‘De rustige omgeving werkt inspirerend om moord en doodslag uit te broeden’

Als de deadline nadert, rijdt schrijver Tomas Ross naar zijn boshuisje op de Veluwe. „Terwijl ik naar huppelende eekhoorntjes kijk, borrelen de meest ingenieuze complotten op.”

Foto Peter de Krom

Tijdens de laatste storm is er een dennenboom gevallen op het piepkleine, houten boshuisje van schrijver Tomas Ross (73). „Gelukkig valt de schade mee, ik heb de schoorsteen recht kunnen zetten.” Sinds negen jaar heeft hij dit huisje aan de rand van het Speulderbos op de Veluwe. „Het parkje was vroeger een kippenboerderij, toen kippen nog mochten loslopen.” Nu valt het parkje onder toezicht van Staatsbosbeheer, maar het is nog steeds particulier bezit.

Ross schrijft onder meer misdaadromans: „Volgens mijn vrouw word ik chagrijnig als de deadline nadert, dus dan ga ik maar weg.”

In Den Haag heeft hij „een groot huis met een kleine tuin”, op de Veluwe is het andersom: het huis is 40 vierkante meter, de tuin 400. Als hij vastzit met schrijven, gaat hij naar buiten, pakt een hark of een snoeischaar, of legt een straatje aan met de steentjes die hij vindt. Ross is ook regelmatig op het dak te vinden, om het mos ervan af te halen en de goten schoon te maken.

„Mijn vader was gek op de Veluwe. Toen ik jong was, deden mijn ouders aan huizenruil en brachten we enkele weken op de Veluwe door. Als ik hier nu over de hei fiets, denk ik aan de tochten met het gezin. Nostalgie. Ik vind het hier ook heel mooi; de manier waarop de zon schijnt op de hei, soms zie je een edelhert. Dat maakt indruk.”

De rustige omgeving werkt inspirerend om moord en doodslag uit te broeden

Zijn werkdagen beginnen vroeg, om 6 uur, „als het koud en kleumerig is, en pikdonker.” Er is geen afleiding, geen wifi, slecht bereik en geen kinderen die langskomen. Om de paar uur loopt hij naar buiten om met zijn mobiel een signaal op te vangen „om te kijken of er iets is met mijn vrouw, kinderen of kleinkinderen”. In de avond kijkt Ross documentaires op dvd, met een glaasje rode wijn of jenever. „Dan zit ik achterover, niemand die me stoort.” Hij constateert een wonderlijke paradox: „De rustige omgeving werkt inspirerend om moord en doodslag uit te broeden. Terwijl ik naar huppelende eekhoorntjes kijk, borrelen de meest ingenieuze complotten op.”

Voor hem is het een werkplek, vakantie wordt ergens anders gevierd: „Mijn vrouw heeft een oud Volkswagenbusje. Daarmee rijden we naar Frankrijk, Kroatië of Duitsland.”

Hoelang blijft hij nog schrijven? „Tot God mij roept. Het is leuk hoor om mos van het dak te halen, maar niet de hele dag.”