Nederlanders pik je er zo uit

Gabriël van den Brink Filosoof De discussie over Nederlandse identiteit gaat alleen over ‘voor’ en ‘tegen’. Met zijn nieuwe bundel wil Gabriël van den Brink het debat op een hoger niveau brengen.

Vechten tegen water bindt. De Maeslantkering bij Hoek van Holland sluit de Nieuwe Waterweg af. Foto Robin Utrecht/ANP

Waartoe is Nederland op aarde? heet de bundel die filosoof Gabriël van den Brink onlangs uitbracht. Hij deed als eindredacteur een poging met Nederlandse academici, ook van buitenlandse afkomst, te beschrijven waaruit de Nederlandse identiteit bestaat.

„Het debat over de Nederlandse nationaliteit is de laatste twintig jaar heftiger geworden”, zegt hij. „Aan de ene kant staan progressieven en hoogopgeleiden die zeggen dat nationale eigenheid niet bestaat of dat het een verzinsel is van de 19de eeuw. De andere kant vindt nationale identiteit zo wezenlijk dat die ten koste van alles moet worden beschermd.

„In de hele wereld is het nationalisme teruggekeerd als reactie op globalisering. Bij de Nederlandse identiteit gaat de discussie alleen over ‘voor’ of ‘tegen’. Met dit boek willen we boven die tegenstelling uit stijgen. Als je in het buitenland bent, pik je de Nederlanders er zo uit. Hoe komt dat nou?”

Van den Brink onderscheidt diverse kenmerken van de Nederlandse identiteit: gehechtheid aan veiligheid en de neiging tot regulering om ‘het water buiten de dijk te houden’, mobiliteit en marktwerking (vrijheid), stedelijkheid en samenwerking (het poldermodel) en de behoefte aan een zuiver geweten, waarbij „het verschil tussen innerlijke overtuiging en uiterlijk handelen zo klein mogelijk is”.

Wat is het belang van nationale identiteit?

„Door nationale identiteit ben je deel van een gemeenschap waaraan je je niet zomaar kunt onttrekken. We reflecteren in ons boek op de eigen identiteit zonder ‘goed’ of ‘fout’ te zeggen. Zo’n oefening is zinvol, verbetert het denken en handelingsvermogen. Politieke partijen kunnen er argumenten aan ontlenen en je kunt er in het onderwijs of in het bedrijfsleven iets mee doen.

„Er worden nu veel Nederlandse bedrijven aan het buitenland verkocht. Het spant erom bij Unilever en zelfs C&A wordt misschien aan China verkocht. Voor veel mensen voelt dat niet lekker. Maar economen leggen uit dat dit goed is. De uitverkoop van bedrijven is gebaseerd op miskenning van dat ongemakkelijke gevoel. De wereld globaliseert, maar de helft van de samenleving gaat daar niet in mee. Kijk naar Trump: zijn politiek is een dialectisch antwoord op het kosmopolitisme van de Democraten. Zo blijven alleen extreme standpunten over: van ‘alle grenzen afschaffen’ versus ‘iedereen buiten de deur houden’.”

Nationalisme wordt vaak geassocieerd met de Eerste en Tweede Wereldoorlog.

„Het kan gewelddadig zijn, maar ook de maatschappelijke vrede bevorderen. Het gaat over de alledaagse codes in het land die je met elkaar deelt en waar je voor of tegen kunt zijn. Het gaat niet zozeer om een vlag of culturele symbolen, maar om wat de gewone man bij de gang van zaken in Nederland voelt.”

Hoe valt die identiteit vast te stellen als u haar ‘vloeibaar’ noemt?

„De identiteit blijft een mix waarvan de elementen door de geschiedenis goeddeels hetzelfde blijven, maar hun gewichten wisselen. Je kunt zeggen: ‘Doe maar normaal.’ Maar wat is dan ‘normaal’ in Nederland? Met eerlijkheid, zorgzaamheid en zakelijkheid heb je een pakket kwaliteiten die vaak terugkomen. We waren vanaf de vroege Middeleeuwen al op handel en op zee georiënteerd. In andere perioden werd de markt minder benadrukt. Dat wisselt per tijdvak.”

Verandert die Nederlandse identiteit ook niet door immigranten?

„Daar zijn grenzen aan. Neem de rapper Boef. Die maakte zijn excuses omdat hij vrouwen voor hoer uitschold. Dat doe je hier niet. Al jaren terug vertelden mijn studentes over hun slechte ervaringen bij uitgaan in Amsterdam of Utrecht. Er werd gesist en gescholden en dat kwam van mediterrane jongens. Het ging er niet om dat ze moslims waren, maar om gedrag dat botst met de dagelijkse cultuur in dit land. Er is een hele discussie over multiculturalisme gevoerd, maar nu jongens van mediterrane komaf werkelijk woorden als ‘hoer’ gaan gebruiken, is de maat kennelijk vol.”

In het boek noemt u zelforganisatie als een kenmerk. Eerder zei u toch dat Nederland ‘verstatelijkte’ ten koste van de zelforganisatie?

„Dat verhaal klopt helaas nog steeds. Tijdens de verzuiling werd het gemeenschapsleven van onderop opgebouwd. Na de Tweede Wereldoorlog zijn talloze maatschappelijke organisaties aanhangsel van de staat geworden.

„Maar intussen roept die staatssamenleving vraagtekens op. Niet alleen wegens de kosten, maar ook wegens de anonimiteit. In de ontstane gaten bloeien vele maatschappelijke initiatieven op. Veel burgers doen vrijwilligerswerk. Hulp aan vluchtelingen, een energiecoöperatie, een wijkhuis of wijkwebsite, stadsvernieuwing, iets tegen eenzaamheid van ouderen, een huiskamer waar mensen zich vrijwillig inzetten om daklozen op te vangen, allerlei vormen.”

U heeft het ook over het overleg in de polder. Maar vrijwel niemand daar weet meer wat een waterschap doet.

„Zo is het vaak in de geschiedenis. De Duitse socioloog Max Weber zegt dat het kapitalisme voortkomt uit een protestantse moraal. Dat wil niet zeggen dat alle kapitalisten nog geloven, maar ze zetten wel die habitus voort. Onze ervaring met de polder gaat terug tot de vroege Middeleeuwen. Zelfs als we het water onder controle hebben, werkt die polderhabitus.

„De bewoners van [de Rotterdamse wijk] Alexanderpolder houden zich niet bezig met dijken, maar als het percentage gekleurde mensen op een bepaalde hoogte komt, voelt men zich plotseling bedreigd. Het is geen water, maar wel iets vreemds dat men buiten de polder wil houden. En waar men grote moeite mee heeft om zich voor te openen.

„Ik ben geschrokken van de ervaringen van mensen met een niet-westerse achtergrond in ons land. De hokjesgeest is hier nog altijd sterk. Nederlanders kunnen iets pas accepteren als ze weten in welk hokje het past.”

Is dat uniek Nederlands? Ook elders is debat over grenzen aan migratie.

„De vraag hoeveel migranten een samenleving kan opnemen, is een andere. Daar zit een grens aan. Nederlanders vinden zichzelf open en tolerant, met een traditie van vrijheid. Maar vaak stellen ze zich afwerend op en definiëren ze zich als stam.”

Mobiliteit wordt ook genoemd als kenmerk. Hoe ontstaat gemeenschapszin als iedereen op reis is?

„Een samenleving kan alleen meer flexibiliteit en variatie accepteren als bepaalde dingen zeker zijn. Het zou kunnen dat de mensen die dynamiek en een open samenleving bejubelen, deep down in zichzelf erg goed weten aan welke waarden zij vasthouden. Laagopgeleiden en mensen met een marginale positie zijn vaak onverdraagzamer, ook omdat zij onzeker zijn. Er zou samenhang kunnen bestaan tussen de mate van openheid voor anderen en ‘vloeibaarheid’ aan de ene kant en het cultiveren van sterke overtuigingen en waarden aan de andere kant.”

U noemt de Nederlandse handelsgeest en marktwerking. Daar keert het publiek zich nu toch juist tegen?

„We zijn georiënteerd op de vrije markt, maar hebben ook gemeenschapszin. Op dat punt zijn we aan Duitsland verwant. Er huizen twee zielen in onze borst. Dat wisselt met de tijd, maar die gemeenschapsziel is nooit echt afwezig. Als je Nederlanders vraagt wat hun grootste zorgen zijn, noemen ze gebrek aan cohesie en aan zorg voor elkaar. Dat leek even alleen een CDA-kwestie, maar veel Nederlanders geloven er hartstochtelijk in.

„De politiek liet alles aan de vrije markt over en dat veert nu terug. Wie gaat die gemeenschapsgedachte vormgeven? Links hangt in de touwen. Maar je kunt je zomaar voorstellen dat over een tijdje die nationale verbondenheid het alternatief voor neoliberaal marktdenken wordt. Dat heeft Trump bewezen: ‘America First’ is een nationaal antwoord op een internationale dynamiek. Ik vermoed en vrees zelfs dat veel landen de nationale cohesie gaan benadrukken om zich te verweren tegen de internationale wervelwind. Als dat zo is, komt er in ieder geval een politieke toekomst voor nationalisme in Nederland, ook ter linkerzijde.”

Is dat bezwaarlijk?

„Het risico is dat er gesloten homogene gemeenschappen ontstaan. Dat zie je in het buitenland al gebeuren. Denk aan Turkije na de coup, aan de sfeer in Israël, aan de politiek in China en Rusland, aan Indonesië en Myanmar [Birma]. Daar vormt zich een homogene, nationale cultuur die niet wil dat minderheden zich in het openbare leven manifesteren.”

Kan dat ook anders?

„Zeker, want nationale identiteit is in werkelijkheid gemengd samengesteld. De politiek heeft als taak om, gegeven de internationale situatie, een nationalisme te formuleren dat recht doet aan de elementen van onze identiteit.”

Gabriël van den Brink (redactie): Waartoe is Nederland op aarde? Boom uitgevers Amsterdam, 300 blz. € 29,90