Rechter: oud-bestuur ROC Leiden niet aansprakelijk voor financiële problemen

Bij de bouw van twee nieuwe panden nam het bestuur van de onderwijsinstelling grote financiële risico’s, maar volgens de rechtbank paste die beslissing “in de geest van de tijd”.

Een locatie van ROC Leiden. Foto Valerie Kuypers/ANP

De voormalige bestuurders en toezichthouders van ROC Leiden kunnen niet aansprakelijk worden gehouden voor de financiële problemen uit 2012. Dat oordeelt de rechtbank van Midden-Nederland woensdagmiddag.

De problemen voor de onderwijsinstelling begonnen eind 2011 door de bouw van twee grote panden bij de stations Leiden Centraal en Lammenschans, die in 2001 werd aangevangen. Om die vastgoedprojecten te betalen nam het ROC een aantal financiële risico’s en werd bezuinigd op docenten. De gebouwen werden in 2012 in gebruik genomen.

Lees ook: Door financiële problemen en onderwijs dat ondermaats bleek, was de reputatie van ROC Leiden in 2015 ‘naar de maan’.

Onverantwoord maar niet verwijtbaar

De rechter zei op woensdag dat het plan voor de bouw “paste in de geest van die tijd”. Mbo-onderwijsinstellingen werden destijds aangespoord tot groei en concurrentie. Er kan de oud-bestuurders “geen ernstig verwijt” worden gemaakt. Eerder bepaalde een onafhankelijke commissie dat zij onverantwoord hadden gehandeld. ROC Leiden spande daarom een civiele procedure aan tegen de oud-bestuurders en enkele toezichthouders. De rechter stelt dat aansprakelijkheid “onvoldoende hard” kan worden gemaakt.

Om te voorkomen dat de noodlijdende school volledig aan de financiële problemen ten onder zou gaan, verstrekte de toenmalig minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker in 2015 een noodlening van 40 miljoen euro. Die lening is omgezet in een subsidie.

    • Lisa Dupuy