Riffijnen vestigen hoop op EU

Demonstratie in Brussel

Een paar duizend Riffijnen vinden dat Europa niet langer mag zwijgen over de honderden arrestaties in Noord-Marokko.

Nawal Benaissa van de Hirak-beweging, de Riffijnse volksbeweging uit het noorden van Marokko, tijdens een protest in Marokko, 3 juni 2017. Foto Youssef Boudlal/ Reuters

‘Meneer Macron, we horen u zo vaak over gelijkheid, broederschap en vrijheid, maar waarom zou dat alles voor ons dan níét gelden?” Op het Troonplein in Brussel stijgt gejuich op als Mustafa Ouarghi de Franse president fileert.

De paar duizend Riffijnen die woensdag langs het Europees Parlement marcheren weten het zeker: dat Marokko tot dusverre wegkomt met de harde onderdrukking van de jongste Rif-rebellie is vooral aan Frankrijk te danken. Dat zou druk zetten op Europa om te zwijgen over de arrestaties van honderden Riffijnen in Noord-Marokko sinds eind 2016, inclusief 75 soms piepjonge kinderen.

Lees ook deze reportage uit Casablanca: ‘We leven hier in de wildernis’

„Bij het verdedigen van hun economische belangen in Noord-Afrika gaan de Fransen heel ver en legitimeren ze desnoods dictaturen”, zegt Ouarghi, lid van de door Riffijnen in Europa opgerichte mensenrechtenclub Anzuf. En eigenlijk is dat volgens hem altijd zo geweest: Ouarghi begint over de Rif-oorlog (1920-1926), toen Frankrijk Spanje hielp om het Riffijnse onafhankelijkheidsstreven de kop in te drukken en er zelfs mosterdgas werd ingezet. „We hebben die oorlog door de Fransen verloren.”


Nu vestigen de Riffijnen hun hoop toch weer op de Europese Unie. Vanuit heel Europa zijn ze gekomen om de kou en de Europese onverschilligheid te trotseren. Behalve met felgekleurde Rif-vlaggen en met beeltenissen van de sinds vorig jaar gevangen Rif-leider Nasser Zafzafi wordt er met Europese vlaggetjes gezwaaid. Een groep Riffijnen uit Barcelona charterde een vliegtuig – dat bleek goedkoper dan bussen huren. In de betoging lopen ook tientallen Riffijnen mee die in het Europarlement werken als schoonmaker of keukenhulp.

Onvoldoende steun

Europarlementariër Kati Piri (PvdA) probeert de Rif-kwestie al een tijdje op de Europese agenda te krijgen, maar ze kreeg hiervoor onvoldoende steun, ook niet van Franse collega’s in haar eigen sociaal-democratische fractie. Daarom heeft ze zelf een bijeenkomst georganiseerd, in het parlement, maar op eigen titel. Bij aanvang, vlak na de betoging, is geen van de vierhonderd stoelen meer beschikbaar. Op de naam Piri volgt een denderend applaus. „Het is een schande dat het zo lang geduurd heeft voordat jullie stem gehoord kon worden”, zegt ze.

Marokko bekritiseren ligt gevoelig in de EU. Behalve de Franse economische en historische banden speelt ook mee dat Spanje een relatief goede werkrelatie heeft met het land als het gaat om het tegenhouden van migranten. Volgens Piri merken de Spanjaarden het meteen als het even niet botert. „Dan verslechtert de Marokkaanse grensbewaking opeens.” De EU heeft ook een visserijakkoord met Marokko: volgens cijfers van de Europese Commissie krijgt het land jaarlijks 30 miljoen euro, in ruil voor toegang tot Marokkaanse wateren.

Lees ook: Deze vrouw is het nieuwe symbool van het Rif-protest

Ook dat zit de Riffijnen niet lekker. „De Europese schepen zijn actief voor ónze kust, maar van dat EU-geld zien we zelf nauwelijks wat terug”, zegt Ouarghi. Iets soortgelijks is volgens Piri te zien bij de associatieovereenkomst die de EU heeft met Marokko. Tussen 2014 en 2017 kon het land maximaal 890 miljoen euro tegemoet zien voor sociale, politieke en economische hervormingen, ook op het gebied van democratisch bestuur en de rechtsstaat. Slechts drie projecten zouden specifiek aan de Rif gerelateerd zijn. „Echt te weinig”, zegt Piri.

Volgens Piri speelt de EU met vuur door de situatie in de Rif te negeren. Uit cijfers van de Europese grenswacht (Frontex) blijkt dat de ‘Marokkaanse route’ aan populariteit wint onder illegale migranten en dat hier opeens ook veel Marokkanen tussen zitten. „Iedereen wil weg, nu de hoop in de kiem wordt gesmoord”, zegt Piri. Frontex-baas Fabrice Leggeri legde in januari een duidelijk verband met de onrust in de Rif-regio. Hij voorspelde ook dat de instroom vanuit landen als Marokko en Algerije in 2018 „zeer waarschijnlijk zal toenemen”.

    • Stéphane Alonso