Rockefeller veilt zijn kunst voor het goede doel

Kunstmarkt

Een roze Picasso, een schitterende odalisk van Matisse en een servies van Napoleon. In mei wordt de verzameling van David Rockefeller geveild. NRC ging in Londen al even kijken naar kunst die minstens een half miljard dollar gaat opbrengen.

David Rockefeller in 2006 thuis in New York met zijn oude reistas. Aan de muren een Courbet (links) en een Picasso uit diens roze periode, Jeune fille à la corbeille de fleurs (1905). Foto Jean-Claude Deutsch/ Getty Images

Bij zijn leven doneerde David Rockefeller al ruim 1,3 miljard dollar aan goede doelen. En een jaar na zijn dood zal hij de 2 miljard zeker volmaken.

De in 1915 geboren Amerikaanse oud-bankier, die maart vorig jaar op 101-jarige leeftijd overleed, heeft besloten om zijn magnifieke kunstcollectie te laten veilen en de opbrengst te verdelen over twaalf instellingen, waaronder het Museum of Modern Art in New York en Harvard University.

Bij Christie’s in Londen, in het statige King Street, opende vorige week een tentoonstelling met enige tientallen hoogtepunten uit de verzameling van David Rockefeller en zijn vrouw Peggy Rockefeller-McGrath. Na Hongkong is het halteplaats twee van een wereldwijde tournee die nog langs Parijs, Dubai, Los Angeles en New York zal voeren.

Rockefeller heeft de laatste jaren van zijn leven uitgebreid overlegd over de veiling. Dat deed hij met Jonathan Rendell, een Brit die bij Christie’s de afdeling ‘Iconische privé-collecties’ leidt. Eerder begeleidde Rendell de verkoop van de juwelen van Elizabeth Taylor in 2011 en de kunstcollectie van Yves Saint Laurent in 2009, respectievelijk goed voor opbrengsten van 116 en 484 miljoen dollar.

Jonathan Rendell heeft in de vier huizen van Rockefeller alle 5.446 objecten uitgezocht, verdeeld in ruim 1.600 kavels die tijdens vier veilingen in mei worden aangeboden. Nee, dat wordt helemaal geen lastige veiling, zegt hij met een grote lach: „Meesterwerken verkopen in een markt die om meesterwerken zit te springen, het is a piece of cake.”

In de toonzalen in King Street verdrongen bezoekers zich vorige week woensdag al om een glimp op te vangen van een oogverblindende Picasso, een naakt bloemenmeisje uit 1905, van door Monet geschilderde waterlelies, van een verleidelijke odalisk van Matisse en van een porseleinen servies dat ooit voor Napoleon is gemaakt. Bij vele werken, namelijk die waarvan de geschatte waarde boven de 10 miljoen dollar ligt, zijn de richtprijzen alleen ‘op aanvraag’ beschikbaar.

Henri Matisse, ‘Odalisque couchée aux magnolias’ (1923, 60,5 x 81,1 cm)

Christie’s veilt de Rockefeller-collectie in New York, in de veilingzaal in het door Davids vader John Rockefeller Jr. gebouwde Rockefeller Center aan het Rockefeller Plaza. Het belooft in diverse opzichten een recordveiling te worden, zegt Jussi Pylkkänen, de Finse veilingmeester die in mei in het rostrum staat. Het record van de Yves Saint Laurent-collectie sneuvelt beslist, zegt hij, en ook staat nu al vast dat het de grootste charitatieve veiling uit de geschiedenis wordt.

Kan het ook de eerste collectie worden die meer dan een miljard dollar opbrengt? Pylkkänen, trekt een serieus gezicht: „Toen ik in oktober Leonardo’s Salvator Mundi mocht afhameren op 400 miljoen was ik verbaasd. Bij sommige individuele objecten kan het biedverloop straks zeker ook op hol slaan. Maar een totaalopbrengst boven het miljard zou me zeker verbazen. Let’s keep calm.”

David Rockefeller was de jongste en langstlevende kleinzoon van oliemagnaat John D. Rockefeller, na inflatiecorrectie volgens diverse becijferingen de rijkste mens ooit.

Het is moeilijk om een voorstelling te maken van de onmetelijke rijkdom waarmee de oud-bankier is opgevoed. Als kind ging hij op rollerskates naar school, met in zijn kielzog een limousine met chauffeur, voor het geval hij vermoeid raakte. In 1938 liet hij Hudson Pines bouwen, een buitenhuis op een heuvel bij New York. Voor het bijbehorende kerkje ontwierpen Henri Matisse en Marc Chagall op verzoek de glas-in-loodramen. Volgens een bezoeker was het „het soort huis dat God gebouwd zou hebben, gesteld dat Hij het geld ervoor had”.

Met MoMA-directeur Alfred Barr als adviseur begonnen David en Peggy te verzamelen

Als CEO van Chase Bank groeide Rockefeller uit tot een invloedrijk man die met tientallen wereldleiders zaken deed. Dat hij ook met olierijke dictators, Sovjet-partijbonzen en Chinese machthebbers lucratieve contracten sloot, werd hem later wel eens kwalijk genomen. Uitnodigingen van de presidenten Nixon en Carter om minister van Financiën te worden, sloeg hij af.

Met zijn David Rockefeller Global Development Fund zette Rockefeller de familietraditie voort om een groot deel van zijn rijkdom weg te geven. In 2010 behoorde hij ook tot de eerste miljardairs die zich aansloten bij The Giving Pledge, het initiatief van ondernemer Bill Gates en belegger Warren Buffett om ten minste de helft van hun vermogen weg te geven. Met etentjes bij hem thuis wist Rockefeller menige miljardair over de streep te trekken.

Hij gebruikte zijn invloed ook voor andere initiatieven. Zoals de bouw van het World Trade Center in New York. Vanuit zijn kantoor op de 56ste etage van het Rockefeller Center zag hij 28 jaar na de opening hoe de twee torens instortten.

Insecten

Rockefeller-kever Foto Harvard Museum

Christie’s-medewerker Jonathan Rendell legt uit dat Rockefeller aanvankelijk weinig belangstelling voor beeldende kunst had, net als zijn vader John Rockefeller Jr. Zijn moeder Abby daarentegen richtte in 1929 met twee vriendinnen, samen ‘the daring ladies’ genoemd, het MoMA in New York op, het eerste Amerikaanse museum exclusief voor hedendaagse kunst.

Als zevenjarige begon David Rockefeller zelf met het verzamelen van insecten. Een passie die hij heel zijn leven is blijven beoefenen. Als directeur van de Chase Bank bezocht hij 103 landen, met in zijn bagage altijd een lege jampot voor nieuwe ontdekkingen. De 150.000 insecten die de amateur-entomoloog verzamelde, liet hij na aan een museum in Harvard. In de collectie zitten exemplaren van de Diplotaxis rockefelleri, een door hem ontdekte Mexicaanse scarabee, een van de twaalf keversoorten die zijn naam dragen.

Claude Monet, ‘Nymphéas en fleur’ (1914-1917, 160 x 178cm) Foto Christie’s

Beeldende kunst is David Rockefeller pas gaan verzamelen na het overlijden van zijn moeder, toen hem in 1948 werd gevraagd om haar stoel in de board of trustees van het MoMA in te nemen. Alfred Barr, de eerste directeur van het museum, ging bij David Rockefeller en zijn vrouw Peggy thuis op bezoek en verbaasde zich over de saaie achttiende-eeuwse portretten aan de muur.

Met Barr als adviseur begon het paar kunst te verzamelen. Eerst kochten ze Franse impressionisten als Renoir en Monet, vanaf de jaren zestig Matisse en Picasso, en later ook De Kooning en Rothko. Al hing die naoorlogse kunst alleen op kantoor en deed Rockefeller er ook makkelijk afstand van. Toen een veilinghuis in 2007 informeerde of hij zijn in 1960 gekochte Rothko wilde verkopen, liet hij het schilderij veilen. De opbrengst van 73 miljoen dollar verbaasde de oud-bankier. „Niet slecht voor een schilderij waar ik 10.000 dollar voor heb betaald.”

Lootjes

Pablo Picasso, ‘Jeune fille à  la corbeille de fleurs’ (1905, 154,8 x 66,1 cm) Foto Christie’s

Zijn belangrijkste kunstaankoop deed Rockefeller in 1968, toen de nalatenschap van de Amerikaanse schrijver, dichter en kunstverzamelaar Gertrude Stein op de markt kwam. Met een van zijn broers en vier vrienden besloot Rockefeller die collectie van 47 kunstwerken te kopen. Ieder lid legde ruim een miljoen dollar in, en met lootjes werd de volgorde van kiezen bepaald. Rockefeller was de gelukkige en mocht als eerste kiezen. Zo kwam hij in het bezit van het blote bloemenmeisje van Picasso, een meisje waarvan wordt gezegd dat ze niet alleen bloemen maar ook haar lichaam verkocht.

Çhristie’s-medewerker Jonathan Rendell heeft het schilderij nog zien hangen in de studeerkamer van Rockefellers huis in East 65th Street in New York. „Bij veilinghuizen gebruiken we het woord masterpiece veel te vaak. Maar dit is een echt meesterwerk. Geen trofeeënkunst, bedoeld als investering, maar kunst om mee te leven. Hoe ouder hij werd, zei Rockefeller, hoe beter hij zich realiseerde dat hij niet de bezitter van deze schatten was, maar slechts de oppasser.”