nieuwe handen gekomen. Van de pier is een streetfoodmarkt gemaakt, en er kwam een reuzenrad.

Robin Utrecht/ ANP

„Vijf jaar geleden sloot de brandweer de pier af omdat die onveilig was”, zegt Revis. Tijdens een verkiezingscampagne presenteerde hij het plan De Kust Gezond en riep „laten we de pier dan maar slopen”. „Voor ik het wist, had ik een boze curator aan de telefoon die me ‘visieloos’ noemde.”

Het plan kwam toch in het coalitieakkoord en droeg mede bij aan de redding van de pier.

Revis leidt rond bij de sloopwerkzaamheden. Tussen de boulevard en de strandtenten komt duin terug. Op de daken van een nieuwe winkel- en horecagalerij, waarvan het uiterlijk „op het Kurhaus is geïnspireerd”, komt groen. Een trap wordt verlaagd, zodat vanaf de Zwolsestraat – die op de pier uitkomt – de zee te zien is.

Revis: „Als de gemeente de buitenruimte mooi maakt, stimuleert dat particulieren mee te doen.” Zo denkt Hommerson, eigenaar van de gesloopte winkeltjes, al na over opknappen van de Palace Promenade.

En er komt een nieuwe attractie. Op de plek van Vitalizee komt na veel politiek touwtrekken Legoland. Het gemeentebestuur verwacht dat de Deense steentjes 350.000 bezoekers trekken. Revis: „Bij 35 graden weet heel Nederland ons wel te vinden. We willen het bezoek uitsmeren over het hele jaar.”

Het is niet de eerste keer dat Den Haag Scheveningen weer allure probeert te geven. Maar ditmaal heeft de gemeente ook de meeste ondernemers mee. Martin van den Berg, van strandtent Peukie, al sinds 1974 op het strand: „Ik geef niet vaak complimenten aan gemeente, maar dit is effe twee jaar ellende en dan komt het goed.” André Triep, voorzitter van de Vereniging van Strandtenthouders, noemt „de investering zeker de moeite waard”.

Al plaatst hij ook een kanttekening: „In alle nieuwbouw komt horeca. De gemeente hoopt dat de taart groter wordt, maar vooralsnog moeten we de taart delen.” Een ander pijnpunt: Den Haag treedt snel op bij geluidsoverlast. „Bij de norm die de gemeente hanteert, zou je zelfs de zee moeten stilleggen.” Hij zegt: „Als Scheveningen bruisend moet worden, moet er ook ruimte om te bruisen zijn.”

Freek van den Bergh / ANP
Voor dit verhaal is gebruikgemaakt van De Geschiedenis van Scheveningen, onder redactie van Maarten van Doorn, Kees Stal en Froukje Holtrop (2014).

Correctie (28 februari 2018): In een eerdere versie van dit artikel werd Paul de Kievit, directeur van Muzee, abusievelijk Pieter genoemd.