Recensie

Met drift geschilderde ‘kleine onderwerpen’

Beeldende kunst Museum MORE toont vier kopstukken van het realisme. Deze schilders maken ophef met bloemen, dieren, landschappen en zelfportretten.

Jan Mankes, Jonge witte geit, 1914, Collectie Museum Arnhem

Jan Mankes, Jonge witte geit, 1914. Jan Mankes, Jonge witte geit, 1914, Collectie Museum Arnhem

Na de grote solotentoonstelling van het werk van Herman Gordijn zoomt museum MORE nu uit en belicht het klaverblad van Nederlands meest geliefde realisten: de hedendaagse schilder Henk Helmantel (1945) en zijn voorgangers Floris Verster (1861-1927), Jan Mankes (1889-1920) en Dick Ket (1902-1940).

‘De serene blik’ is de titel van de tentoonstelling, maar sereen zijn de werken alleen voor wie zich blind houdt voor de drift waarmee ze geschilderd werden. Deze schilders maken ophef met wat je ‘kleine onderwerpen’ zou kunnen noemen. Bloemen en dieren. Landschappen. Zelfportretten. Het weer.

Dick Ket lijkt een realist, maar eigenlijk valt hij bij de andere drie uit de toon, met zijn ostentatieve nieuwsgierigheid naar de abstracte kracht van kleuren en composities. Mankes en Verster attaqueren hun onderwerp eigengereid en in spagaat: ze verbeelden het steevast teder en heftig tegelijk. Henk Helmantel is daarentegen een zakelijke realist. Precisie is leidraad, gevoel wil hij er niet bij hebben. Dat houdt hij voor zichzelf.

Henk Helmantel Stilleven met kaas en eieren, 1987, © Art Revisited Tolbert
Henk Helmantel, Stilleven met kaas en eieren, 1987

Vergelijk deze vier kopstukken en je ziet dat het realisme gevaarlijk is. Virtuositeit is geboden. Maar ‘net een foto’ is géén compliment. ‘Net echt’ nog minder. De realistische kunstenaar moet bereid zijn zich bloot te geven, anders wordt zijn schilderij een plaatje.

Vergelijken

Maak een expositie over vier genregenoten en de beschouwer slaat aan het vergelijken. Deze expositie daagt daar nadrukkelijk toe uit door hen nu en dan thematisch naast elkaar te hangen. Vergelijken maakt onbarmhartig. Vier keer sneeuw: dat wint Floris Verster met zijn kleumende, smeltende sneeuw onder een brutaal oranje zon. Vier keer iets in een gemberpot – daar moeten Helmantels rozenbottels in hun steriele leegte het opnemen tegen de oplichtende chrysantjes van Jan Mankes en de onbeheerst stervende tulpen van Floris Verster. Dick Ket valt erbuiten, die experimenteert met zijn gemberpot als bol, dat ene dorre bloemetje is een grapje.

Dick Ket, Sint Nicolaas stilleven, 1933, Collectie Museum Arnhem
Dick Ket, Sint Nicolaas stilleven, 1933

Verster en Mankes – hun combinatie geeft deze tentoonstelling zin. Zij versterken elkaar, ze vullen elkaar aan, willen hetzelfde kwijt. Voor beide schilders is de sterfelijkheid de enige realiteit en dat schilderen ze.

Floris Verster, Anemonen, 1888

Versters gevecht met de engel des doods zit in de naakte lijken van zijn geplukte kip en haan waarvan de naaktheid versterkt wordt door het verenmutsje van geronnen rood op zijn kop. Het zit in de verstilde omhelzing van de twee dode kraaien, wang aan zwarte wang. In het verbijsterende rood van zijn lelies. En in zijn eitjes, telkens weer. Hij schilderde verschillende versies, steeds op bescheiden formaat. Schilderijtjes waar op het eerste gezicht niks op gebeurt. Behalve die eieren, die gebeuren. Hun schalen glanzen mat. Voorzichtig kijken, je blik kan ze breken.

Mankes doen een vergelijkbare gooi naar de broosheid van onze werkelijkheid, niet via krakelijke eieren maar met twee schilderijtjes van wat takjes judaspenning. De platte witte bloesem lijkt te zweven. Pennies from heaven.

Mankes’ dode torenvalken lijken op Versters dooie kraaienpaar, zij het net iets afstandelijker geschilderd, alsof hij wegduikt voor wat hij ziet. Maar zijn glas met die anderhalve witte lelie roept Versters over-emotionele bloemstillevens tot de orde, zeker als je zijn vaasje jasmijn erbij optelt. Dat trillende witte boeketje is een bundeltje licht dat te mooi is om waar te zijn, daarom staat het op het punt te verdwijnen, denkelijk in het grote niets van het heelal.

    • Joyce Roodnat