Nimbus Karijini, een wolkje dat in 2017 zweefde tussen de rotswanden van een kloof in het Australische nationale park Karijini.

Foto Bewley Shaylor/Ronchini Gallery

‘Opeens was ik de wolkenkunstenaar’

Interview

De Nederlandse kunstenaar Berndnaut Smilde is uitgenodigd een nieuw werk te maken voor kunstbeurs The Armory Show, volgende week in New York. Berndnaut Smilde gaat er een machine bouwen die wolken zal blazen tussen de beursstands.

Bezoekers van The Armory Show, de wereldvermaarde kunstbeurs in New York, moeten er volgende week niet raar van opkijken als er tussen de peperdure kunstwerken opeens een wolk voorbij komt drijven. De Nederlandse kunstenaar Berndnaut Smilde (1978), bekend om zijn indoor wolkenkunst, is gevraagd om er een nieuwe installatie te maken. In een speciaal voor de beurs ontworpen decor, dat eruitziet als een hoek van een statige kamer of „een hap uit een museumzaal”, zal Smilde op gezette tijden wolken tevoorschijn toveren. Wanneer precies, dat wil de kunstenaar niet verklappen. Zijn wolken zijn even onvoorspelbaar als het weer zelve.

In zijn atelier aan het Amsterdamse Westerdok – een kleine raamloze ruimte zonder uitzicht op de lucht, laat staan op wolken – vertelt Smilde een week voor de opening over zijn plannen. Een beetje gespannen is hij wel. Tot nu toe boetseerde hij zijn wolken altijd vanuit de hand, als een action-painter die schetst met een vernevelaar. Maar in New York laat hij het werk voor het eerst over aan een computergestuurde machine. Vanuit luchtroosters worden dan de fijne oliedruppeltjes de ruimte in gespoten die, in combinatie met een felle lichtbron, voor het magische tafereel zorgen. Een paar tellen slechts duurt de verschijning. Daarna rest alleen nog een plasje water op de houten vloer van het decor.

Breaking the Fourth Wall (2018), het werk dat Berndnaut Smilde maakte voor de komende Armory Show in New York.
Foto Cassander Eeftinck Schattenkerk/Ronchini Gallery
Breaking the Fourth Wall (2018), het werk dat Berndnaut Smilde maakte voor de komende Armory Show in New York.
Foto Cassander Eeftinck Schattenkerk/Ronchini Gallery

Hoe zijn kunstwerk precies vorm zal krijgen, durft Smilde dus nog niet te zeggen. „Ik hoop dat de wolken ook langzaam de set af zullen drijven, richting de stands van de galeries. De hal van de Armory is heel groot. De stromingen in de lucht zullen zeker een rol spelen. Dat maakt dit kunstwerk zo onvoorspelbaar. Ik heb het proces niet meer zelf in de hand.” Grinnikend beaamt hij dat het misschien niet zo handig is om een nieuw werk uit te testen op zo’n groot podium als de Armory, waar in vier dagen tijd 65.000 kunstminnende bezoekers voorbij zullen trekken. „Het liefst zou je iets tonen wat al helemaal af en is en zo verscheept kan worden. Dit blijft een risico. Het kan ook misgaan.”

Uitvinding van het jaar

Als zijn wolkenmachine werkt, is de kans groot dat foto’s en selfies van zijn kunstwerk via sociale media de wereld over zullen gaan. „Ik hang geen schema op met de tijden van de ‘voorstelling’, je moet erdoor verrast worden”, zegt Smilde. „Maar als het kunstwerk opstart, hoor je de ventilator aanslaan. Het werk bouwt zich op. Dus heb je nog wel even de tijd om een foto te maken. Alles speelt zich af in een tijdsbestek van zo’n veertig seconden, dan is het weer voorbij. En laadt het werk zich weer op voor een volgende uitbarsting.”

Berndnaut Smilde: “Ik werk ook met geuren en prisma’s, ik maak regenbogen. Maar mensen willen alleen dat ene beeld.” Foto Giulietta Verdon-Roe

Smilde maakte het eerder mee, dat een van zijn wolken een eigen leven ging leiden op internet. Een van zijn eerste wolken, Nimbus II, die hij in 2012 maakte in kunstenaarsinitiatief Hotel Mariakapel in Hoorn, werd vastgelegd door de lokale pers. Die foto ging in korte tijd viral op allerhande kunst- en designblogs. „Je kon per dag zien waar dat beeld naartoe ging, naar Engeland en Amerika. Daar stond ik wel perplex van, hoe snel dat ging.”

En toen kwam er opeens een mailtje van de Britse kunstverzamelaar Charles Saatchi. „Ik dacht nog: dit is vast niet echt. Hij was bezig met een tentoonstelling over fotografie en wilde mijn wolkenfoto kopen. Ik had nog niet eens een galerie. Ik deed ruimtelijke ingrepen en had daar documentatie van, maar geen kunstwerken die ik kon verkopen. Toen ben ik van die documentatie maar prints gaan maken.” Op de tentoonstelling van Saatchi werd Smilde ontdekt door de Ronchini Gallery die hem nu naar de Armory heeft gebracht. „Zij waren net begonnen in Londen. Dat was het begin. Daarna is het allemaal heel snel gegaan.”

Datzelfde jaar plaatste Time Magazine Smildes indoor wolk in de ‘Top 10 Inventions of 2012’. Vervolgens nodigde Harper’s Bazaar hem uit om voor hun septembernummer van 2013 een portrettenreeks te maken waarbij ontwerpers als Karl Lagerfeld, Donatella Versace en Dolce & Gabbana poseerden naast zijn wolken. Grote opdrachten van Airbus en Audi volgden. „Opeens was ik de wolkenkunstenaar. Terwijl ik nog veel meer interessegebieden heb. Ik werk ook met geuren en prisma’s, ik maak regenbogen. Maar mensen willen alleen dat ene beeld. Soms is dat wel frustrerend. Dan word ik weer benaderd door computermensen die een congres over cloud storage organiseren. Of ik even een wolkje kan komen maken. En wat kost dat per uur.”

Achter de schermen bij de beelden die Smilde maakte voor Airbus.

Weemoedig

Smilde groeide op in Hoogezand, zijn vader was arts, zijn moeder kunstenaar. Hij volgde schilderopleidingen aan de Minerva Academie en het Frank Mohr Instituut in Groningen, maar voelde zich uiteindelijk toch meer een beeldhouwer – „een bouwer”. Al geeft hij direct toe dat zijn thematiek een relatie heeft tot de Nederlandse schilderkunst: zijn foto’s echoën de wolkenluchten van Ruisdael, Van Goyen en Weissenbruch.

Zijn allereerste wolk maakte Smilde in 2010 in kunstenaarscollectief Suze May Sho in Arnhem. „Zij hadden een miniatuurruimte, Probe, met wanden van één meter hoog. Die had ik verbouwd tot een ideale museumruimte, met rode vloer en blauwe wanden. Mijn eerste idee was om de ruimte onder water te laten lopen en daar paarden half in te laten verdrinken. Dat theatrale plan heb ik uiteindelijk gereduceerd tot de essentie: een wolk. Ik wilde een heel helder beeld maken, een soort tekenfilmwolkje dat symbool stond voor botte pech. Je kent het wel: zo’n dag dat alles tegenzit en dat het dan ook nog heel plaatselijk op je gaat regenen. Voor mij was het een weemoedig beeld.”

“Het zijn een soort archetypes, een ideaalbeeld van hoe een wolk moet zijn”

De wolken op Smildes foto’s hebben ook wel iets cartoonesks, alsof ze door een kinderhand getekend zijn. „Het zijn een soort archetypes, een ideaalbeeld van hoe een wolk moet zijn. Maar ze stroken niet met de werkelijkheid. Als je naar buiten kijkt, zie je dat een wolk alles kan zijn: elk streepje, elk vlekje.”

Als kunstenaar kan Smilde de vorm enigszins veranderen, bepalen of hij langwerpig of juist rond wordt. Met licht en schaduw kan hij hem dreigender maken, of van een gouden randje voorzien. „Maar de ruimte bepaalt uiteindelijk hoe de wolk groeit en hoe het licht erop breekt.”

Hij heeft er nu zo’n 25 gemaakt, gokt hij. En toch is hij nog lang niet op zijn wolken uitgekeken. Er zijn nog genoeg mooie ruimtes om ze in te laten zweven. Smilde: „Ik kan me ook voorstellen – en dat is een utopische gedachte – dat zo’n wolk in een turbinehal, volautomatisch en op grote schaal maar toch vluchtig, ook mooi zou kunnen uitpakken.” Dus als het Londense Tate Modern hem belt, wil hij maar zeggen, zal hij daar zeker over na willen denken.

Vorig jaar, tijdens een werkperiode in Australië, heeft hij voor het eerst een buitenwolk gemaakt. „Een curator had me uitgenodigd om naar Pilbara te gaan en daar te reageren op de alom aanwezige natuur. Het is een gebied in West-Australië waar in miljoenen jaren niets veranderd is – de oudste aardkorst op aarde. Dat oeroude landschap vormde een mooi contrast met het vluchtige karakter van mijn werk. Het land heeft er een diepe roestkleur door de aanwezigheid van ijzererts. Die oranje gloed zag je ook weer gereflecteerd op de onderzijde van de wolken. Zoals het Hollandse licht gekenmerkt wordt door het blauw van het vele water.”

In het Australische nationale park Karijini maakte Smilde een surrealistisch droombeeld van een lieflijk wolkje dat gewichtloos zweeft tussen de hoge rotswanden van een diepe kloof. Aan dat ene beeld ging een aardige expeditie vooraf, vertelt de kunstenaar. „Het moest windstil zijn, dat is het vooral in de vroege ochtend. De dag ervoor hadden we alles al naar beneden gesleept: apparatuur, aggregaat, water. Om zes uur ’s ochtends trok ik het aggregaat aan. Het geluid galmde door de hele kloof, heel bruut was dat. Het resultaat is een heel verstild beeld, maar het maakproces is vaak heel anders.”

    • Sandra Smallenburg