Kindertumor heeft eigen DNA-mutaties

Kankeronderzoek Kanker bij kinderen is heel anders dan bij volwassenen. Dat blijkt uit grootschalig DNA-onderzoek van ruim 2.500 kindertumoren.

Foto Frank Muller/Hollandse Hoogte

Tumoren bij kinderen hebben vaak een andere oorzaak dan tumoren bij volwassenen. Die conclusie wordt bevestigd in twee grootschalige genetische studies naar DNA-veranderingen in tumorcellen van kinderen, die donderdag verschenen in Nature. „Dit is een basis om op voort te bouwen”, zegt onderzoeker Jan Molenaar van het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie in Utrecht, die bijdroeg aan één van de studies.

Twee commentatoren schrijven in Nature dat er reden is voor optimisme, aangezien er voor de helft van de gevonden mutaties een gericht geneesmiddel bestaat dat de tumor zou kunnen bestrijden. „Daar kun je op diverse manieren tegen aankijken”, reageert Molenaar. „Het klopt dat we voor ongeveer de helft van de tumoren iets kunnen vinden dat op de mutatie aangrijpt. Maar daaronder zijn ook experimentele middelen en het is niet gezegd dat die gaan werken.”

Bovendien is één aangrijpingspunt niet genoeg, zegt Molenaar. „Wat je zeker weet is dat één middel een kind niet beter gaat maken. Je zult altijd resistentie krijgen. Daarom moeten we zo’n middel nu altijd combineren met de oude chemotherapie. Het liefst zouden we op meer plaatsen tegelijk de tumor gericht willen stoppen, maar zo ver zijn we nog niet.”

Rosanne Hertzberger heeft nog wat ‘oneerbiedige vragen’ voor het Oncode Institute

Jaarlijks krijgen zeshonderd kinderen in Nederland een vorm van kanker. De genezingskans is in de laatste decennia gestegen tot boven de 75 procent. Maar nog steeds is kanker de meest voorkomende doodsoorzaak door ziekte bij kinderen van een jaar of ouder. Kinderen die de kanker overleven hebben door de zware behandeling die zij moesten ondergaan vaak nog wel last van ernstige late effecten, zoals nierschade, hartproblemen, groeiachterstand of psychosociale problemen. Ook kan de chemotherapie of bestraling secundaire tumoren veroorzaken. „Daarom zijn precisiemedicijnen zo belangrijk, juist bij kinderkanker”, zegt Molenaar. „Maar veel farmaceutische concerns richten hun onderzoek op volwassenenkanker, omdat dat nu eenmaal om een grotere markt gaat.”

Genoomlandschap

Het hoofdzakelijk Europese consortium, waartoe Molenaar behoorde, richtte zich op tumoren van het zenuwstelsel; hun Amerikaanse tegenhanger keek naar verschillende vormen van bloedkanker, bot- en niertumoren en zenuwceltumoren. Samen geven ze een overzicht van wat de onderzoekers „het genoomlandschap van kindertumoren” noemen.

Molenaar: „Voor het eerst worden de genetische oorzaken van kinderkanker heel goed afgezet tegen de mutaties in het DNA die kanker bij volwassenen veroorzaken.”

Samenvattend rijst het beeld op dat kinderkanker heel anders is dan kanker bij volwassenen. Per tumor zijn er bij kinderen meestal minder kankergroei bevorderende DNA-mutaties. De mutatiesnelheid ligt ook lager dan in tumoren van volwassenen. De gevonden DNA-mutaties zijn vaker typerend voor het orgaan waarin ze gevonden worden; bij volwassenen kan bijvoorbeeld darmkanker of longkanker door dezelfde soort mutatie in het DNA veroorzaakt worden.

Kiembaan

Veel kinderkanker (7,6 procent) wordt veroorzaakt door zogeheten kiembaanmutaties in het DNA. Dat zijn mutaties die al in het DNA van een van beide ouders zat. Die mutaties zitten ook in de gezonde cellen van het kind – niet alleen in de tumor. „Het is belangrijk om te weten”, zegt Molenaar, „of het om een kiembaanmutatie gaat, want de kans bestaat dat familieleden dezelfde mutatie dragen. Ook voor de behandeling van de kinderen zelf is het van belang. Bijvoorbeeld bij het Li-Fraumeni-syndroom zit er een mutatie in het p53-gen. Als je kinderen met dit syndroom bestraalt lopen ze een heel groot risico op nieuwe tumoren. Dat moet je dus vooral niet doen.”

De verzamelde gegevens van meer dan 2.500 tumoren zijn opgenomen in openbare databanken, zoals de R2-database, opgezet door Jan Koster van het AMC in Amsterdam. Koster: „De analyse van genoomdata is traditioneel het domein van biostatistici. Ons doel is om informatie te ontsluiten voor artsen en onderzoekers, zodat die zelf kunnen toetsen of hun patiënt een bepaalde mutatie heeft. De databank wordt jaarlijks twee miljoen keer geraadpleegd.”